Michèle Sioen (52), al 13 jaar lang CEO van Sioen Industries, werd eind 2017 door Knack uitgeroepen tot Manager van het Jaar. Ze was reeds voor de derde keer genomineerd en won het van zo’n 60 andere kandidaten. Vooral haar drive en ondernemingszin in een sector die het moeilijk heeft – textiel – werd geroemd.

Michèle Sioen heeft haar titel niet gestolen: de afgelopen twee jaar groeide familiebedrijf Sioen Industries heel sterk, tot 56 vestigingen in maar liefst 23 landen. Maar niet alleen haar rol als CEO werd hiermee erkend, ook haar breder maatschappelijk engagement. Zo was Sioen drie jaar lang voorzitter van het VBO én drukte ze haar stempel op de sectorfederatie Fedustria.

Wat betekent zo’n titel van Manager van het Jaar concreet voor u?
“Het is een mooie titel, daar ga ik niet flauw over doen, maar het is in de eerste plaats een erkenning voor het hele bedrijf en wat het de laatste jaren heeft gerealiseerd. Ik beschouw het dus zeker niet als een persoonlijke overwinning, en dat heb ik ook duidelijk gecommuniceerd aan iedereen die bij Sioen Industries werkt. Een bedrijf kan je immers niet reduceren tot de manager – het is een collectieve inspanning, waarbij elke schakel binnen het team belangrijk is.”

U kreeg in 2017 ook de titel van barones. Welke erkenning schat u het hoogst in?
(lacht) “Die titels kan en mag je niet vergelijken.”

De titel is ook een erkenning voor de textielsector, die het vandaag niet zo gemakkelijk heeft.
“Dat klopt. Ons land en zeker deze streek telt een paar heel mooie textielbedrijven, dus die mogen ook wel eens in het voetlicht worden geplaatst. Vooral omdat de sector meer negatief dan positief in het nieuws komt, door herstructureringen, allocaties, enzovoort.”

Sioen is actief in 23 landen, maar de hoofdzetel bevindt zich in het West-Vlaamse Ardooie. Vindt u dat als manager belangrijk, die link met een regio die een rijk textielverleden heeft?
“Het is vooral fijn dat het verhaal klopt: Sioen is op deze plek ontstaan en heeft zich van meet af aan als Vlaams bedrijf geprofileerd. De roots van de familie Sioen liggen ook in West-Vlaanderen én er is inderdaad die textielgeschiedenis. Bovendien heeft ons bedrijf ook de West-Vlaamse mentaliteit: hard werken, no-nonsense aanpak, spaarzaamheid, zin voor ondernemerschap…”

 

”Je kan een bedrijf nooit reduceren tot de manager”

 

Hoe zou u uw managementstijl eigenlijk omschrijven?
“Ik ben een echte people manager: ik werk enorm graag met mensen, je zal mij bijna nooit alleen in mijn bureau vinden. Zo heb ik een directiecomité, met daarin acht van de tien CEO’s van onze verschillende bedrijven. Met dat comité overleg ik heel regelmatig en direct: elke maand gaan wij door alle cijfers, resultaten en KPI’s. Ik geef mensen ook graag veel verantwoordelijkheid en vrijheid – zéker wanneer ik een persoon vertrouw.”

Sioen Industries heeft 56 vestigingen in 23 landen. Hoe slaagt u er als CEO in één bedrijfscultuur te handhaven?
“Dat is meer het werk van ons directiecomité en de HR-afdeling. Daarin worden alle bedrijfsaspecten behandeld die via de verschillende lagen overal in het bedrijf moeten doordringen. Ook onze marketingafdeling speelt via sociale media een belangrijke rol. Uiteraard kan ik als CEO niet in alle vestigingen persoonlijk aanwezig zijn. Wat ik wél doe als ik in één van onze bedrijven kom, is een kijkje nemen op de werkvloer – je pikt heel wat op door daar gewoon rond te wandelen, te kijken en met de mensen te praten. We zijn een productiebedrijf, dus is het maar logisch dat ik op de hoogte ben van wat er in productie gebeurt. Bovendien wil ik voeling blijven houden met zoveel mogelijk mensen van Sioen Industries.”

