België geniet wereldwijd de reputatie van een land van fijnproevers en levensgenieters. Een land ook dat sterk verknocht is aan zijn culinaire tradities. Zeven Belgische streekproducten waar Belgen trots en buitenlanders verzot op zijn. En terecht.

Mineraalwater

Al in de 16e eeuw werd er mineraalwater geëxporteerd vanuit België. De meeste flessen mineraalwater in België – en bij uitbreiding de Benelux – dragen het etiket van Spa. Het water komt uit de boden van de Hoge Venen, waarbij de veenmossen een barrière vormen die het regenwater op natuurlijke wijze filtert. Spa is zo bekend dat het in het Nederlands haast synoniem geworden is voor mineraalwater.

Spruitjes

Toen Brusselse boeren in de 16e eeuw met plaatsgebrek kampten, ontdekten ze een koolgewas dat ze in de hoogte konden verbouwen. De spruitjes waren geboren. Vandaag de dag worden spuitjes nog altijd met onze hoofdstad geassocieerd, in die zin dat ze in het Engels Brussels sprouts worden genoemd. Spruitjes zitten boordevol vitamine A en C, foliumzuur en tal van gezonde mineralen. Als ze goed worden klaargemaakt, is hun (vooral bij kinderen beruchte) bittere smaak iets minder prominent en hebben ze zelfs een lichte notensmaak.

Pralines

De praline is niet uitgevonden door een chocolatier of banketbakker, maar door een… apotheker. Inderdaad, toen de Zwitserse apotheker Jean Neuhaus zich in 1857 vestigde in de statige Koninginnegalerij in Brussel, verkocht hij al tabletten bittere chocolade. Maar het was zijn kleinzoon Jean die in 1912 de eerste chocoladebonbon met zachte vulling op de markt bracht: de praline. Een andere immigrant, Jean Daskalidès, opende in 1931 een winkel in Gent en ging met Neuhaus de concurrentie aan, wat uitmondde in het pralinebedrijf Leonidas.

Wafels

Buitenlanders kennen vaak het verschil niet tussen Brusselse en Luikse wafels, en dus houden ze het gemakshalve op Belgian wafles. Nochtans is het onderscheid goed zicht- en proefbaar: een Brusselse wafel is rechthoekig en over het algemeen minder zoet (daarom wordt er ook poedersuiker overheen gestrooid). Een Luikse wafel is rond of ovaal en heeft suikerkristallen in zijn deeg. Niet zelden worden de wafels afgewerkt met chocolade of ijs.

Frieten

Eind 18e eeuw, tijdens een extreem strenge winter waarbij de Maas dichtvroor, zochten de inwoners van Namen en Dinant een vervangmiddel voor de kleine visjes die ze in de rivier vingen. Gewoonlijk friteerden ze die visjes in olie, maar uit noodzaak probeerden ze het een keer met dunne reepjes gesneden uit aardappels. De friet was geboren. Anno 2015 is België ’s werelds grootste exporteur van aardappelproducten – behalve frieten ook kroketten en chips. Opmerkelijk: het grootste deel van de aardappelproductie- en verwerking gebeurt nog in kleine, familiale bedrijven.

Speculoos

Zeg nooit speculoos tegen speculaas – en vice versa. Het door Lotus uitgevonden ’speculoosje’ is overal ter wereld de ideale compagnon bij een kopje koffie. De lichte karamelsmaak blijkt immers uitstekend samen te gaan met de smaak en geur van versgebrande koffie. Speculoos onderscheidt zich van speculaas omdat het niet ‘bijgekruid’ is met typische speculaaskruiden zoals kaneel, gember, nootmuskaat en kruidnagel. De dikkere speculaaskoeken zijn vooral populair rond Sinterklaas.

Lambiek

Het oudste van de nog bestaande bieren is lambiek – de verzamelnaam voor geuze, kriek en faro. In tegenstelling tot gewoon bier wordt lambiek gebrouwen door spontane gisting in de buitenlucht, waarbij voornamelijk wilde gisten worden gebruikt. Lambiek wordt met gemoute gerst, ongemoute tarwe en veel oude hop gebrouwen, waarna het gist in eikenhouten vaten. Lambiek is een door de Europese Unie beschermde traditionele specialiteit. Jaarlijkse produceren de brouwerijen in het Pajottenland bij Brussel 500.000 hectoliter lambiek.