In 2012 werden door Febelauto, de beheerder voor afgedankte voertuigen in België, meer dan 160.000 afgedankte voertuigen ingezameld. Na een intensief recyclageproces leverde dat dezelfde hoeveelheid op aan nuttige materialen zoals koper, aluminium, ferro-metalen en diverse kunststoffen. Liefst 93 procent van die gerecupereerde materialen werd gerecycleerd – in een nieuwe auto of een geheel ander product – of verbrand om elektrische stroom mee op te wekken (energetisch gevaloriseerd). Tegen 2015 wil Febelauto de mijlpaal van 95 procent halen. Daarmee schaart de organisatie zich volledig achter de idee van urban mining. Waarom (vaak dure) materialen uit het buitenland importeren, als er dagelijks 6 miljoen ‘mobiele metalen’ over de Belgische wegen denderen?

Stad = mijn
Selectieve inzameling en recyclage van materialen is cruciaal bij het exploiteren van de zogenaamde ‘Vlaamse stadsmijn’. Maar urban mining houdt natuurlijk veel meer in. “Slim design, een betere samenwerking tussen alle actoren binnen een materiaalketen – van de ontwerper over de distributie en de consument tot de eindverwerker – en een aangepast regelgevend kader zijn nodig om de waardevolle materialen, die momenteel gestockeerd zijn in onze huizen, goederen en bedrijven, maximaal terug te winnen”, vertelt Jan Verheyen, woordvoerder bij de Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM).

Koploper in materialenbeheer
In het najaar van 2013 organiseert OVAM een congres over urban mining. Dit naar aanleiding van de tweede verjaardag van het Vlaams Materialenprogramma. In dat initiatief bundelen de bedrijfswereld, de overheid, kennisinstellingen en het maatschappelijk middenveld hun krachten om materialengebruik in Vlaanderen te verduurzamen. Verheyen: “We combineren daarbij een ambitieuze visievorming voor de lange termijn met gericht wetenschappelijk onderzoek en concrete projecten op het terrein. De gedeelde ambitie is om tegen 2020 koploper te zijn in Europa op het vlak van materialenbeheer. Zo zal de Vlaamse economie minder afhankelijk zijn van grondstoffenimport. We streven naar de omvorming van een lineair productiesysteem naar een kringloopeconomie, waarbij materialen in gesloten kringlopen bewegen.”

 

Grondstofprijzen zouden in de toekomst wel eens kunnen afhangen van hoe goed we de Vlaamse stadsmijn exploiteren – Jan Verheyen

 

Afhankelijk van invoer
Het is immers een feit dat in Vlaanderen weinig grondstoffen aanwezig zijn, waardoor onze regio erg afhankelijk is van invoer. En dit in een internationale context waarin grondstofprijzen volatiel zijn. “Aan de andere kant valt er in onze sterk verstedelijkte regio een schat aan materialen te recupereren”, gaat Verheyen verder. “Door afgedankte producten en gebruikte materialen in te zamelen, te recycleren en vervolgens opnieuw te gebruiken, kan de nood aan primaire grondstoffen afgeremd worden. Grondstofprijzen zouden in de toekomst wel eens kunnen afhangen van hoe goed we de Vlaamse stadsmijn exploiteren.”

Zeldzamer & duurder
Bovendien worden veel materialen steeds schaarser en dus duurder. Dat geldt niet alleen voor aardolie als basis voor heel wat plastics, maar ook voor koper, lood en zelfs fosfaat (een essentiële grondstof bij de productie van landbouwgewassen). Ook de zeldzame aardmetalen, die nodig zijn in groene technologieën zoals windmolens en zonnepanelen, en heel wat courante gebruiksgoederen, zoals (elektrische) auto’s, mobiele telefoons en laptops, worden steeds zeldzamer.

Ruimte is goud
De Vlaamse stadsmijn bevat niet alleen waardevolle, recycleerbare materialen. Een andere, niet-tastbare grondstof is ruimte – een schaars goed in onze dichtbevolkte, verstedelijkte regio. “Sanering van bodems, het vrijkomen of hergebruik van ruimte past natuurlijk helemaal in de kwalitatieve transformatie naar een duurzame, moderne stad”, weet Verheyen. “Die ruimten kunnen nieuwe combinaties bevatten van wonen, werken, produceren, consumeren en recreëren. Met nieuwe mobiliteitsdiensten en nieuwe bedrijvigheid. Aan het einde van de rit moeten al deze ontwikkelingen samen uitmonden in de zogenaamde ‘materiaalneutrale stad’.”

 

België behoort op het vlak van post-shreddertechnologie tot de allerbesten in Europa –Catherine Lenaerts

 

Gebouwen recycleren
Bij recyclage denken we in de eerste plaats aan de recuperatie van nuttige materialen uit ons elektronisch afval of uit afgedankte voertuigen, maar de materiaalneutrale stad eist dat ook hele gebouwen worden gerecycleerd. “Daarbij is het belangrijk dat de puinfracties, net zoals dat van toepassing is voor andere afvalstromen, goed van elkaar worden gescheiden”, vertelt Lieven Fermon van afvalinzamelaar en –verwerker SITA. “In een van onze filialen onderzoeken we momenteel hoe we dit scheidingsproces beter kunnen afstemmen op de huidige tendensen – waarin het aandeel van niet-traditionele bouwmaterialen zoals gyproc aan belang wint.”

Bouwen met afval
SITA onderzoekt ook hoe het bouwmaterialen kan vervaardigen uit afval. “Bij Valomac, een filiaal gespecialiseerd in de valorisatie van bodemassen (assen van verbrand restafval), zijn ze erin geslaagd om op basis van een specifiek procedé een nieuwe soort betonblok te maken”, aldus Fermon. “De stapelbare blokken gebruiken we momenteel in de scheidingscompartimenten van onze sorteer- en verwerkingsinstallatie.”

Filteren met bacteriën
Er is nog altijd behoefte aan nieuwe inventieve recyclagemethodes. Ook bij Febelauto wordt volop onderzoek gedaan naar nieuwe, hoogtechnologische manieren om nog meer te recycleren nadat een afgedankt voertuig is ‘geshredderd’. “Zo zetten we bijvoorbeeld bacteriën in om concentraten van ultrafijne metalen te filteren uit het shredderresidu”, zegt Catherine Lenaerts van Febelauto. Daarnaast recupereren we diverse kunststoffen uit het shredderresidu van afgedankte voertuigen, zodat ze als grondstof kunnen dienen voor kunststofcomponenten bij de productie van nieuwe voertuigen. Dit soort unieke knowhow zorgt ervoor dat België op het vlak van post-shreddertechnologie tot de besten in Europa behoort.”