Er beweegt heel wat in de wereld van de revalidatie. Technologische ontwikkelingen hebben de verschillende domeinen door elkaar geschud en een boost gegeven. Denk daarbij aan apps, tablets, bionische prothesen, virtual reality, robotica… en dat is nog maar het topje van de ijsberg!

 

Gertie Vanhoof, logopediste onder andere op de afdeling voor volwassenen met een niet aangeboren hersenletsel (NAH), UZ Leuven.

Met welke problemen komen mensen bij u terecht?
“Wij revalideren binnen deze afdeling volwassenen met een acuut, niet aangeboren hersenletsel waarbij de pathologie niet progressief is. Wij spreken niet zozeer over problemen, wel over het verlies van functies en activiteiten en de veranderde participatiemogelijkheden aan de maatschappij, het gezins- en beroepsleven. Als logopedist zijn we actief binnen verschillende domeinen. We evalueren en behandelen het slikvermogen, het spraakvermogen, het taalvermogen, het stemvermogen en ten slotte het cognitieve vermogen waarbij we samenwerken met andere therapeutische disciplines.”

Hoe hebben de nieuwste technologieën uw domein kunnen helpen?
“Voor mensen die cognitief capabel en emotioneel gemotiveerd zijn, bestaan er technologische hulpmiddelen die bij verlies van communicatievermogen ondersteuning bieden. Een actueel voorbeeld is het gebruik van tablets en communicatieapplicaties. Mensen die niet meer verstaanbaar kunnen spreken of geen taaluitingen meer hebben, kunnen via een tablet of een ander communicatiehulpmiddel communiceren. Uiteraard is een hulpmiddel maar voor een bepaalde groep van mensen een haalbare kaart, er staat namelijk een financieel prijskaartje tegenover. De Vlaamse overheid komt bij bepaalde doelgroepen tussen in de kost voor communicatiehulpmiddelen via het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH).”

Hoe is uw domein geëvolueerd de voorbije jaren en wat zijn de uitdagingen voor de toekomst?
“Momenteel is de e-logopedie volop in ontwikkeling. Die zal vooral waardevol zijn voor mensen die thuis revalideren. De therapeut kan zijn patiënt digitaal een extra oefening of advies sturen en zo bijvoorbeeld de trainingsintensiteit opkrikken. Oefeningen printen op papier zal langzamerhand verleden tijd worden. Onmiddellijk naar een tablet versturen of naar een interactief scherm aan het bed van de patiënt is een ontwikkeling waarnaar uitgekeken wordt. Ook voor personen met de geringste fysieke vermogens staat er nog veel te gebeuren de komende jaren. Van brain computer interfacing of BCI, de nieuwste technologie waarbij de hersenactiviteit gecapteerd en omgezet wordt naar de computer, verwachten wij binnen de revalidatiesetting dan ook heel veel.” 

 

Kurt Wille, diensthoofd kinesitherapie, revalidatieziekenhuis RevArte

Met welke problemen komen mensen bij u terecht?
“Revalidatieziekenhuis RevArte richt zich op vier specifieke doelgroepen: revalidanten met een amputatie, dwarslaesie of ruggenmergletsel, hersenletsel zoals hersenbloeding of herseninfarct en revalidanten met een locomotorisch probleem zoals een heupprothese, knieprothese of andere orthopedische ingrepen. Voor elke revalidant streven wij naar het bereiken van een zo groot mogelijke functionele redzaamheid die leidt tot een zo optimaal mogelijke sociale en professionele re-integratie. Ons hoofddoel is om de levenskwaliteit van de revalidant te verhogen.”
Hoe hebben de nieuwste technologieën uw domein kunnen helpen?
“Op het vlak van technologie die inzetbaar is in de zorg, vermoed ik dat er de komende tien jaar nog immense stappen gezet zullen worden. Ik denk daarbij aan toestellen die gebruik maken van virtuele realiteit. Met een speciale bril op kan de patiënt bewegen in een ruimte die sterk overeenkomt met zijn  thuissituatie. Het voordeel daarvan is dat hij in een gesimuleerde reële situatie kan oefenen en niet in een revalidatieruimte. Er komen ook steeds meer en verbeterde revalidatie-apparaten bij. De apparaten met drukgevoelige sensoren bijvoorbeeld, laten toe de patiënt volledig te screenen waardoor we zeer doelgericht kunnen trainen.”

