Paul De Bruycker

‘Ecologie en economie moeten geen vijanden van elkaar zijn’

Dat afval niét bestaat, wil Paul De Brucyker, CEO van Indaver, niet gezegd hebben. Waar hij wel voor pleit, is het zo efficiënt en integraal mogelijk opnieuw inzetten van afvalstromen, zij het via recyclage dan wel waste-to-energy. 

Indaver, met hoofdvestiging in Mechelen, exploiteert gespecialiseerde installaties en beheert intelligente systemen voor afvalbeheer. De ambitie van het bedrijf is om zoveel mogelijk materialen en energie op duurzame wijze uit die afvalstromen te recupereren. Dat moet ook, want de mens gebruikt veel meer grondstoffen dan de aarde kan produceren, en dat is op termijn niet vol te houden.

Je bent sinds 1986 bij Indaver aan de slag en bouwde het bedrijf mee uit tot toonaangevende Europese speler in duurzaam afvalbeheer. Hoe kijk je op die ruim 30 jaar terug?
“Toen Indaver in 1985 begon, was van afvalbeheer bijna geen sprake: er werd te veel gestort en niet gesorteerd. Afvalbeheer was de dirty sector. Onze eerste opdracht was om dat gevaar te beheersen, en te vermijden dat afval ongecontroleerd in het milieu terecht zou komen. Al vrij snel introduceerden we nieuwe technologieën en de ambitie omarmd om elke joule en iedere kilo afval op ecologische verantwoorde wijze te hergebruiken. Maar we werden nog steeds beschouwd als end-of-the-pipe: een eindstation voor afval, dat als iets vies, als een probleem werd beschouwd.”

©Ian Hermans

Vandaag is die positie veranderd.
“Klopt, we staan zelfs aan het begin van een nieuwe evolutie, of zelfs revolutie, waarin we afval bekijken als iets waardevol dat we terug in de keten van circulaire economie kunnen brengen. We staan als afvalverwerker niet langer aan het einde van de keten, maar maken er wezenlijk deel van uit. We zijn een gatekeeper geworden, die instroom van afval evalueert in functie van recyclage en waste-to-energy. Vooral dat laatste is heel belangrijk geworden, omdat wij sterk geloven in circulariteit. Sommige producten komen nu eenmaal niet in aanmerking voor hergebruik – omwille van kwaliteitsverlies, bijvoorbeeld – maar we kunnen er wel nog producten en energie van recupereren: ferro’s, non-ferro’s en goud uit de bodemassen halen, en in een volgende fase ook de mineralen. Zo moeten afvalverwerkers zich vandaag profileren: als onderdeel van de keten van circulaire economie. Daarom zie ik ook geen verschil tussen grondstoffen en secundaire grondstoffen.”

Zeg je nu: afval bestaat niet?
“Je hoort dat wel eens: a zero waste society, een toekomst zonder afval. Ik vind dat een heel gevaarlijke slogan. Het is een illusie te denken dat we ooit een maatschappij zonder afval zullen hebben. Stoffen die een last worden voor de houder zullen altijd blijven bestaan. Maar het is zaak die producten weer in de keten te krijgen en te vermijden dat consumenten die als zwerfvuil in het milieu gaan dumpen – dat kunnen we door onder meer gemakkelijke retoursystemen en wetgeving te voorzien. Maar sowieso zullen sommige materialen na hergebruik op een bepaald moment zodanig gecontamineerd zijn dat ze niet meer gebruikt kunnen worden zonder de producten- of voedselketen te vergiftigen of degraderen. Maar die keten volledig sluiten, dat zal niet lukken. Ook niet in de toekomst. Maar dat betekent niet dat we het niet moeten proberen, het probleem moeten uitstellen of onze minderwaardige materialen – lees: een probleem – naar het buitenland exporteren, zoals we nu wel eens doen. Dat is de verantwoordelijkheid van je afschuiven.”

Fokus-Milieu-009
©Ian Hermans

Een toekomst zonder afval: ik vind dat een heel gevaarlijke slogan.

