Toen ik studeerde, deed Bill Gates iets wazigs in de garage van zijn ouders. Internet? Dat kon hooguit het voetbalploegje van een detergentenboer zijn. We studeerden onder de crucifix, bij de prof aan de pupiter, op kot bij de madam. We kenden vaagweg iemand die telefoon had, het luxebeest. We brosten, we blokten, we hadden liefdesverdriet, en we veranderden de wereld, vooral rond 23 uur, na een viertal donkere bieren. Daarna schreven we weleens poëzie, meer specifiek over het heelal.

Parallel universum
Ik weet niet of ik vandaag graag student zou zijn. We vonden vroeger dat er wel wat van ons gevraagd werd, maar ik vermoed dat het tegenwoordig méér is. Je moet meer kiezen. Misschien wel te veel. Het leek vroeger duidelijker. De studie is ‘flexibel’ ingericht. Mooi, maar of dat nou altijd een voordeel is? En het parallelle universum van de digitale en sluipend-hypercommerciële media, met de talloze granieten meningen, de permanente bereikbaarheid, is dat wel zo’n vooruitgang? Nu moet je voor het ontbijt je operating system al van een update voorzien hebben. Nee, ik weet niet of ik vandaag graag student zou zijn. Of misschien ben ik domweg jaloers, want stukken ouder? En misschien regent het vanmiddag gewoon wat te veel.

 

Is het nu allemaal anders? Waarschijnlijk wel, wellicht niet.

 

Honderdduizend hits
Misschien moet je aan een jonge oudere niet vragen of het nu allemaal anders is. Waarschijnlijk wel, wellicht niet. Zitten de verschillen daar waar het telt, of alleen maar daar waar ze indruk maken? Ik denk bijvoorbeeld aan zoeken. Wij deden dat in de bib en waren zielsgelukkig als dat na drie weken een handvol titels had opgeleverd. Nu doe je dat digitaal, en je vindt het verdacht als een zoekopdracht na driekwart seconde minder dan honderdduizend hits oplevert. Is dat anders? Tja.

Hoppen & levenslang leren
Of leren – een woord dat wij nooit gebruikten. Nu doe je dat sàmen, in een ‘leercentrum’ en je hebt handenvol werkvormen, evaluatie- en terugkoppelingsmomenten en andere lange woorden. Wij luisterden en wij blokten. Maar het doel blijft hetzelfde. Of praten. Ons sociale medium was de barkruk, of we kletsten gewoon wat. Een forum? Dat was met hoofdletter en bevond zich in Rome. Werken,  dat deden wij ook. We zochten een baan, graag voor het leven. Nu mag het kennelijk wat flexibeler. Er wordt gehopt en er is ‘levenslang leren’ bijgekomen, iets wat wij, met een even spuuglelijke term, ‘permanente vorming’ noemden. En nu moet je ‘ondernemend’ zijn. Wij staken de handen uit de mouwen. Zoek de échte verschillen: ze lijken er te zijn, maar na wat denken verdwijnen ze.

Oud nieuws
Eigenlijk, denk ik, hoop ik, blijft de essentie dezelfde. Ik hoop dat de student van nu nog altijd de wereld te lijf wil, de mensen een geweten wil schoppen, de wereld bijzonder wit en bijzonder zwart inschat, zonder suf grijs. Eigenlijk hoop ik dat de student zich, net als altijd, gezegend voelt met de kracht van de jeugd, zonder het zelf te beseffen, en dat wij, oudjes, zien dat het goed is. Misschien is het nieuwe onder de zon niet zo nieuw, het oude niet zo oud. Misschien.
Wat zou het leven lelijk zijn zonder dat woord.