In samenwerking met

Eric Van den Broele,
Senior Manager Research & Development Graydon

Het is een goede zaak dat de overheid de strijd aanbindt met de slapende vennootschappen in ons land. Maar de nieuwe wet volstaat niet: de definitie is te beperkt en de kamers voor handelsonderzoek ontbreken de nodige middelen. Jammer, want spookvennootschappen zijn gevaarlijk voor de economie.

Gemoderniseerde wetgeving
Of je nu voor- of tegenstander bent, minister van Justitie Koen Geens toont daadkracht. Met de nieuwe insolventiewet is hij erin geslaagd om op korte tijd de gefragmenteerde en verouderde wetgeving rond faillissementen te bundelen en te moderniseren. Hoewel het nieuwe ‘Boek XX’ pas in mei 2018 in werking treedt, zijn ondertussen al verschillende spin-offs in werking. Zo kunnen sinds 1 april schuldeisers bij een faillissement hun vorderingen digitaal indienen via het platform RegSol.

Ontbinding
Daarnaast is sinds juni ook de snelle procedure in werking om slapende vennootschappen op te doeken, waarbij de rechtbanken van koophandel op vraag van het openbaar ministerie of andere belanghebbenden onmiddellijk de ontbinding kunnen uitspreken over een slapende vennootschap. Daarbij is ook de definitie verstrengd. Vandaag kan elke vennootschap die zeven maanden – in plaats van het vroegere 3 jaar – na de afsluitdatum geen jaarrekening heeft ingediend, ontbonden worden als spookvennootschap.

 

In 2013 poneerde justitie dat ons land zo’n 140.000 slapende vennootschappen telt. Hoog tijd voor actie

 

Opsporing slapende vennootschappen
Hierbij krijgen de kamers voor handelsonderzoek de opdracht om actief werk te maken van de opsporing van deze slapende vennootschappen. Niet alleen entiteiten die geen jaarrekening neerleggen, maar ook vennootschappen waarvan de beheerders niet beschikken over de nodige beroepsbekwaamheid kunnen uit de economie worden geplukt.

Enge definiëring
Het is goed dat de wetgever de spookvennootschappen aanpakt. Deze zijn namelijk de ideale dekmantel voor illegale activiteiten, zoals fraude. En criminelen hoeven ze niet ver te zoeken. In 2013 poneerde justitie dat ons land, op basis van jaarrekeningen die al te laat of niet werden gepubliceerd, zo’n 140.000 slapende vennootschappen telt. Hoog tijd voor actie. Maar of de huidige wet en de – enigszins enge – definitie van de slapende vennootschap volstaat, daar heb ik ernstige vragen bij.

Betere methodes
Deze beperkte definitie van de slapende vennootschap zet het belang van de jaarrekening centraal, maar niet enkel bedrijven die geen jaarrekening publiceren, bevinden zich in de schemerzone. Gelukkig zijn er betere en meer nauwkeurige methodes om slapende vennootschappen in ons land op te sporen dan enkel te kijken naar de jaarrekening. En het is niet eens zo moeilijk voor de rechtbank om gebruik te maken van deze betere methodes. De huidige wet hoeft er zelfs niet voor te wijzigen. De voorzitter van de rechtbank mag namelijk, volgens artikel XX.7, alle onderzoeksdaden stellen die hij nodig acht.

 

Het gevaar echt elimineren, vraagt om een bredere definiëring en financiële bewapening van de rechtbanken

 

‘Shoppende’ criminelen
Zelfs als de rechtbanken positief evolueren, dan nog rijst de vraag of ze in staat zullen zijn om de spookvennootschappen te bestrijden. De kamers voor handelsonderzoek belasten met de taak om de economie uit te zuiveren, lijkt een logische keuze. Maar dan moeten ze er ook het nodige personeel en budget voor krijgen. Nu riskeert de overheid dat de ene rechtbank de taak al beter zal vervullen dan de andere. Dat laat criminelen toe om te ‘shoppen’ van arrondissement tot arrondissement. Ze laten de keuze van hun dekmantel afhangen van de inspanningen van de lokale kamer voor handelsonderzoek. Een situatie die te allen tijde moet worden vermeden.

Minister Geens bindt dus terecht de strijd aan met spookvennootschappen. Maar het gevaar echt elimineren, vraagt om een bredere definiëring en financiële bewapening van de rechtbanken. Voer voor een volgende missie.