Tegen 2050 leven we met 9,7 miljard mensen op deze planeet. Die zullen allemaal consumeren en daar zijn kostbare grondstoffen voor nodig. We kunnen ze niet langer ongestraft uit de natuur halen. Bedrijven zullen moeten leren om circulair te ondernemen.

Meer mensen = meer consumptie
Meer mensen op de wereld wil zeggen meer productie en meer consumptie. Ons klimaat en de natuurlijke grondstoffen komen daarbij onder druk te staan. We moeten stoppen met waardevolle, eindige materialen uit de grond te halen, en wat we uit de grond gehaald hebben zo lang mogelijk in de economie te houden. Door smart en efficiënt materiaalgebruik, hergebruik en het sluiten van materiaalkringlopen. Door nieuwe businessmodellen in te voeren, zoals deeleconomie en producten/diensten-combinaties. “We moeten de waarde van materialen zo lang mogelijk behouden”, zegt Karel Van Acker, deeltijds hoogleraar en coördinator duurzaam materialenbeheer aan de KU Leuven. “En dat is meer dan recycleren alleen.” Het is ook het fundamenteel herbekijken van aspecten als design, levensloop en de verlenging ervan, assemblage en montage voor herstel, vervanging en hergebruik…

Goed in hergebruik
“Vlaanderen doet het helemaal niet slecht op het vlak van hergebruik, maar als je het op wereldvlak bekijkt, ziet het plaatje er niet zo fraai uit. Zo wordt amper 12 procent van alle materialen wereldwijd hergebruikt. “Dat is bitter weinig”, aldus Van Acker. We zullen dus een tandje moeten bijsteken. Door bijkomende strategieën, door het maximum uit alles te halen, met een minimum aan waardeverlies. We moeten beter doen dan alleen te zorgen voor downcycling, maar zolang het niet anders kan, moeten we materialen die aan waarde verliezen een andere, zinvolle bestemming geven. Een andere strategie is remanufacturing, waarbij we onderdelen vervangen, de levensduur verlengen en de materialencyclus korter maken.

DO_0618-001

Het is een illusie dat we ooit alles 100 procent circulair geproduceerd krijgen Karel Van Acker

 

Totale hergebruik te beperkt
“Het totale hergebruik van materialen wereldwijd is inderdaad nog te beperkt, maar gelukkig is er bij ons de wetgeving en bewustwording voor”, zegt Marjolein Scheers van Umicore. “Bij ons worden heel wat materialen – autokatalysatoren, batterijen, computerprintplaten, gsm’s… – afgebroken, gerecycleerd en aangeboden voor een tweede leven.” Van een gsm wordt zowel het toestel, de behuizing als de batterij gerecycleerd. De plastics dienen om het proces te voeden, de gassen die daarbij vrijkomen worden opgevangen en gezuiverd of omgezet met bestemming meststoffenindustrie. De edelmetalen worden opnieuw ingezet, in katalysatoren bijvoorbeeld, en uit de batterijen wordt koper, kobalt, nikkel en lithium gehaald die op hun beurt in nieuwe batterijen gebruikt kunnen worden. “Maar mentaliteit speelt zeker mee om het nog beter te doen”, zegt Scheers. “Zo is het inderdaad jammer dat er maar een klein deel van de naar schatting 1,5 miljard afgedankte smartphones gerecycleerd wordt”, zegt Scheers. “Gewoon omdat mensen ze ergens laten liggen omdat er nog foto’s van de kinderen of kleinkinderen op staan.” En zo gaat heel wat edelmetaal verloren.

Mentaliteitswijziging
“Een mentaliteitswijziging en een andere manier van leven zal onontbeerlijk zijn om te komen tot een circulaire economie”, meent ook Van Acker. “Hoeven we echt nog allemaal een eigen auto te bezitten, die meer stilstaat dan rondrijdt en in die zin ook handenvol geld kost?” Als we allemaal een auto zouden delen, zou die efficiënter benut zijn en voor elk van ons minder kosten. En minder verkeersproblemen veroorzaken. We zullen moeten evolueren naar nieuwe businessmodellen, waarbij de producent eigenaar blijft en het gebruik van zijn product als ‘dienst’ aanbiedt. De consument op zijn beurt zal een deelverantwoordelijkheid krijgen of mede-eigenaar worden van een product. “Het is een illusie dat we ooit alles 100 procent circulair geproduceerd krijgen”, besluit Van Acker, “zeker als je bedenkt dat we tegen 2050 nog eens 2,5 tot 3 keer meer materialen nodig zullen hebben dan vandaag. Niet alleen in Europa maar ook in Azië. Gelukkig zijn ze zich ook daar bewust dat ze een circulaire economie moeten uitbouwen…”