Artsen en verpleegkundigen hebben een vaste stek veroverd in de knelpuntberoepenlijst van de VDAB. Hoe komt dat eigenlijk? Waarom komen we in de zorg zoveel handen te kort? En hoe kunnen we de zorgjobs aantrekkelijker maken?


Lydie Verfaillie,

hoofdverpleegkundige op de afdeling interne geneeskunde bij AZ Delta in Roeselare

Waarom is dit volgens jou een knelpuntberoep?
“Als hoofdverpleegkundige ben je niet bezig met de dagelijkse zorg voor de patiënten, maar sta je in voor de organisatie van je afdeling. Jij bent het aanspreekpunt voor collega’s, artsen en directie. Naast uurroosters maken, patiëntendossiers opvolgen voor de artsen en allerhanden werkgroepen bijwonen, ben je verantwoordelijk voor kwaliteitsvolle en patiëntveilige zorg. Door die combinatie ligt de druk best hoog. Ik kan me voorstellen dat het takenpakket niet elke verpleegkundige aanspreekt, want tenslotte kies je initieel voor deze job omdat je graag voor mensen zorgt. Ikzelf probeer dat op te vangen door toch zoveel mogelijk op de dienst rond te lopen en met de patiënten en hun familie te praten.”

Welk gevolgen heeft het tekort aan zorgverleners voor de patiënt?
“In tegenstelling tot enkele jaren geleden blijven de vacatures voor hoofdverpleegkundige lange tijd openstaan. Sommige afdelingen moeten zich daardoor enkele weken of maanden zonder direct leidinggevende beredderen. Uiteraard wordt er altijd wel iemand aangeduid die de verantwoordelijkheid tijdelijk op zich neemt, maar dat beperkt zich tot de opvolging van de dagelijkse gang van zaken. Problemen ten gronde aanpakken gebeurt niet. Als er lange tijd niemand aan het stuur staat, bestaat bovendien het risico dat procedures minder nauw worden opgevolgd en elke medewerker het op zijn eigen manier aanpakt. En dat komt de kwaliteit van de zorg natuurlijk niet ten goede.”

Welke oplossingen zie jij?
“Het zou zeker helpen als de sector wat positiever in het nieuws komt. Als er iets wordt verteld, dan gaat het altijd over meer realiseren met minder middelen. Nu wil de regering bijvoorbeeld de zogenaamde rimpeldagen afschaffen, de extra vakantiedagen voor oudere werknemers in de zorg. Zo’n ingrepen werken allerminst uitnodigend. Of de job van hoofdverpleegkundige bij de jongeren voldoende bekend is? Dat denk ik wel, want verpleegkundigen in spe lopen allemaal minsten enkele weken stage bij een hoofdverpleegkundige.”


 

Yerma Coppens,
geriater AZ Sint-Jan Brugge-Oostende

Waarom is dit volgens jou een knelpuntberoep?
“Geriatrie is een jonge discipline in de geneeskunde, die zich op de zorg voor ouderen richt. Die doelgroep is in onze samenleving naar de achtergrond verdrongen. Om het cru te stellen: het is niet sexy om met ouderen bezig te zijn. Als geriater ben je bovendien niet alleen met het medische bezig. We zijn internisten, maar denken ook na over de organisatie van de zorg rond de patiënt. Moeilijke ethisch-maatschappelijke thema’s, zoals palliatieve zorgen en euthanasie, die vaak ten onrechte gemedicaliseerd worden, komen eveneens op ons pad. Als geriater steek je veel tijd in overleg, met alle mogelijke betrokkenen. Ook het financiële speelt mee: als geriater verdien je minder dan de gemiddelde ziekenhuisarts. Dat komt omdat geriaters geen technische handelingen met machines uitvoeren.”

Welk gevolgen heeft het tekort aan zorgverleners voor de patiënt?
“Niet alle kwetsbare ouderen komen vandaag op de geriatrische afdeling terecht. Daardoor missen sommige patiënten de juiste multidisciplinaire zorg. Ouderen die een heupprothese krijgen, worden dan bijvoorbeeld verzorgd op de afdeling orthopedie, terwijl net is aangetoond dat ze op een afdeling geriatrie beter genezen en revalideren. Als geriaters bekijken wij immers het totaalplaatje, niet die ene ingreep. Om die reden is het hoopgevend dat er nu overal in Vlaanderen orthogeriatrische-afdelingen ontstaan, waar geriaters en orthopedisten samen aan het stuur staan. Maar dat lukt niet altijd, net omwille van dat personeelstekort.”

Welke oplossingen zie jij?
“Het zou een goede zaak zijn als ouderen een zichtbaardere rol in de samenleving innemen. Enerzijds komen we handen tekort om onze bejaarden de juiste zorg te geven, anderzijds zijn er veel 65-plussers die bereid en in staat zijn om mee problemen op te lossen. De zorg voor ouderen is vandaag zo gemedicaliseerd, terwijl er informeel veel mogelijkheden zijn. Daarnaast is het hoog tijd om het mandaat en de vergoedingen van geriaters te herbekijken. Het verschil met andere specialisten is te groot, terwijl we net zo’n grote verantwoordelijkheid dragen.”


 

Willy Vertongen,
CEO van Mederi (thuisverpleegkundigen) en voorzitter van de Federale Neutrale Beroepsvereniging Verpleegkundigen

Waarom is dit volgens jou een knelpuntberoep?
“Een verpleegkundige moet zowel denken als doen. Het is een job die psychisch én fysiek zwaar is en waarin je een grote verantwoordelijkheid draagt. Omdat er in de zorg 24 uren per dag mensen nodig zijn, werk je vaak in een wisselend uurrooster en ook ’s morgens, ’s avonds of in het weekend. Tegenover al die eisen staat een niet zo overdreven hoog loon. Ook dat speelt mee. De vergrijzing laat zich eveneens voelen, maar dat is volgens mij niet het grootste knelpunt is. We worden ouder, maar blijven ook langer gezond. Verpleegkundige is niet zozeer een knelpuntberoep omdat er een stijgende vraag is, maar wel omwille van de vereisten van de job.”

Welk gevolgen heeft het tekort aan zorgverleners voor de patiënt?
“Het tekort laat zich zeker niet in alle takken van de verpleegkunde voelen. Hoogtechnologische diensten of universitaire ziekenhuizen vinden meestal makkelijk mensen, woonzorgcentra hebben het moeilijker, zeker in regio’s waar veel ziekenhuizen zijn. Natuurlijk heeft het gevolgen voor de patiënt als een afdeling onvoldoende personeel vindt, maar algemeen vind ik niet dat je kan zeggen dat de kwaliteit van de zorg door dat tekort verminderd is. We kunnen eerder stellen dat de zorg professioneler geworden is.”

Welke oplossingen zie jij?
“Een bredere kijk op zorg, waarbij de verpleegkundige competenties ten volle gewaardeerd worden, moet ervoor zorgen dat meer mensen kiezen voor een zorgjob. Dat de opleiding verpleegkunde vier jaar is geworden en er meer inschrijvingen zijn dan verwacht, stemt me hoopvol. Die langere opleiding helpt om de job terug aanzien te geven. We komen van een tijd waarin de verpleegkundige niet meer moest doen dan wat de arts dicteerde, nu zien artsen in dat er handelingen zijn waar verpleegkundigen beter in zijn. Als we de juiste dingen door de juiste mensen laten doen, denk ik dat wel al ver komen. Zo is het evenmin nodig om alles door een hoopopgeleide verpleegkundige te laten doen, zorgkundigen kunnen mits duidelijke afspraken eenvoudige taken overnemen.”