Ongeveer dertien procent van de Vlamingen zegt verslaafd te zijn aan z’n smartphone, zo blijkt uit het jaarlijkse Digimeter-rapport. Bij 15- tot 39-jarigen is dat zelfs een kwart. Waarin schuilt die aantrekkingskracht van de gsm en wat valt eraan te doen?

“Digibesitas” of “nomofobie”: het verschijnsel dat mensen verslaafd zijn aan de smartphone is zo wijdverbreid dat er tegenwoordig zelfs aparte woorden voor bestaan. Dat het fenomeen zo snel om zich grijpt, laat zich makkelijk verklaren: technologie is tegenwoordig overal en altijd en dat maakt het lastig om er tegenin te gaan.

Endorfineshots door bliepjes
Maar is dat dan zo erg? “Het wordt pas gevaarlijk als je de instant satisfaction van de gsm niet meer kunt missen”, zegt Christine Wittoeck. Zij schreef het boek Start to Digital Detox en traint vooral werknemers van bedrijven om verstandig met hun gsm om te gaan. “Elke ping, elke bliepje, elk nieuw bericht is een endorfineshot in je hersenen. De makers van apps denken daar ook heel bewust over na, hoor. Verveling lijkt niet meer te bestaan.” Het gevolg is helaas dat door de overvloed aan sociale media je echte sociale contacten de dieperik in dreigen te  gaan.

 

Elk ping, elke bliepje, elk nieuw bericht van de gsm is een endorfineshot in je hersenen Christine Wittoeck

©iStock

Digital natives
Maar niet alleen bedrijven en hun werknemers moeten soms afkicken van de smartphone, ook meer en meer ouders zien problematisch gsm-gedrag bij hun kinderen. “Al moet je ook niet alle schuld alleen op de jongeren steken”, zegt Wittoeck. “Ik zie genoeg ouders die zelf constant met de gsm in de weer zijn. Die kinderen hebben van jongs af niets anders gezien, dan hoeft het niet te verbazen dat zij er ook mee bezig zijn.”

Gereguleerd gsm-gebruik
Eén van die digital natives is de veertienjarige Arne Pauwels uit Leuven. Hij tokkelt graag op zijn telefoon, maar is er nog lang geen slaaf van. “Ik gebruik hem ongeveer een uur tot anderhalf uur per dag”, zegt hij. “Vooral Facebook, Instagram en YouTube. In de vakantie is het wel iets meer, want dan heb ik soms niks te doen en dan verveel ik mij.” Thuis heeft hij wel regels over het gebruik van de smartphone. “Al is mijn mama wel wat strenger, die houdt zich ook echt aan de tijd die we krijgen om er mee te spelen. Papa is er wat losser in (lacht).”

 

Ik zie vaak meeleerlingen die soms de klas nog niet uit zijn en al op hun gsm zitten te tokkelen Arne Pauwels

 

Iedereen heeft een gsm
Maar met zestig à negentig minuten per dag is Arne nog lang niet de recordhouder gsm’en. “Vanaf het derde jaar mogen de leerlingen op onze school hun gsm op de speelplaats gebruiken. Ik zie er vaak die de klas nog niet uit zijn en al op hun gsm zitten.” Er is er geen enkele leerling meer in Arne’s school die géén eigen gsm heeft. Een enkeling gebruikt nog een gewone telefoon in plaats van een smartphone.

Schoolwerk bespreken via social media
Tijdens het studeren houdt Arne zijn telefoon ook in de buurt. Hij zet het apparaat dan op stil, maar niet helemaal uit. En dat is bewust. Arne: “Helemaal uitzetten doe ik niet, want dan ben ik niet meer bereikbaar. En soms kan het handig zijn om met andere mensen uit de klas te babbelen over de stof die je moet leren.” Dat voorbeeld geeft goed aan dat het belangrijk is om na te gaan waarom kinderen voortdurend op bijvoorbeeld Facebook zitten. “Want,” zegt Wittoeck, “misschien is dat wel dé manier waarop schoolwerk verdeeld en besproken wordt. En dan wordt het een ander verhaal natuurlijk.

 

Koop een alarmklok, dan laat je je niet in bed verleiden om uren op de smartphone bezig te zijn Christine Wittoeck

 

Maak concrete afspraken
Als het met het gsm-gebruik echt de spuigaten uitloopt, kan je er gelukkig ook wel iets aan doen. Wittoeck: “Praat erover met je kinderen en maak goede afspraken. Geef concrete tijdstippen waarop ze hun telefoon mogen gebruiken en houd hen daar aan. Dan verschilt het eigenlijk niet zoveel met het fenomeen tv kijken. Daar werden vroeger ook afspraken over gemaakt.”

Beslis zelf je beschikbaarheid
Een heel concrete maatregel is bijvoorbeeld dat je alle notificaties, blieps en piepjes op de gsm afzet. Daarmee zal de neiging om ernaar te grijpen meteen een stuk kleiner worden. “Je mag gerust zelf bepalen wanneer je bereikbaar bent en wanneer niet”, zegt Wittoeck. “Er is geen wet die zegt dat je dag en nacht mails moet beantwoorden.” Nog een heel praktische tip: koop een wekker. “Veel mensen gebruiken hun gsm als alarm en laten zich in bed verleiden om nog uren op de smartphone bezig zijn. Met een wekker kun je je telefoon rustig beneden laten.”