Michèle Sioen ©Thomas Schurmans
Michèle Sioen ©Thomas Schurmans

 

Ik wil voeling blijven houden met zoveel mogelijk mensen van Sioen Industries.

 

Sioen is een familiebedrijf: in hoeverre verschilt dat van een klassiek bedrijf?
“Ik werk samen met mijn twee zussen en mijn moeder – die laatste is niet meer actief betrokken in het bedrijf, maar komt wel nog naar de directiecomités en raden van bestuur. We werken dus heel bewust aan dat imago van een familiebedrijf, vooral dan de langetermijnvisie en de centrale positie van het personeel. Anderzijds zijn we beursgenoteerd, wat ons verplicht tot een zekere professionaliteit die heel wat familiebedrijven niét of minder hebben. We combineren, kortom, het beste van beide werelden.”

Lukt het om werk en privé te scheiden als u met uw zussen samenwerkt?
“Dat is geen enkel probleem. Oké, er zijn wel eens meningsverschillen, maar uiteindelijk willen we allemaal hetzelfde: een sterk bedrijf. Dus sowieso komen we er altijd uit.”

Vindt u dat u als vrouwelijke CEO een stem moet hebben in het debat over het glazen plafond?
“Nee. Ik ben de eerste om toe te geven dat het glazen plafond bestaat, maar ik pleit zoals u weet niet voor quota van vrouwelijke bestuursleden in bedrijven. Mijn mening is: als een vrouw er écht voor gaat en vecht, dan kan ze er geraken – zeker omdat vandaag in veel directiecomités actief op zoek wordt gegaan naar vrouwen. In die zin hebben vrouwen vandaag zelfs méér kansen dan mannen. Ik denk trouwens niet zo graag in termen van mannen en vrouwen: ik kijk liever naar capaciteiten en goesting.”

U bent een drukbezet ondernemer, u was drie jaar voorzitter van VBO, u zit in verschillende raden van bestuur en bent minstens één keer per week in het buitenland te vinden. Nooit bang (geweest) om tegen de spreekwoordelijke muur te lopen?
“Nee, maar ik weet wel dat je nooit ‘nooit’ mag zeggen, dus ik waak erover om voldoende te sporten om de stress weg te jagen, en om er af en toe gewoon uit te zijn. Dat kan ik hoor, die klik maken tussen werk en privé. Uiteraard zijn er nachten waarin ik lig te piekeren over het bedrijf, maar doorgaans kan ik die grens goed handhaven. Ik geef wel toe dat ik af en toe eens durf dromen van een namiddag met een lege agenda (lacht).”

U wilt ook voeling houden met de sector. Maar textiel wordt meer en meer hoogtechnologisch. Betekent dat vaak studeren voor u?
“Ja, omdat dat mijn verantwoordelijkheid is. We zijn marktleider in verschillende niches van technisch textiel, dus daar wil ik als CEO perfect van op de hoogte zijn. Nu, ik vind dat technologische aspect ook gewoon mateloos boeiend. Wat je vandaag allemaal met textiel kan doen is ongelooflijk – tot het inweven van leds in textieldoek toe. Heel concreet overleg ik maandelijks met onze R&D-afdeling, vooral met de focus op innoveren op alle niveaus: producten, marktsegmenten, machines en dienstverlening. Het is innovatie als totaalpakket, met als beloning de voldoening wanneer iets lukt – wat nooit vanzelfsprekend is als je een vernieuwer wil zijn.”

Als je geen CEO van Sioen geworden was, dan…
“Ik vind dat een heel moeilijke vraag, omdat er voor mij nooit iets anders is geweest. Ik ben bij wijze van spreken geboren in de textielsector, ik ben erin opgegroeid en ik ben er altijd door gefascineerd geweest. Toen ik 13 jaar geleden de rol van CEO overnam van mijn vader, was dat eigenlijk gewoon de volgende logische stap. Van toen ik kind was, droomde ik ervan om in ons familiebedrijf te werken. Maar let op, nooit met de expliciete betrachting om CEO te worden. Dat is gewoon het resultaat geweest van een heel organisch proces.”