Op kot gaan: veel volwassen die terugblikken op hun jeugd koesteren er de beste herinneringen aan. Om de haverklap feestjes, niemand die zegt wanneer je thuis moet zijn, kotgenoten die vrienden voor het leven worden. Kortom, een periode van vrijheid waarin je gaat en staat waar je wilt, zonder al te veel verantwoordelijkheden – behalve slagen op het einde van het jaar.

Proef de vrijheid
“Vrijheid en zelfstandigheid proeven, je eigen leer- en leeftempo ontdekken, evenwicht vinden tussen studeren en feesten, nieuwe mensen leren kennen: op kot gaan heeft heel wat voordelen”, aldus Frederik Snauwaert van Xior, vastgoedgroep met focus op studentenhuisvesting. Léonie Callens onderschrijft de woorden van Snauwaert. Ze studeert aan de KULAK in Kortrijk en is afkomstig uit Waregem. Een treinrit van ongeveer een kwartier, dus pendelen zou perfect kunnen.

 

Het belangrijkste voor mijn ouders is dat er in januari en juni goede resultaten op tafel komen. Wat ik doe tijdens het jaar, dat moet ik zelf weten – Léonie Callens

 

Studentenleven = kotleven
Toch heeft ze gekozen voor het kotleven, omwille van de zelfstandigheid. Callens heeft altijd al op eigen benen willen staan en grijpt die kans nu met beide handen. “Ik vind het kotleven gewoon een onderdeel van het studentenleven, zonder kot zou het voor mij niet hetzelfde zijn.” Toch geeft ze toe dat ze opgelucht is als ze vrijdag naar huis kan. “Tijdens de week mis ik mijn thuis niet. Maar naar het einde toe verlang ik wel om weer even gezellig samen met het gezin te zijn.”

Discipline of feesten?
Een heel ander geluid is te horen bij Thibault Covemaeker, die studeert aan dezelfde KULAK, maar in Oostende woont en niet op kot gaat. Dagelijks is hij drie uur onderweg. “Een enorm tijdverlies”, verzucht hij. De reden? Zijn ouders. “Zij dachten dat ik veel te veel zou uitgaan, te weinig zou leren en niet voor mezelf zou kunnen zorgen. Zelf zou ik zeer graag op kot gaan, al was het maar om niet dagelijks drie uur lang onderweg te zijn.” En die spreekwoordelijke ongeremde vrijheid van het kotleven, is dat voor Callens een reden om het ongebreideld op een feesten te zetten? “Het belangrijkste voor mijn ouders is dat er in januari en juni goede resultaten op tafel komen. Wat ik doe tijdens het jaar, dat moet ik zelf weten.”

 

Ik eet een beetje gezonder, studeer een beetje meer en ga een beetje minder lang uit. En ik heb geen kot om op te ruimen – Thibault Covemaeker

 

Overschotjes vs. mama
Covemaeker heeft wel een voordeel. Want waar bij moeder thuis doorgaans gezonde dingen op tafel komen, moeten kotstudenten nu zelf hun potje koken. Maar dat is niet altijd zo evident, ook al omdat het budget waarover ze beschikken bescheiden is. Callens: “Ik probeer zo goedkoop mogelijk mijn week door te komen. Daarom eet ik vaak croque-monsieurs. Het kost niet veel, maar het smaakt beter dan een droge boterham.” Haar kookkunsten zijn naar eigen zeggen ook vrij beperkt. “De neiging om een pizza in de oven te steken of frietjes te gaan halen is groot. Daarom ben ik ook altijd blij als ik overschotjes meekrijg van thuis. Dan weet ik dat ik toch iets voedzaams binnen heb.”

Bredere kijk op de wereld
Covemaeker wikt en weegt en moet uiteindelijk vaststellen dat hij voor zijn drie uur onderweg toch één en ander terugkrijgt: “Ik eet een beetje gezonder, studeer een beetje meer en ga een beetje minder lang uit. En ik heb geen kot om op te ruimen.” Toch is volgens Frederik Snauwaert de kotstudent uiteindelijk in het voordeel: “Doordat hij zichzelf beter leert kennen en een bredere kijk op de wereld krijgt – zeker als er buitenlandse studenten op zijn kot zitten – zal hij later misschien ook iets zelfzekerder in de jobmarkt staan. Waarmee ik niet wil zeggen dat zij die thuis blijven, watjes zouden zijn (lacht). Absoluut niet.”