Wordt afvalverwerking complexer, aangezien de materialen dat ook worden?
“Inderdaad. Neem het voorbeeld van plastics: door microniseren en technologische ontwikkelingen spreek je niet meer van één verpakking, maar van verschillende folies die op elkaar worden geperst. Die verschillende componenten en additieven scheiden wordt al heel complex. Bovendien: wat ga je met die producten doen, zeker wanneer ze aan bepaalde kwaliteitscriteria moeten voldoen om in de keten te herintroduceren? Je mag écht het verschil niet zien tussen nieuw en gerecycleerd plastic, ook al omdat de consument geen product zal kopen met onzuiverheden in. Dat vraagt dus om constante technologische innovatie, vooral in chemische en moleculaire recyclage: plastic-to-chemicals.”

We consumeren enerzijds veel meer, maar anderzijds gaan we efficiënter met onze materialen om: heffen die twee elkaar op?
“Goeie vraag. Ik geloof in elk geval niet dat de oplossing ligt in het aansporen van mensen tot minder consumptie of welvaart. Comfort en levenskwaliteit blijven bepalend, daar zullen mensen niet op toegeven. Consumptie op zich is ook niet het probleem, we moeten er alleen op toezien dat er geen resources uit de keten verdwijnen. De materialen moeten hergebruikt worden. Maar momenteel wordt nog teveel uitgestoten en duwen we onze problemen naar het buitenland. Anderzijds stellen we ook wel een dematerialisatie van onze economie vast, die steeds meer opschuift richting diensten. Vandaar dat welvaart niet meer gekoppeld wordt aan verbruik van materialen, alleen nog aan gebruik.”

Kun je circulaire economie definiëren?
“Dat kan ik heel simpel, met de twee woorden waaruit het begrip bestaat. ‘Circulair’, wat slaat op duurzaam en ecologisch. En ‘economie’ ofte creatie van waarde. Dat laatste is altijd de motor van vooruitgang geweest. Daarom moeten ecologie en economie elkaar niet uitsluiten, of vijanden van elkaar zijn. Je kunt nu eenmaal niet investeren in ecologie als je economie niet draait: mensen willen in de eerste plaats hun basisbehoeften bevredigen, de zorg voor natuur en milieu zal altijd op de tweede plaats komen. Als er een welzijnsgevoel is, kun je middelen vrijmaken voor het milieu, wat als een zachtere waarde wordt gepercipieerd. Terwijl het ook een basisbehoefte is.”

Beschouw je jezelf als duurzaam verwerker van afval, of ook als wereldverbeteraar?
“Met wat we doen, leveren we een essentiële bijdrage aan een betere wereld. Dat kunnen we niet ontkennen. Maar we zijn in de eerste plaats ingenieurs, dat betekent dat we niet dromen, maar werk maken van de oplossingen om die betere wereld te realiseren. En het zijn misschien kleine stappen, maar wel in de juiste richting.”

Na de voor velen ontgoochelende klimaattop in Polen: hoe zie je onze toekomst, als het op duurzaamheid aankomt?
“Niet zo positief, eerlijk gezegd. Landen beschermen nog te vaak hun eigen belangen. Er zijn te veel geopolitieke spanningen en de wil om iets te veranderen is er niet. Het wordt heel lastig. Ook al omdat circulaire economie vooralsnog iets Europees is: in de VS en Zuid-Amerika is dat letterlijk onbestaande. Dat betekent niet dat wij het niet moeten doen, integendeel: wij in Europa hebben geen eigen grondstoffen en resources, dus we kunnen niet anders én we worden er competitiever door. Maar als de rest van de wereld niet meewil, ook wat CO2-uitstoot betreft, dan wordt het héél moeilijk om de problemen onder controle te krijgen. We kunnen CO2 op termijn wel als grondstof gebruiken, maar die technologie staat nog in de kinderschoenen, en ik vrees dat het te laat zal zijn.”

Vorig artikelWatermanagement 4.0
Volgend artikelTransitie in werking