De flexitariër rukt op. Want, ja, we vinden het allemaal fantastisch om aan Dagen Zonder Vlees mee te doen, maar na een maand mag dat lapje vlees toch gauw weer op het bord verschijnen. En liefst voor een niet al te hoge prijs. Begrijpelijk, maar ook wel problematisch.

Tegenwoordig vind je er zelfs gluten- en allergenenvrij eten, maar ooit kon je op de festivals alleen hotdogs, hamburgers en frieten kopen. De evolutie op de wei zegt veel over onze nieuwe houding tegenover voeding. We worden massaal flexitariër en lijken wel geobsedeerd door alles wat de stempel ‘gezond’ draagt – wat niet betekent dat het ook echt zo is.

Aandacht voor voeding onder vrienden
Niet alleen in de media is de aandacht voor voeding enorm, zelfs onder vrienden en collega’s is het een veel bediscussieerd thema. We wisselen onze lekkerste recepten uit en hebben het ook over de link met gezondheid, de impact op het milieu, de nood aan transparantie, het dierenwelzijn enzovoort.

 

Ik ga elk jaar samen met mijn medewerkers een varken slachten, een reality check Wim Ballieu

 

Aantal vegetariërs blijft
De toegenomen aandacht voor eten heeft alvast een deel van de Belgen overtuigd om het voedingspatroon te veranderen. Kijk maar naar de vleesconsumptie: terwijl we in 2008 nog 35 kilogram vlees aten, is dat in 2016 gezakt naar 29 kilogram. Toch wil het niet zeggen dat er nu meer vegetariërs zijn – hun aandeel blijft volgens onderzoek van VLAM steken op 5 procent.

Flexitariër wordt populairdee
Wel is het zo dat een flexitariër, die vlees, vis en vegetarisch afwisselt, de voorbije jaren nog meer is gaan variëren. De boodschap dat je niet elke dag vlees nodig hebt, is bij die groep duidelijk aangekomen. Eén op de vier Belgen geeft trouwens aan zijn vleesconsumptie in de toekomst nog te willen minderen.

Toenemende vraag naar beter vlees
Voedingswetenschapper Frédéric Leroy (VUB) ziet voor de komende jaren nog een andere verschuiving. Hij verwacht dat de vraag naar ‘beter vlees’ zal toenemen, of toch zeker bij een bepaalde groep consumenten: zij die op zoek zijn naar voeding met een aureool van kwaliteit en ‘oorspronkelijkheid’. Bij hen leeft nu al de vraag naar vetter en smakelijker vlees. “Vetten hebben we lange tijd zoveel mogelijk uit onze voeding proberen te weren.

Steak met gemarmerd vet opnieuw in de winkel
Voedingswetenschappers hamerden immers steeds maar weer op die link tussen verzadigde vetten en hart- en vaatziekten. Intussen zijn ze daar wat op teruggekomen, want het verband blijkt minder uitgesproken dan gedacht.” Het resultaat zie je in de supermarkt: de oude en duurdere rassen zijn terug en er liggen weer steaks met gemarmerd vet in de rekken. Voor de smaak van het vlees is dat zeker een opsteker.

 

Onbewust gebruiken we voeding om onze identiteit op te bouwen Frédéric Leroy

 

Het verhaal achter het vlees
Wie ook blij is met dat ‘terug naar vroeger’-verhaal zijn de marketeers. Zij vertellen maar wat graag welk geschiedenis er achter het vlees uit de winkel schuilt: Waar komt het vandaan? Welk ras was het? Welke voer kreeg het dier tijdens zijn leven? Dat de Iberico-ham op ons broodje afkomstig is van Spaanse varkens die met eikels gevoed werden, vinden consumenten nu eenmaal nice to know.. “Maar niet alleen dat”, zegt Leroy “Onbewust gebruiken we voeding ook om onze identiteit op te bouwen. Als we ons in die verhalen herkennen, of toch in de waarden die ervan uitgaan, is de kans groter dat we kopen.”

De paradox van de vleeseter
“Klopt, en toch ook weer niet helemaal”, reageert Wim Ballieu van gehaktballenrestaurant Balls&Glory. “Wij posten op Instagram nu en dan foto’s van de boerderij waar onze varkens gekweekt worden. We stellen keer op keer vast dat mensen dat eigenlijk niet graag hebben.” Ballieu noemt het de paradox van de vleeseter: aan de ene kant wil die dat het vlees op zijn bord afkomstig is van dieren die een goed leven hebben geleid, aan de andere kant knijpt ie graag een oogje dicht. “Dat zie je bijvoorbeeld in de prijs die consumenten voor vlees willen betalen. Het mag vooral niet té kostelijk zijn. Automatisch betekent dat voor de boer dat ie toegevingen moet doen.”

Gulden middenweg
Zelf is Ballieu al enkele jaren op zoek naar en aan het experimenteren met ‘de gulden middenweg’, waarbij varkens weliswaar geen volledig vrije uitloop hebben, maar ook niet op elkaar geperst staan. En waarbij er eisen worden gesteld rond onder meer voer en antibioticagebruik. Op die manier hoopt hij het vlees toch beter te maken en tegelijk de prijzen democratisch te houden.

Vijfsterrenvlees graag
In Nederland bedachten ze intussen een manier om het geweten van de consument aan te spreken. Daar vind je op de vleesverpakkingen in de supermarkten een Beter Leven Keurmerk. Hoe meer sterren, hoe beter het leven van ‘het dier’ dat je eet. “Een prima manier om de consument eraan te herinneren dat er ooit echt leven in zijn vlees zat”, vindt Ballieu. “Dat brengt alleen maar meer respect. Om diezelfde reden ga ik elk jaar samen met mijn medewerkers een varken slachten op de boerderij. Een reality check voor ons allemaal.”