Home Business Ondernemen Reguleren, reguleren: wie het zelf doet zal het leren

Reguleren, reguleren: wie het zelf doet zal het leren
R
.

“Wat is er mis met ambtenaren? Die doen toch niks?”: het mag op zich misschien een afgezaagde dad joke zijn, ergens zit er – zoals bij iedere billenkletser van een mop – wel een bron van waarheid in verscholen. Niet dat die brave beambten helemaal geen nut tonen op de werkvloer, het is eerder de achterliggende organisatiestructuur die het mikpunt vormt van enige spot en een zekere ruimte voor verandering vraagt.

Niet alleen de ambtenarij heeft te kampen met een overwegend verticale organisatiestructuur. Heel wat ondernemingen zijn het geheel van enkele in elkaar geknutselde hiërarchische lagen, waarbij een zekere verdeel-en-heerstechniek wordt gehanteerd. De transparantie, de duidelijke structuur en de zeer afgelijnde bevoegdheden vormen hierbij vaste troeven. Maar wat is uiteindelijk nog de rol van de mens in heel die verticaliteit?

Zeg nu: zelf
Het merendeel van werknemers in een verticale structuur is al eens tegen een muur van frustratie, volgzaamheid of stilstand gebotst. Want wat met eigen ideeën en inbreng, die intrinsieke behoefte om een persoonlijke stempel te drukken op het bedrijf? Het is net daarom dat er in tal van bedrijven een buiging waarneembaar begint te worden, die langzaam van verticaal naar horizontaal gaat. De correct hanteerbare term voor deze zogenaamde platte organisatiestructuur? Zelforganisatie.

Dezelfde lijn trekken
Bij zelforganisatie draait het vooral om het vertrouwen in het zelforganiserende vermogen van de werknemer. Er is met andere woorden geen aansturing van bovenaf, het werk wordt op eigen houtje geregeld en ook helemaal zelf uitgevoerd. Iedere werknemer zit letterlijk op dezelfde golflengte, en die leidt voor iedereen naar hetzelfde doel. Onderlinge afstemming gebeurt evenzeer op horizontaal niveau en ook het onderhandelingsproces is niet langer via-via-via… via-via.

 

Bij zelforganisatie draait het vooral om het vertrouwen in het zelforganiserende vermogen van de werknemer

 

Zelfstandig vereenzelvigd
Die samenhang houdt een belangrijk principe in, namelijk dat iedereen zijn bijdrage levert aan het succes van de onderneming. Achteruithangen in je bureaustoel en nietsdoen is met andere woorden niet de bedoeling, noch wordt de koffie ooit met een likje kritiek genomen. Oordelen, en verwijten uiten, en denken dat er maar één mening bestaat hoort dus niet bij de horizontale organisatielifestyle. Want wat zeker aanwezig moet zijn om van een succesvolle horizontale organisatiestructuur te spreken, is het vertrouwen in elkaar. Er moet de overtuiging heersen dat iedereen zijn functie en taken effectief goed wil vervullen.

Zelfs van dichtbij   
Nog een onderdeel aan zelforganisatie is de kostenbesparing. Een laag minder in het organigram, kan in sommige gevallen namelijk organi-gantisch veel schelen in het bedrijfsbudget. Al ligt de focus bij voorkeur uiteindelijk steeds op de klant: hoe wordt die het beste, het snelste, het persoonlijkst geholpen? Een horizontaligheid laat meer plek toe voor persoonlijkheid: leer de wensen en noden, de angsten en uitgaven, desnoods de kinderen en kleinkinderen kennen van de klant. Maar ook de markt komt dichterbij gekropen, veranderingen komen veel sneller op de radar terecht bij deze platte organisatiestructuur. Niet enkel kan er vlug op veranderingen op de markt worden ingespeeld, de kans is groot dat werknemers er ook graag op willen inspelen.

Gaat nooit vanzelf
Natuurlijk wordt er niet zomaar van de ene op de andere dag alle managementlagen geschrapt en iedere werknemer in een hokje van eigen ideeën en verantwoordelijkheden geduwd. Verandering vraagt tijd, en brengt daarbovenop altijd enige stress met zich mee. Het is daarom zaak niet meteen een gecentraliseerd leiderschap volledig weg te nemen. Sturing is wel degelijk nodig in tijden van hervorming. Eens de nieuwe situatie in de kleren gekropen is en iedereen comfortabel in zijn eigen stoeltje van creativiteit en focus zit, dan pas kan iedereen eigen leider binnen de organisatie worden, en zal ook de druk iets minder prominent op de ketel staan.

Lees meer.

Hernieuwbaar versus nucleair

België zit voor haar energievoorziening in een impasse. Door de geplande kernuitstap moeten er alternatieven op tafel komen, maar het aandeel van hernieuwbare bronnen in de energiemix blijft vooralsnog beperkt. “De combinatie van kernenergie en meer hernieuwbare energie dreigt flexibele gascentrales weg te duwen. Op lange termijn is dit niet houdbaar.”

Duurzame wijken stilaan realiteit!

Een wijk is een veelvoud van plekken en beweging, van mensen en activiteiten. Een duurzame wijk gaat over meer dan energiezuinige gebouwen. Het is een samenhang van ‘ecopolis-principes’ om een leefbare, klimaatvriendelijke wijk te verzekeren voor iedereen.

Ook in het groen verkrijgbaar

Een bedrijfsvloot met zuinige en groene wagens is niet alleen goed voor het milieu, het bespaart bedrijven ook geld en geeft hen een sterk imago.

Advocaten moeten meer informatiseren en anticiperen

Elke onderneming wordt geconfronteerd met juridische problemen. Maar de drempel om een advocaat in te schakelen, ligt te hoog omdat de erelonen afschrikken. Het kan nochtans anders. “Wat gestandaardiseerd kan worden, moet geautomatiseerd worden. Zo wordt het vanzelf goedkoper.”

Digitalisering als motor voor innovatie

Meer en meer chemiebedrijven ontdekken de voordelen van artificiële intelligentie, Internet of Things en cloud technology. Het effect daarvan is tot in de laboratoria voelbaar. Verwacht wordt dat onderzoekers in de toekomst sneller tot een doorbraak zullen komen. 

Het opvoeden van je huis doe je zo

Dat je kinderen naar analogie met het cliché ‘zo snel groot worden’, lijkt de plek waar je met hen samenhokt vaak even snel te klein te worden. Bij iedere centimeter dat je uk in de hoogte groeit, lijkt je woonst wel een paar vierkante meter te krimpen. Gelukkig zijn er manieren om, naast je kroost, ook je huis de nodige ‘opvoeding’ te geven. 

Archief.

Griet Deceuster:‘Onze visie op mobiliteit verandert’

Eeuwenlang zijn steden drukke plaatsen geweest, en ongetwijfeld zullen ze dat ook in de toekomst blijven. Maar de mobiliteitsoplossingen van morgen zullen verschillend zijn van die van vandaag. Griet Deceuster, directeur TM Leuven: “We gaan minder en minder zelf rijden, en meer en meer van diensten gebruik maken.”