Een Factory of the Future bouw je niet alleen door te automatiseren en te digitaliseren, maar ook door de mens centraler te zetten. Tot die opvallende conclusie kom je als je een fabriek van de toekomst binnenwandelt. “Zelfsturende teams zijn hier vanzelfsprekend.”

Nuscience uit Drongen mag zich sinds begin februari officieel een Factory of the Future noemen. Agoria en Sirris reikten die titel ook dit jaar uit aan vijf ondernemingen die ‘op een coherente wijze de uitdaging van de vierde industriële revolutie aangaan.’

Zelflerend systeem
Bij dierenvoederproducent Nuscience vallen vooral de vorderingen rond automatisatie en digitalisering op. In de ‘specialiteitenfabriek’, die het bedrijf in 2015 in gebruik nam, gaan er tussen het productie- en de planningsysteem dagelijks 5.000 berichten over en weer. Op basis van die informatie stuurt het planningssysteem zichzelf bij; het leert dus beter te plannen. Het productiesysteem wisselt op zijn beurt 40.000 à 80.000 boodschappen uit met de machine-PLC’s. Het resultaat van al dat intelligente dataverkeer? De doorlooptijden voor bestellingen werden tot drie à vijf dagen herleid.

 

Fabrieken van de toekomst investeren in technologische én sociale innovatie Walter Auwers

 

Meer dan technologie
Toch draait de toekomst van de maakindustrie niet alleen rond automatisatie en interconnectiviteit. Ook de wendbaarheid van de organisatie, de duurzaamheid van de gebruikte materialen, de kwaliteit van het machinepark, de integratie van het circulaire denken en de sterkte van het netwerk rond de onderneming bepalen mee in hoeverre het bedrijf klaar is om de uitdagingen van morgen aan te gaan. “Die zeven criteria zijn voor bedrijven de noodzakelijke voorwaarden om in een snel veranderende wereld betekenisvol te blijven”, stelt Walter Auwers van Sirris.

Veiligere en betere rol
Opmerkelijk is de plek die de mens in dit hele transformatieverhaal krijgt. Ludo Deferm, executive vice president van imec, is er alvast van overtuigd dat in die slimme fabrieken medewerkers een betere en veiligere rol zullen krijgen dan vandaag. “Handwerk zal steeds meer overbodig worden. Veel jobs zullen verdwijnen, maar er zullen ook veel nieuwe in de plaats komen.” Deferm schat dat werknemers in de toekomst vooral met de software van de machines zullen bezig zijn, met monitoring en analyse bijvoorbeeld.

 

In de fabrieken van de toekomst hebben werknemers een betere en veiligere rol dan vandaag Ludo Deferm

 

Sociale en technologische innovatie
Dat robotisering de arbeidsmarkt niet per se bedreigt, bewijzen de cijfers van de vijf pas verkozen Factories of the Future. In de voorbije vijf jaar investeerden ze samen meer dan 110 miljoen euro in infrastructuurvernieuwing, digitalisering en automatisatie en creëerden ze een honderdtal nieuwe jobs. Walter Auwers was evenzeer verrast door de positieve sfeer, de betrokkenheid en de fierheid die de werknemers in die bedrijven tentoonspreiden. “Het is duidelijk dat er fabrieken van de toekomst niet alleen in technologische, maar ook in sociale innovatie investeren.” Punch Powertrain uit Sint-Truiden, een van de winnaars in 2016, is op dat vlak een mooi voorbeeld. Het bedrijf evolueerde van een sterk hiërarchische structuur naar eentje waarin samenwerking centraal staat. Zelfsturende teams zijn er vanzelfsprekend geworden.

Evolutionair vs. revolutionair
Ook al staat de technologie op punt en ook al zetten onze fabrieken aardige stappen vooruit, het zal zeker nog zijn tijd duren voor we in Vlaanderen echt van een maakindustrie 4.0 zullen kunnen spreken. “Zolang het gaat om nieuwe productielijnen opzetten, loopt het allemaal heel vlot”, evalueert Deferm. “De grootste moeilijkheid ligt in de transformatie van wat al in het bedrijf aanwezig is.” Om die reden verwacht hij dat de transitie eerder een evolutionaire dan een revolutionaire weg zal volgen. Achterstand op onze buurlanden hebben we volgens Auwers en Deferm niet, al moedigen ze de bedrijven wel aan om niet te dralen. “In een tijd waarin consumenten steeds betere én goedkopere producten willen, waarin alleen het nieuwste goed genoeg is, ben je genoodzaakt om mee springen. Je moet de snelheid van verandering aankunnen. Dát is de toekomst.”