Hoe is uw domein geëvolueerd de voorbije jaren en wat zijn de uitdagingen voor de toekomst?
“De kinesist is geëvolueerd van een all-round naar een therapeut gespecialiseerd binnen een bepaald domein. Denk daarbij aan een specialisatie in de neurologische revalidatie of manuele therapie. In ons geval kunnen we zelfs spreken van een ‘super’ specialisatie voor de behandeling van patiënten met een amputatie of dwarslaesie. De grootste uitdaging is momenteel een hot topic: de opwaardering van de kinesitherapie. Met andere woorden een eerlijk loon voor het masterdiploma en de daarbij horende vijfjarige opleiding in geval van de loontrekkende kinesisten. Voor de zelfstandige kinesisten is dat een verhoging van het honoraria zodat kwaliteitsvolle zorg mogelijk blijft.”

 

Lode Sabbe, hoofdergotherapeut UZ Gent

Met welke problemen komen mensen bij u terecht?
“Binnen het universitair ziekenhuis Gent werken er ergotherapeuten in de acute, subacute en chronische behandeling van kinderen en volwassenen. Ergotherapeuten die werkzaam zijn in acute diensten vinden we onder meer terug in de neurochirurgie, neurologie en orthopedie maar ook binnen het brandwondencentrum, intensieve zorgen en kinderoncologie. In de subacute fase werken de meeste ergotherapeuten in het revalidatiecentrum voor volwassenen en kinderen maar ook op de SP-dienst, geriatrie en dienst angst- en stemmingsstoornissen. Ergotherapeuten zijn ook specialisten op het gebied van rugschool, handrevalidatie en pneumologie. En dat zowel wat de behandeling als adviesverlening betreft.”

Hoe hebben de nieuwste technologieën uw domein kunnen helpen?
“De laatste jaren zijn er tal van nieuwe zaken op de markt gekomen die impact hebben op de ergotherapie. De opkomst van bionische prothesen bijvoorbeeld vraagt om een supergespecialiseerd team dat de patiënten helpt om deze hulpmiddelen te gebruiken. Consumergames zoals Kinect hebben een invloed op revalidatietoestellen. Technieken, zoals het waarnemen van het lichaam in 3D, worden meer en meer gebruikt om nieuwe revalidatietoepassingen te ontwikkelen. Op dit moment bekijken wij ook op welke manier wij unieke hulpmiddelen in 3D kunnen printen. Voorlopig zitten we nog in een exploratiefase, maar we denken dat het binnen dit en vijf jaar voor patiënten mogelijk moet zijn om hun uniek hulpmiddel thuis te kunnen printen.”

Hoe is uw domein geëvolueerd de voorbije jaren en wat zijn de uitdagingen voor de toekomst?
“Als leidinggevende ergotherapeut bekijk ik de huidige omwentelingen in de gezondheidszorg met een open vizier. Op dit moment kunnen wij in theorie, zoals andere paramedische disciplines, in de eerstelijn werken. Maar de nomenclatuur voor ergotherapeuten is zo strikt, dat zij eigenlijk niet werkbaar is. Hierdoor wordt zij vandaag ook te weinig gebruikt. Een aantal voorstellen tot hervorming voor de eerstelijn stemmen mij hoopvol. Ik ben ervan overtuigd dat hier opportuniteiten komen voor zowel ergotherapeuten aan huis voor kinderen, volwassen en ouderen als voor gespecialiseerde activiteiten zoals arbeidsreïntegratietrajecten.”