Industrie 4.0, een term die in Duitsland een paar jaar geleden voor het eerst opdook, is veel meer dan een holle marketingterm. Het is de toekomst en in sommige gevallen al realiteit waar industriële bedrijven zich naar moeten aanpassen en herinrichten. “In sommige sectoren kan het zijn dat het volledige businessmodel op de schop moet.”

Er bestaat geen eenduidige, universele definitie van industrie 4.0. Op welke website je ook kijkt, met welke ondernemer of wetenschapper je ook spreekt, iedereen zal zijn eigen, licht aangepaste versie geven van wat industrie 4.0 volgens hen is of moet worden. “De vaste kern van het begrip is wel de invloed van de digitale evolutie op de industrie”, legt Leo van de Loock uit, directeur van het Vlaams Agentschap Innoveren en Ondernemen.

Nieuwe mogelijkheden voor industrie
De digitale evolutie zorgt er onder meer voor dat er veel meer data beschikbaar is door allerlei nieuwe sensoren. Die data is dankzij de cloud ook op meerdere plaatsen beschikbaar en krachtigere computers zorgen ervoor dat data gemakkelijker verwerkt kan worden. “De industrie moet en kan wat met al die nieuwe mogelijkheden”, aldus Van de Loock.

 

Industrie 4.0 is eigenlijk het Internet of Things voor bedrijven Leo van de Loock

 

Industrie 4.0 vs. IoT
Van de Loock vergelijkt industrie 4.0 voornamelijk met het Internet of Things (IoT), wat inhoudt dat allerlei machines en apparaten met elkaar communiceren via internet. “Industrie 4.0 is eigenlijk het Internet of Things voor bedrijven”, zegt Van de Loock. Concrete toepassingen van het IoT zijn bijvoorbeeld koelkasten, wasmachines of auto’s die zelf aangeven wanneer zij verslijten of wanneer bepaalde onderdelen kapotgaan. Doordat zij via internet in contact staan met de fabriek waar zij vandaan komen, kunnen er automatisch reservestukken of een vervangend apparaat worden besteld. Alles zonder tussenkomst van de eigenaar.

Producten & diensten vallen samen
“Producten worden met elkaar en met de wereld verbonden waardoor allerlei nieuwe functionaliteiten ontstaan”, weet Dirk Torfs, algemeen directeur van Flanders Make. Zijn organisatie is als Vlaams, industriegedreven technologisch en innovatief onderzoekscentrum volop bezig met de veranderingen die het IoT voor de industrie teweegbrengt en andersom. “Producten en diensten vallen bijvoorbeeld samen. Dat is nu al het geval, zelfs zonder industrie 4.0 of IoT. Kijk bijvoorbeeld naar carsharing. Je betaalt voor een dienst en maakt gebruik van een auto wanneer je wilt, in plaats zelf een auto te kopen.” Ook bij printers zie je al vaak dat de printer zelf bijna gratis is, maar dat je vooral betaalt voor de inkt die telkens moet worden bijgevuld.

 

Het potentieel van industrie 4.0 is nog lang niet benut Dirk Torfs

 

Veranderende verdienmodellen
Die omslag kan volgens Torfs in sommige sectoren het hele verdienmodel veranderen. “Er zullen nieuwe businessmodellen ontstaan. Maar daarvoor moet nog een ganse weg worden afgelegd. Wij ondersteunen bedrijven via toepassingsgericht onderzoek in die transitie.” In de industrie kan wel dankzij die transitie naar Industrie 4.0 meer geautomatiseerd worden, doordat machines met elkaar en rechtstreeks met klanten communiceren. Dat heeft waarschijnlijk een verschuiving op de arbeidsmarkt als gevolg, maar niet per se een negatieve. Torfs: “Sommige mensen zullen zich moeten omscholen, ja. Er zal afbouw zijn door automatisering, maar ook opbouw.”

Evolutie in de werkgelegenheid
Hoe die opbouw er dan precies uitziet? “Ik verwacht dat lagergeschoolden het werk van middengeschoolden kunnen overnemen”, legt Torfs uit. “Middengeschoolden dat van hooggeschoolden waardoor de hooggeschoolden zich meer kunnen toeleggen op creatieve innovatie.” Wanneer de transitie bovendien goed wordt aangepakt, zou dat ook effecten kunnen hebben op de productie. “Productie die nu naar het Oosten is verhuisd, zouden we dankzij die transitie terughalen. Wanneer wij efficiënter kunnen produceren dan hen, zijn we immers weer interessant als productieland.”

Nog meer potentieel
Maar, er is dus nog een ganse weg te gaan. Het potentieel van industrie 4.0 is volgens de directeur van Flanders Make nog lang niet benut. “Het is vooral belangrijk dat we tot meer samenwerking tussen bedrijven onderling, maar ook met onderzoekscentra en universiteiten komen om het potentieel te benutten en om te zetten in economische groei en werkgelegenheid.” Daarnaast moet er volgens Torfs meer digitale kennis van zaken buiten de traditionele kennis binnen bedrijven komen. “Een derde punt waar nog werk aan is, is de privacy en de vraag wie de rechten over bepaalde data heeft. Klanten zijn nu nog niet zo snel bereid die data zomaar vrij te geven.” Wordt vervolgd dus.