De 25-jarige tienkamper Thomas Van der Plaetsen is Europees kampioen en is naar Rio gegaan. Dat was bijna anders, want het jaar voordien kreeg hij de diagnose teelbalkanker. Wij spraken hem tijdens zijn voorbereidingen. “De drive om bij de besten te horen, is mijn ultieme doel.”

Op je 21e een nationaal record breken en op je 24e bij de top drie atleten horen, doen niet veel mensen de tienkamper Thomas Van der Plaetsen na. Maar de golf van succes surfde op persoonlijke tegenslagen. Op zijn twaalfde kreeg hij zware klierkoorts en tijdens het WK in 2011 verloor hij zijn vader aan pancreaskanker. Als dat nog niet genoeg was, werd hij eind vorig jaar beschuldigd van doping tot bleek dat het teelbalkanker was. Maar de jonge atleet ging de strijd met de ziekte aan en na een zware chemokuur focust hij zich nu vooral op zijn sport. In Zuid-Afrika bereidt hij zich op dit moment voor op het komende zomerseizoen en zijn eerste Olympische Spelen in Rio volgend jaar. “Ik voel me sterker en hongeriger dan ooit om terug te komen.”

Vorig jaar werd er teelbalkanker vastgesteld. Wat was jouw eerste reactie?
“Ja, dat was een kaakslag op dat moment natuurlijk. Het nieuws kwam uit het niets en dan was het daar plots. Bam! Maar ik heb nooit echt veel tijd gehad om er over na te denken want twee dagen nadien werd ik al geopereerd. Het ging allemaal zo snel. Voor ik wist werd ik wakker in het ziekenhuis.” 

Hoe kijk je er nu op terug?
“Tja, een kloteperiode, weet je wel. Je weet op voorhand dat je je een paar maanden slecht gaat voelen. En dat het echt een hele tijd gaat duren voor je terug op punt staat. Eigenlijk leefde ik in een soort mist. Ik wist niet goed wat er allemaal gebeurde. Als in een soort waas van hoe het allemaal is verlopen, zeker tijdens de chemo, toen was het nog een tikkeltje erger. Eind november ben ik  gestopt met chemotherapie en is de waas ook stilaan weggetrokken.”

 

Het was echt zoiets van shit ik heb het zitten, ik heb kanker, maar dan op sportief niveau

 

Die periode werd ook ingeleid met een valse beschuldiging van doping. Hoe reageerde je toen?
“Goh, eigenlijk was dat hetzelfde klotegevoel, maar dan op sportief niveau. Het was echt zoiets van shit ik heb het zitten, ik heb kanker, maar dan op sportief niveau. Het klinkt misschien raar, maar zo voelde het wel. Gelukkig dat het na een dag of twee uitgeklaard was. Ik heb dus niet zo lang met die emoties moeten zitten.”

En naar de media toe, hoe ging je daarmee om?
“Ik heb zelfs niet geprobeerd om er tegenin te gaan. Ik wist dat ik recht in mijn schoenen stond. Dus heb ik wijselijk beslist om me te onthouden en niet te proberen om anderen van mijn onschuld te overtuigen. Meestal hebben mensen hun gedacht toch al gemaakt, zeker over doping. Persoonlijk heb ik me er ook niet over opgewonden, want ik wist dat het uiteindelijk snel uitgeklaard ging worden.”

Jij bent helaas niet de enige in je familie die de diagnose van kanker kreeg. Je vader is in 2011 overleden aan pancreaskanker. Terwijl je in Zuid-Korea zat voor het WK. Niet gemakkelijk…
“Nee. Eigenlijk ben ik daar veel minder gemakkelijk mee omgegaan. Het was niet alleen die kanker, maar vooral ook het feit dat ik hem ging verliezen. Dat is in mijn geval iets totaal anders, dat komt er nog bij. En ook toen zat ik in een waas, waardoor alles voorbij vliegt en je de situatie gewoon ondergaat. Die situatie met mijn vader was anders dan bij mij omdat je geen controle hebt over de ziekte, je bent machteloos. Toch wil je zoveel doen. Bij iemand anders kan je het niet helemaal voorspellen, terwijl ik mezelf sterk heb gehouden en ergens wist dat het goed kwam. Ik had het bij mijn vader veel moeilijker.”

 

De situatie met mijn vader was anders dan bij mij, omdat je geen controle hebt over de ziekte, je bent machteloos

 

Hoe heb je je dan kunnen concentreren?
“Het was een soort van basisinstinct om even alles weg te schuiven en bezig te zijn met sport. Dat maakte het voor mij gemakkelijker om geconcentreerd te blijven. Daarna toen dat wegviel, was mijn focus wel weg en kwamen uiteindelijk ook de emoties.”

Sport is dus een uitweg voor jou?
“Nee, ik zie het niet echt als een uitweg, maar meer als een gids. Zeker voor die terugkomst naar die tienkamp ook. Mijn sport is eerder als een gids die me leidt om me terug gezond te maken en verder te gaan met mijn leven. Ik beschouw het als de katalysator die me verplicht om gezonder te leven. Na een ziekteperiode moet je natuurlijk altijd werken om terug gezond te worden. Sport is daarbij mijn motivatie om mijn leven terug op orde te stellen.”

En dat je je familie dichtbij hebt, je broer is je coach, je zus je manager, was ook een steun?
“(Overtuigd) Ja. Ieder was superpositief, iedereen bleef me ondersteunen. Zij staan dicht bij mij en zij weten ook perfect hoe ik ging reageren. Ik moest hen niet overtuigen van motieven, van mijn doel. Zij steunen me altijd dus ja, het is super om in zo’n omgeving te kunnen zitten. Zij nemen alle druk van mijn schouders weg, regelen alles voor mij, zodat ik me kan focussen op mijn gezondheid.”

Is het soms ook niet moeilijk om met hen samen te werken?
“Ik heb er geen problemen mee. Het werkt voor mij. Er is misschien wel een iets hogere emotionelere geladenheid bij familie. Maar dit is iets dat in mijn situatie werkt, en daar prijs ik me gelukkig voor.”

 

Ik voel me sterk en begin eigenlijk terug uitzicht te krijgen op mijn sportcarrière

 

Je broer en  je zus zijn er ook bij tijdens de trainingen in Zuid-Afrika, hoe lukt het nu?
“Het valt eigenlijk wel mee. Ik ben nu denk ik 2, 5 maand bezig en het gaat vlot. In het begin was het wel moeizaam en vraag alles wat tijd. Je moet terug fysiek op punt staan om wedstrijden mee te doen. Maar ik moet eerlijk zeggen: ik voel me sterk en begin eigenlijk terug uitzicht te krijgen op mijn sportcarrière.”

Is het voor jou moeilijker om mentaal sterker te worden of fysieker?
“Nee, mentaal is zeker geen probleem voor mij. Eigenlijk precies het omgekeerde. Ik voel me sterker en hongeriger dan ooit om deze zomer terug te komen. Natuurlijk heb ik nu meer werk dan vroeger, het is op fysiek vlak meer dan ik gewoon ben.”

Nu je terug volop aan het trainen bent, heb je een ultieme sportdroom die je nog wil verwezenlijken?
“Voor mij gaat het er nu vooral om dat ik terugkom. En dat ik de rest van mijn carrière gewoon kan meedraaien met de besten van de wereld (lacht). Ik vind het moeilijk om te verantwoorden om slechts voor één doel te gaan. Ik wil gewoon consequent op mijn beste zijn. Dat is niet gemakkelijk. Maar dat is mijn ultieme doel, die drive om steeds bij de besten te behoren.”