“U hebt kanker.” De woorden die je nooit wil horen van de arts, vallen. Mensen die het meemaakten, voelden de grond onder de voeten wegzakken. Wat nu? Dat kan toch niet? Ik heb nog veel te veel voor de boeg… Gelukkig sta je er niet alleen voor.

Diagnosegesprek
Als je de diagnose van kanker voorgeschoteld krijgt, is het normaal dat je het even niet meer weet. De steun van naasten, familie en vrienden is primordiaal, maar soms is extra, gespecialiseerde hulp een must om verder te kunnen. Uit een recent onderzoek van Stichting tegen Kanker blijkt dat patiënten doorgaans tevreden zijn met de manier waarop het initiële diagnosegesprek verloopt. Shana Cornelis, doctor in de Psychologie en verbonden aan Stichting tegen Kanker, stipt aan dat veel ondervraagde patiënten wel de structurele aanwezigheid van een psycholoog wensen. “Een diagnosegesprek wordt meestal als een ware schok ervaren. Dit moment is het begin van professionele begeleiding, maar wij pleiten voor een systematische medische en psychosociale ondersteuning doorheen het volledige ziekte- en zorgtraject.”

All-round begeleiding
Lize Vandamme is psychologe bij Maria Middelares op de dienst oncologie bevestigt: “Het is de start van een fysiek en psychisch zware periode. Daarom is de arts er voor het eerste luik, wij voor het tweede.” Met ‘wij’ bedoelt Vandamme het team dat achter de patiënt staat en bestaat uit artsen, verpleegkundigen, onco-coaches, psychologen, sociaal werkers, diëtisten en pastorale medewerkers. “Deze begeleiding stopt idealiter ook niet buiten de muren van het ziekenhuis”, vult Dr. Cornelis aan. “Steeds vaker wordt de medische behandeling thuis verdergezet, waar de patiënt ook ondersteund wenst te worden.”

 

Voor een kankerdiagnose is er geen kant-en-klaar draaiboekLize Vandamme

 

Telefonische ondersteuning
De Stichting tegen Kanker voorziet onder meer dat patiënten zes gratis telefonische sessies kunnen bekomen met onco-psychologen. Deze ondersteuning is er niet alleen voor de patiënt zelf, maar ook voor hun naasten. “Patiënten moeten soms zelf hun naasten ondersteunen”, bevestigt Dr. Cornelis. “Een extern specialist kan hierin dus zeker een meerwaarde zijn. Belangrijk is ook dat patiënten goed weten waar, wanneer en hoe hulp voor hen beschikbaar is. Een handige, overzichtelijke informatiebrochure of een hapklare website zouden daartoe kunnen bijdragen.

Laagdrempelige zorg
De aanwezigheid van een psycholoog wordt ook later in de behandeling op prijs gesteld. Sommigen willen namelijk de diagnose eerst alleen verwerken en zoeken pas tijdens de behandeling hulp. Vandamme: “Wij streven ernaar laagdrempelige zorg aan te bieden, waardoor ze toegankelijk blijft voor patiënten om snel psychologische ondersteuning te zoeken.”Kanker is en blijft ook een zwaard van Damocles dat boven het hoofd hangt. Een ‘routinecontrole’ zorgt soms voor hartkloppingen en slapeloze nachten. “Bij patiënten die hervallen, moeten we zeker het onderste uit de kan halen.”

Tijd heelt wonden
De psychologische bijstand beperkt zich niet tot de ziekte zelf, maar reikt ook tot de genezing en het terug gaan werken. Shana Cornelis legt uit dat de omgeving vaak euforisch is nadat ze het woord ‘genezen’ horen, toch kan de patiënt nog alle tijd en ruimte gebruiken om op adem te komen. “De ziekte is dan misschien overwonnen, maar de patiënt voelt zich vaak nog moe en ontdaan. De therapieën hakken in op lichaam en geest. Dat veeg je niet van vandaag op morgen uit.”

Re-integratie na de ziekte
Ook wat het werken betreft, blijven verdere stappen vaak vaag. Hoe graag patiënten ook willen werken, het lichaam spartelt soms nog tegen. “Vaak is deeltijds beginnen de beste optie”, vult Vandamme aan. “Zo ben je onder de mensen en ben je van maatschappelijke waarde. Dat is voor veel patiënten ook een mentale opsteker. Ook het weerzien van de collega’s draagt bij tot de re-integratie na de ziekte.”

Vandamme stipt aan dat het belangrijk is rekening te houden met het feit dat er voor een kankerdiagnose geen kant-en-klaar draaiboek is. “Iedere patiënt gaat daar anders mee om en dat moeten zowel de naasten als de artsen respecteren.”