In samenwerking met

Sonja De Becker, voorzitter Boerenbond

Vlaamse land- en tuinbouwers produceren voedsel en sierteelt in een van de meest verstedelijkte gebieden van Europa. Hoewel ze ‘boeren’ op een beperkte ruimte, brengen ze producten van een bijzonder hoge kwaliteit voort, op een steeds duurzamere manier.

Duurzame intensivering
Sinds de tweede wereldoorlog onderging de landbouwsector, in Vlaanderen én heel Europa, een complete transformatie door verregaande mechanisatie en verbetering van de productiemethoden. Maar ook maatschappelijke veranderingen hebben geleid tot een sterke verandering van de economische activiteit. Al deze factoren hebben geleid tot een sterke daling van het aantal land- en tuinbouwers. Hoewel er meer dan 50.000 bedrijven verdwenen zijn, leveren de huidige bedrijven meer output met minder input. We kunnen dus zeker spreken van een duurzame intensivering van de land- en tuinbouw.

Essentiële menselijke behoefte
De Vlaamse land- en tuinbouwsector, dat zijn 24.000 familiale ondernemingen, die gepassioneerd met hun vak bezig zijn en topproducten produceren. Hierin schuilt onze duidelijke meerwaarde: deze familiebedrijven hebben een veeleisende maar kapitaalkrachtige afzetmarkt die strekt tot zo’n 300 km rond ons land. Landbouw is en blijft, als basis van de Vlaamse agrovoedingssector, zonder meer een belangrijke sector. Een die behoort tot de grootste werkgevers in ons land. Een sector die daarenboven voorziet in een van de meest essentiële menselijke behoeftes: gezonde en veilige voeding en dat tegen een betaalbare prijs.

 

Het behalen van de klimaatdoelstellingen lijkt ambitieus, maar de sector kan een belangrijk deel van de oplossing zijn

 

Aandacht voor duurzaamheid
De laatste decennia is de aandacht voor duurzaam produceren in de sector toegenomen. Dit zal ook in 2018 onlosmakelijk deel uitmaken van een goede agrarische praktijk. Dit zien we ook wanneer we de inspanningen van de land- en tuinbouw bekijken op het vlak van het behalen van de klimaatdoelstellingen. De landbouwsector heeft er zelf alle belang bij dat de klimaatafspraken van Parijs nagekomen worden. Klimaatopwarming betekent namelijk extremere weersomstandigheden en daardoor dus bijkomende economische risico’s. De landbouwsector is in ons land verantwoordelijk voor 9 procent van de CO2-uitstoot. Daarmee doen we het aanzienlijk beter dan de landbouw op wereldvlak, verantwoordelijk voor 24 procent van de CO2-uitstoot.

Ambitieuze doelstellingen
De Europese maatstaven voor het behalen van de klimaatdoelstellingen zijn ambitieus, maar als sector kunnen we ook een belangrijk deel van de oplossing zijn, binnen het Europese kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. We pleiten voor een Europese aanpak omdat wij als sector producten afzetten op een eengemaakte afzetmarkt. Het is ook niet erg efficiënt om land per land maatregelen uit te werken om de klimaatverandering tegen te gaan. De aanpak van de klimaatverandering heeft enkel kans op slagen als we dit Europees, of liever nog, mondiaal aanpakken. En daar willen wij graag een rol in spelen.