Bij internationaal ondernemen komt heel wat kijken, op heel wat vlakken. Vooral fiscaal en juridisch gezien zitten er verschillende (complexe) addertjes onder het gras. Een goede voorbereiding, accurate opvolging en deskundige (lokale) begeleiding zijn geen overbodige luxe.

Belgische principes in het buitenland
Je mag nog zo goed thuis zijn in Belgische bedrijfsvoering, toch mag je nooit van haar principes uitgaan als je in het buitenland onderneemt. Eenvoudig voorbeeld: het vennootschapsrecht in Azië verschilt zo hard van het onze dat je het bijna niet herkent. Ondernemen in het buitenland heeft, anders gezegd, heel wat juridische en fiscale voeten in de aarde. En alles begint bij de manier waarop je de lokale activiteit structureert: distributie? Werken met agenten? Franchising? Investeren in een lokale medewerker? Een bijhuis of dochtervennootschap oprichten? De keuze zal grote gevolgen hebben. Bob Maurau van Deloitte: “We merken daarom dat Belgische ondernemingen meestal eerst beslissen met welk bedrijfsmodel ze naar het buitenland willen trekken. Want dat bepaalt in principe alle juridische en fiscale aandachtspunten.”

Medewerker ter plaatse
De keuze van die structuur hangt af van verschillende factoren. Zoals omvang en aard van de activiteiten en de lokale marktomstandigheden. De meeste ondernemingen die de touwtjes in handen willen houden kiezen voor een medewerker ter plaatse, de opstart van een lokaal kantoor of de oprichting van een vennootschap als afzonderlijke rechtspersoon. Dat laatste is de meest complexe keuze, maar daarom niet de minst evidente. Bob Maurau van Deloitte: “Een lokale medewerker wordt in veel landen als vaste vertegenwoordiging beschouwd, waardoor het bedrijf fiscaal onderworpen wordt aan de lokale regels. Dan kun je toch beter meteen een aparte entiteit oprichten en zelf de boekhouding voeren.”

Overnames
In landen met een complexe juridische en fiscale structuur wordt ook vaak gekozen voor overname van een lokaal bedrijf. “Internationalisering is altijd een avontuur, op alle mogelijke vlakken”, vertelt Anneleen Vander Elstraeten van Lige Advocaten. “Daarom is overname heel interessant: je springt meteen over de opstartfase en alle bijkomende perikelen heen. Als het bovendien een kleine entiteit is, kun je gemakkelijk opschalen.”

 

Internationalisering is altijd een avontuur, op alle vlakken Anneleen Vander Elstraeten

 

Fiscale consequenties
Wat ook de gekozen juridische structuur is, fiscale consequenties zijn uiteraard onvermijdelijk. “Op voorhand samenzitten met lokale adviseurs lijkt ons een must”, aldus Anneleen Vander Elstraeten van Lige Advocaten. “Zij zijn het best geplaatst om de lokale fiscale en juridische regels en de impact hiervan op de gewenste activiteiten in kaart te brengen en verrassingen te voorkomen, zoals het risico op dubbele belastingen wanneer bij controle blijkt dat de fiscale administratie in twee landen, regels of feiten anders beoordeelt.”

Andere organisatie
Een ander aandachtspunt: na de keuze van de juridische structuur kan het bedrijf op een organische manier een andere richting uitgroeien of anders georganiseerd worden om bedrijfseconomische redenen. Bob Maurau van Deloitte: “Een typevoorbeeld is een onderneming die één verkoper één dag in de week de grens laat oversteken om de buitenlandse markt af te toetsen. Wanneer dit succesvol blijkt, gaat diezelfde verkoper algauw twee of drie dagen per week naar het buitenland en worden er lokaal contracten afgesloten.” Waardoor een andere fiscale dynamiek ontstaat en dus andere regels gelden.

Niet eenvormiger
Vreemd genoeg wordt de wereld er ondanks de globalisering juridisch en fiscaal niet eenvormiger op. Kijk bijvoorbeeld naar de EU, waar ondanks de harmonisering van de fiscale regels nog altijd relevante verschillen tussen de lidstaten zijn – bijvoorbeeld op het vlak van inkomstenbelastingen. Het komt er dus altijd op neer om proactief de juridische en fiscale gevolgen van buitenlandse expansie in kaart te brengen om verassingen te vermijden. In dat opzicht is het aangeraden te kiezen voor een eenvoudig en consistent internationaal bedrijfs- en fiscaal model, dat overeenstemt met de economische realiteit. En in de eerste plaats: gebruik te maken van lokaal advies. Bob Maurau van Deloitte: “Want de fiscale en juridische vragen bij expansie in het buitenland zijn misschien altijd dezelfde, de antwoorden kunnen wezenlijk van elkaar verschillen.” En die worden nog altijd het beste beantwoordt door een expert ter plaatse.