In samenwerking met

Milo Meskens, singer-songwriter

In 2017 had ik de eer om voor het eerst in mijn leven doorheen Europa te touren. Toen ik na 20 dagen terugkwam, had ik uit de hele ervaring een hoop conclusies getrokken, maar het meest opmerkelijke moet toch wel dit geweest zijn: we zijn hier in België ontzettend muzikaal verwend.

Met open armen
Wanneer ik met de tour richting Oost-Europa trok, viel het mij op hoezeer het publiek mij met open armen ontving. En niet alleen mij. J. Bernardt toverde een stampvolle zaal in Wenen om tot iets dat zich in het midden hield tussen een stomende sauna en de Algemene Vergadering van een psychedelische sekte. En dat bedoel ik op de best mogelijke manier: het Weense publiek omarmde hem alsof ze zijn songs al jaren elke ochtend als wekker gebruikten, terwijl zijn debuutplaat pas enkele maanden eerder was verschenen.

Degelijke artiesten
In een poging te doorgronden vanwaar deze onvoorwaardelijke liefde voor onze muzikale Belgen kwam, sprak ik uitgebreid met de plaatselijke bevolking. Ik vertelde dat ik nooit verwacht had zo’n respons te krijgen, en blijkbaar was ik niet de enige – “één van de beste shows van deze tour” dixit Jinte ‘J. Bernardt’ Deprez. Het antwoord op mijn vraag werd gegeven door een jongedame die een kleine twee uur had gereisd om mijn eerste show in haar land te zien: “wij hebben gewoon niet zo vaak degelijke artiesten hier.”

Ik ben er trots op deel te zijn van zo’n muzikale broeihaard.

 

Kroatische turbofolk op kop
Ze nuanceerde haar opmerking met twee redenen. Eén: de groten der aarden passeren altijd met veel plezier in België, Nederland, Duitsland en Frankrijk, maar laten vaak landen als Slovenië, Tsjechië en Kroatië links liggen. Als er dan wél eens iemand ‘van wat verder’ de moeite doet om het beste van zichzelf te geven in een lokale concertzaal, wordt dat enorm geapprecieerd. De tweede reden was dat de plaatselijke artiesten vaak kiezen voor een genre dat lokaal scoort, maar weinig raakvlak heeft met de geglobaliseerde jeugd. Zo ontdekte ik in elke regio wel nieuwe, onbekende genres en stromingen, met Kroatische ‘Turbofolk’ ruim op kop. Een gedrocht van een genre, maar in Balkanlanden is er een groot publiek voor te vinden. Different strokes for different people, right?

Muzikale broeihaard
Na haar vertrek kreeg ik even de tijd om mijn gedachten op een rijtje te zetten. Wat mij toen overviel, was trots. Trots, omdat wij als klein Belgenlandje op muzikaal vlak niet onderdoen voor de grotere naties. Trots, omdat wij zoveel geweldige artiesten voortbrengen die internationaal gepruimd worden, en dat al verschillende generaties lang doen. Trots, omdat ik deel mag uitmaken van zo’n inspirerende muzikale broeihaard, waarin zoveel verschillende genres, stijlen en artiesten alle ruimte krijgen om aan wildgroei te doen.

Toen ik enkele weken later onze landsgrenzen weer binnen reed, weerklonk door de speakers een straffe song van Belgische makelij en ik besefte wederom: “We zijn hier in België ontzettend verwend.”