De winterblues bestaat echt. Deze mildere vorm van het Seasonal Affective Disorder (SAD), zoals dat in het jargon genoemd wordt, houdt in dat mensen zich depressief voelen in de winter, en beter in de zomermaanden. Drie vragen over dit opmerkelijke fenomeen aan drie specialisten.

 

Annelies Smolders, slaapexperte Huis Midori

Waaraan herken je de winterblues?
“Bij ons komen zeer veel mensen met een winterblues. Dat begint nu zo’n beetje, met een absolute piek in februari en maart. Die mensen zijn moe en neerslachtig. Vaak hebben ze zin om veel te slapen, maar dat verhelpt hun klachten niet. Verder hebben ze een gevoel van lusteloosheid en willen ze veel en vaak koolhydraatrijk eten. Dat in combinatie met een lust naar alcohol, zorgt vaak voor een gewichtstoename tijdens de winter. Daarnaast kan er ook een vermindering van het libido optreden. Het is de combinatie van klachten, gebonden aan het seizoen, waaraan we een winterblues herkennen. De winterblues hebben, is altijd nog minder ernstig dan een depressie of burn-out, maar het is toch belangrijk om na te gaan of er niet meer aan de hand is.”

Hoe verklaar je het fenomeen winterblues?
“Kijk naar een land als Spanje of andere zuidelijke gebieden. Daar komen winterblues niet of nauwelijks voor. In de winter wordt het er wel kouder, maar de dagen zijn langer dan hier. Daar ligt de oorzaak: zonlicht, of beter, een gebrek daaraan. Tijdens de wintermaanden hier zijn de dagen korter. Bovendien blijven mensen door de kou vaker binnen. Licht en duisternis reguleren voor een belangrijk deel onze biologische klok, die geregeld wordt vanuit de hypothalamus, een orgaan dat zich vlak achter de ogen bevindt. Die biologische klok raakt in de war wanneer we te weinig licht krijgen. Dat veroorzaakt de winterblues.”

Wat zou je adviseren om de winterblues te voorkomen?
“Zoveel mogelijk buiten komen en sporten. Ook wanneer het donker is, want er is altijd wel ergens kunstlicht waar we een beetje van opvangen. Ik raad vooral aan ’s ochtends te sporten om onze biologische klok een duwtje in de rug te geven. Mocht dat niet mogelijk zijn, dan zou ik een lichttherapie adviseren. In geval van een winterdepressie houdt dit in dat je twee weken lang iedere dag 20 minuten therapie krijgt met lampjes die 10.000 lux blauw daglicht uitstralen. Wanneer je gevoelig bent voor de winterblues, herhaal je die therapie best ieder jaar, ze werkt zeer effectief. Gewoon onder de zonnebank liggen, zal ook deugd doen qua warmte, maar zal niet hetzelfde effect hebben op de biologische klok. En het is minder goed voor je huid.”

Edelhart Kempeneers, medisch directeur Attentia

Waaraan herken je de winterblues?
“De aandoening manifesteert zich voornamelijk in een toegenomen vermoeidheid, die zich kan voordoen ondanks het feit dat iemand wel genoeg slaapt. Andere symptomen van de winterblues zijn prikkelbaarheid, somberheid, concentratieproblemen en angst. Soms heeft iemand ook een overdreven ‘snoepzucht’. De winterblues zijn iets anders dan een depressie, doordat ze enkel in de donkere wintermaanden optreden en in de lente spontaan verbeteren.”

Hoe verklaar je het fenomeen winterblues?
“Waarschijnlijk lijdt onze biologische klok onder de verminderde hoeveelheid licht tijdens de duistere wintermaanden. De epifyse of pijnappelklier, een kliertje in de hersenen, scheidt gedurende de nacht het hormoon melatonine af. Bij te hoge concentraties van dit hormoon kun je last krijgen van een aanhoudende vermoeidheid, en kan je biologische klok sterk ontregeld raken. Dit verklaart ook waarom de winterblues vaker optreden in noordelijk gelegen streken dan in het zuiden.”

Wat zou je adviseren om de winterblues te voorkomen?
“Mensen met een winterdepressie reageren heel erg goed op licht. Een behandeling met een lichtbak is dan ook de voorkeursbehandeling. Wat verder helpt, is om regelmatig buiten een wandeling te maken. Zowel het buitenlicht als de fysieke activiteit hebben een positief effect op je humeur. Daarnaast is het belangrijk om een teveel aan koolhydraten te vermijden. Vooral van suikers moet je afblijven. Eet liever veel groenten en fruit. En neem zelf actief stappen om op regelmatige basis je sociale contacten te onderhouden.”

Ybe Meesters, professor Universiteit Groningen

Waaraan herken je de winterblues?
“Om te beginnen aan het woord ‘winter’. Het is iets wat in de winter aanwezig is, maar in de zomer niet of minder. De klachten bestaan vaak uit vermoeidheid, minder energie hebben, langer slapen en minder fit zijn. De winterblues zijn niet echt een depressie, maar er is eerder sprake van lusteloosheid en meer slaapbehoefte. Men gaat zich ook wat minder sociaal actief opstellen en zichzelf meer terugtrekken. Winterblues zijn geen psychiatrische aandoening, dus het is lastig om de grens te trekken tussen zich gewoon wat slap voelen en winterblues. Maar met name bij die extra behoefte aan slaap, kun je aan winterblues denken.”

Hoe verklaar je het fenomeen winterblues?
“Je kunt hier een prima vergelijking met andere organismen uit de natuur maken. Bepaalde dieren of planten worden trager of functioneren minder goed tijdens de winter. Sommige dieren gaan zelfs in winterslaap. De lengte van de dagen heeft duidelijk invloed. Hun hele systeem wordt gestuurd door licht. Sommige mensen zijn even gevoelig voor daglichtlengte. Bij te weinig licht ontstaan bij hen klachten. Men denkt dat dat komt doordat de biologische klok trager gaat lopen bij minder daglicht, zoals dat in de winter het geval is.”

Wat zou je adviseren om een winterblues te voorkomen?
“Ik las ooit ergens: ‘Last van winterblues? Neem een hond’. Met een hond moet je er ’s ochtends vroeg uit om dat beestje uit te laten en dan word je direct blootgesteld aan licht. Dat zou ook mijn advies zijn. Je kunt de winterblues niet voorkomen, maar je kunt wel proberen de klachten te minimaliseren. Daarbij moet je ervoor zorgen dat mensen meer licht krijgen. Als je behoefte hebt om langer te slapen, kun je beter ’s avonds vroeg naar bed gaan, dan ’s ochtends langer te blijven liggen wanneer het licht is. Wanneer dat geen optie is, of je om wat voor reden dan ook overdag niet voldoende blootgesteld kunt worden aan natuurlijk licht, kun je altijd nog met kunstlicht werken: lichttherapie.”