Dankzij Callboys ging het opeens keihard voor Rik Verheye, die de Vlaamse harten stal met zijn Jay Vleugels en diens intussen legendarische ‘Ebbekik ier een verhadering gemist?’. Hij wil dan ook volop het momentum grijpen. Maar laat dat nog voldoende tijd over voor vakantie?

Je bent oorspronkelijk van Knokke maar woont nu in Antwerpen. Heb je dan een vakantiegevoel als je naar de kust terugkeert?
“Jazeker. Ik ga ook zoveel mogelijk naar zee. Ik heb er nog een verblijf, waar ik in alle rust kan schrijven. Toen ik er destijds wegging, ben ik meteen een hele tijd weggebleven. Met als gevolg dat ik me, telkens wanneer ik nu terugkeer, een toerist voel in mijn eigen streek. Ik vind dat wel geestig: de toerist uithangen, maar met alle voordelen van een inheemse, die perfect weet waar je mosselen kan eten zonder dat je 20 euro te veel betaalt, of hoe je aan de kust geraak zonder eerst twee uur in de file te moeten staan.”

Ga je dan voornamelijk naar Knokke?
“Meestal wel ja, vooral omdat daar mijn familie woont, die ik veel te weinig zie. Maar ik heb ook een zwak voor Oostende. Grappig trouwens: ik ben van Knokke, maar ik ben ook ambassadeur van ‘vijand’ Oostende – een soort van middelvinger naar mijn thuisstad (lacht). Oostende is in tegenstelling tot Knokke een échte stad. Net zoals Brussel – ik noem het weleens Brussel aan Zee – is het opgetrokken uit tegenpolen. Arm en rijk, jong en oud, zwart en blank komen er samen. Oostende heeft iets imperiaals en schraals tegelijkertijd. Dat is iets wat mij geweldig aantrekt. Een soort vergane glorie, zonder dat ik dat negatief bedoel.”

 

Toen ik destijds uit Knokke wegging, ben ik meteen een hele tijd weggebleven. Met als gevolg dat ik me, als ik terugkeer, een toerist voel in mijn eigen streek

 

Trekt de zee je letterlijk aan?
“Dat is eigen aan mensen die daar geboren zijn: je moet om de zoveel tijd de zee zien. Een vriend van mij sprak ooit over de menselijke nood aan ‘verdwerging’: die enorme watermassa met die vaste golfpatronen zien, je nietig voelen en eens goed kunnen bezinnen of nadenken. Een soort tragikomisch gegeven dat ik zalig vind. Zelfs al heeft ons land niet de meest aantrekkelijke kuststrook (lacht). Het kustgevoel zit er trouwens ook fysiek in. Toen ik in mijn Studio Herman Teirlinck-tijd op zondag terugkeerde van een weekend aan het thuisfront had ik de eerste dagen in Antwerpen een zware valling… Omdat mensen van de zee die vuile stadslucht moeilijk gewoon worden. We moéten dus regelmatig terug naar zee.”

Ga je ook graag naar het buitenland?
“Ja, maar sinds het succes van de Callboys is dat wat moeilijker geworden. Nu, we zijn destijds net voor de release met ons vier naar Ibiza geweest, en dat was de max. Je hebt er een rustig gedeelte met overweldigende natuur – het is een cliché, maar het is zo – en je kan er uiteraard fantastisch feesten. We werden er uitgenodigd door Boris Daenen (Netsky, red.), om naar zijn dj-set te komen kijken. Echt clubben dus. Dat was super, ook al omdat het zo lang geleden was. Dan gingen we door tot 7 uur ’s ochtends, om vervolgens met een kater aan het zwembad verder te blijven drinken tot iemand zei: ‘We zullen maar eens gaan slapen zeker?’ Waarna we op het strand gingen liggen maffen. Heerlijk. Of die keer dat we naar de Ushuaia gingen, twee hotelgebouwen met een binnenplaats waar dance-events plaatsvinden. Je kunt dus een kamer huren om te feesten, maar ook beneden loos gaan. Stonden we daar opeens een halve meter van David Guetta. Kijkend naar elkaar: zie ons hier bezig (lacht).”

 

Ik ben zot van goede nonsensdialogen die toch heel veel zeggen

 

Kun je ook alleen zijn op vakantie?
“Ik heb dat zelfs nodig. Dan ga ik een koffie drinken op mijn eentje, of ga ik alleen slapen. Ook om te schrijven heb ik liever niemand in de buurt. Niet dat ik dan de hele dag door zit te pennen hoor, dat werkt niet. Ik krijg soms de beste ideeën wanneer ik met mijn maten in het park aan het voetballen ben. In mijn hoofd blijft dat sowieso rondmalen.”

Je kunt dan wellicht ook niet gewoon een boek lezen zonder er scènes in te zien.
“Klopt volledig. Ik ben altijd aan het werk, zelfs al lig ik niets te doen. Zij het dat vooral mijn verbeelding werkt. Ik koop mijn boeken en lees altijd in functie van. Zeker wanneer er sprake is van goede dialogen, slaat mijn kop op hol. Ik ben zot van goede nonsensdialogen die toch heel veel zeggen. Iets dat ik graag kenmerkend wil maken als ik misschien binnenkort zelf eens een reeks zou maken.”

Je zit voor de nieuwe reeks De Bende van Jan De Lichte tijdens de opnames vaak op hotel. Neemt dat de charme van hotels niet wat weg?
“Eigenlijk wel. Als je op vakantie gaat, is het altijd spannend in welke kamer je zal belanden. Hoe is de badkamer? Zijn de handdoeken geplooid in een zwaanvorm? Is de matras hard of zacht? En dan bel je naar huis om tegen je moeder te zeggen dat je goed bent aangekomen en dat ‘de kamer in orde is hoor’. Dat speciale gevoel ben ik nu wat kwijt. Ik kan je verzekeren dat er weinig charmant is aan een kamer in een Ibis-hotel naast de snelweg in La Louvière (lacht).”

 

Ik ben ooit als shemale naar buiten gewandeld uit een Filipijns vrouwentoilet; de beste acteerprestatie van mijn leven

 

 

Kun je ons verblijden met een smakelijke vakantieanekdote?
“Ik heb er zelfs twee: een positieve en een redelijk gênante. Laat me beginnen met die eerste. Ik was drie jaar geleden met vakantie op de Filippijnen en had een brommertje gehuurd om naar een afgelegen strand te rijden, via een rotslechte baan. Bij mijn terugkeer, in het midden van de nacht, viel dat ding opeens in panne. Daar stond ik dan, moederziel alleen, te bleiten van ellende. Tot opeens, stomtoevallig, een busje opdoemde van een touroperator. De zijdeur gaat open en ik hoor in het Vlaams: ‘Maar hier zie, den Anthony!’ – dat was de rol die ik destijds speelde in de telenovelle Ella. Zo ben ik dus, met brommer en al, mee kunnen rijden. Op zo’n moment is het wel leuk om herkend te worden, ja (lacht).”

En dan nu de gênante …
“Die speelt zich eveneens af in de Filippijnen en alweer op mijn brommertje. Het regende dat het goot, en opeens stelde ik vast dat ik – excusez le mot – ongelooflijk hard moest kakken. Ik dook een hamburgertent binnen en spurtte naar het toilet, maar de rij bij de mannen was veel te lang. Dus bij de vrouwen dan maar. En maar ‘Yes!’ roepen met een vrouwenstemmetje toen er op de deur werd geklopt (lacht). Dan stelde ik opeens vast dat er geen toiletpapier meer was. Het enige wat erop zat, was om mijn boxershort te gebruiken, die ik dan uiteraard niet meer kon aantrekken.”

Hoe heb je je daaruit gered?
“Ik had weliswaar nog een onderbroekje bij, maar dat was zo’n uitgesneden minimodel, dus dat ging niet. Ik heb dan maar mijn witte, zeiknatte T-shirt tot helemaal onder mijn knieën getrokken zodat het een kleedje leek, en ik ben vervolgens naar buiten gewandeld als een echte shemale, compleet met getuit mondje en de juiste pasjes. En het werkte. Ik moet zeggen: de beste acteerprestatie van mijn leven (lacht).”

Als Rik Verheye geen acteur geworden was, dan was hij…
“Heel vroeger wilde ik clown worden, en daarna pastoor, tot ik ontdekte dat ik dat allemaal kon spelen als acteur. Ik ben ook altijd gefascineerd geweest door hoe mensen praten en bewegen. Ook circus boeide mij sterk, ik dweilde destijds met mijn moeder alle mogelijke voorstellingen in Europa af. Dus het heeft er altijd in gezeten. Nu, stél dat ik nu iets anders zou kunnen of moeten doen, dan heel misschien architect. Maar ah, laat mij gewoon maar spelen.”