Als je straks met de kinderen aan tafel schuift, breng dan eens je salaris, hypotheeklening of beleggingen ter sprake. Waarom? “Omdat het hen zal helpen om uit te groeien tot financieel geletterde mensen”, zegt VRT-journalist Michaël Van Droogenbroeck.

Wanneer de rentevoeten naar beneden duiken, de beurscijfers pieken of een Europees land in geldnood verkeert, krijgt financieel journalist Michaël Van Droogenbroeck steevast de VRT-microfoon onder de neus geschoven. Tal van economische stormen heeft hij sinds zijn aantreden in 2007 al becommentarieerd. Geen één daarvan is intussen helemaal gaan liggen. Zelfs na acht, negen jaar zijn we nog puin aan het ruimen. En de voorspellingen op de lange termijn blijven somber.

Economen waarschuwen voor een lange periode van trage groei.
“Na de bankencrisis en de financiële crisis van 2008 is de economische groei zo goed als stilgevallen. Om schot in de zaak te krijgen, hebben de Amerikaanse centrale banken de rente vrij snel naar 0 procent teruggebracht en de geldpers aangezet. In Europa hebben we daar lang met argwaan naar gekeken, maar intussen is de Europese Centrale Bank diezelfde weg ingeslagen. In de hoop sparen te ontmoedigen en investeringen aan te zwengelen. Het gevolg van die maatregel zullen mensen aan den lijve voelen, zeker in ons land waar de inflatie relatief hoog (1,7 procent) is. Spaargeld wordt letterlijk ontwaard.”

 

Geld komt in gezinnen wel ter sprake, maar meestal heel oppervlakkig

 

Je zou verwachten dat mensen naar alternatieven zoeken voor het spaarboekje. Gebeurt dat ook?
“Op dit moment niet. Sinds december-januari komt er zelfs weer meer geld op de spaarboekjes. Spaarders morren wel, maar blijven voorlopig voor het spaarboekje kiezen. Afwachten of de drastische maatregel van de ECB het geld alsnog in beweging kan krijgen en voor groei kan zorgen. Het beleid staat alleszins voor een grote uitdaging. Als dit niet werkt, zijn er niet veel stimuli meer voorhanden en breekt er wellicht een lange periode van beperkte groei aan.”

Wat verklaart de enorme populariteit van het spaarboekje?
“Het heeft amper risico. En je bent zeker dat je op elk moment aan je geld kunt. Voor veel mensen is dat blijkbaar doorslaggevender dan rente. Ik stel ook heel veel onwetendheid vast. De praktijk leert dat Belgen op een heel klassieke manier naar geld kijken. Met je inkomen betaal je je huis af en breng je je dagelijks brood op de plank. Wat aan het einde van de maand overblijft, gaat integraal naar het spaarboekje. Dat blijft in veel gezinnen de regel. Aandelen of andere beleggingen komen weinig ter sprake. Meer nog, tegenover al wat van het klassieke patroon afwijkt, koesteren de meesten vooral wantrouwen. Ze keuren het af. Dat komt ook omdat in het publieke debat het beeld leeft dat aandeelhouders voornamelijk grote kapitalisten zijn die niets anders doen snel winst maken. Dat klopt uiteraard niet. Toch wil ik daarmee niet zeggen dat mensen nu massaal hun spaarrekening moeten plunderen en in obligaties, fondsen of aandelen moeten steken. Ik merk alleen op dat er bepaalde stereotypes leven, waardoor er niet met een open geest naar geldzaken wordt gekeken. Ik pleit voor meer financiële basiseducatie.”

©Nico Van Dam

 

De terugkeer van de huishoudboekjes vind ik een goede zaak

 

Het onderwijs schiet tekort?
“Er is inderdaad een belangrijke rol weggelegd voor het onderwijs. Wie de middelbare school verlaat, zou moeten weten welke alternatieven er voor het spaarboekje zijn, welke risico’s aandelen met zich meebrengen, hoe obligaties werken, wat fondsen zijn… Opnieuw, het is niet de bedoeling jongeren aan te zetten om te gaan beleggen, wel om hen meer financieel bewustzijn bij te brengen. Ze moeten meer info krijgen, zodat ze voor zichzelf de juiste keuzes kunnen maken.”

Je vindt ook dat er in gezinnen vaker over geld zou moeten gesproken worden?
“Zeker weten. Een gezin is een economie op minischaal, met maandelijkse inkomsten en uitgaven. Ouders doen er goed aan hun kinderen al van jongsaf aan te betrekken, zodat ze de waarde van dingen leren inschatten. Vandaag weten twee op de drie kinderen niet hoeveel hun ouders verdienen. Dat is uiteraard geen absolute noodzaak, maar het helpt kinderen wel vooruit. Als je tiener je maandelijkse inkomsten kent, weet hoeveel je voor je lening afbetaalt, welke eventuele andere schulden er zijn, zal hij beter begrijpen wat het betekent om 100 euro aan een gadget uit te geven. De terugkeer van de huishoudboekjes vind ik in die zin een goede zaak. Het brengt niet alleen inzicht bij over het uitgavenpatroon, het zet gezinsleden onbewust ook aan om minder geld uit te geven. Het kan immers best confronterend zijn om te zien hoeveel die dagelijkse smos uit de broodjeszaak je op maandbasis kost. Dat soort kleine ingrepen helpen om jongeren te laten uitgroeien tot financieel geletterde mensen. Trouwens, niet alleen met de kinderen, ook partners zouden onderling vaker over hun financiën moeten praten. Geld komt wel ter sprake, maar meestal heel oppervlakkig.”

 

Wie de middelbare school verlaat, zou moeten weten welke alternatieven er voor het spaarboekje zijn

 

En de media? Is er voldoende aandacht voor geldzaken?
“Sinds de financiële crisis is het thema alleszins meer aanwezig in de journaals. Vroeger kwam het rentebeleid van de ECB nooit aan bod, beurs- en spaarrente-evoluties evenmin. Nu geven we de trends wel mee en werken we bijvoorbeeld mee aan initiatieven als De week van het geld. Geld bespreekbaar maken zie ik zelf als een belangrijke opdracht van de openbare omroep. Als financieel journalist moet ik kijkers en luisteraars zo breed mogelijk informeren, zonder hen in een bepaalde richting te duwen. Je zal me dan ook nooit advies horen geven rond vastgoed, crowdfunding of het spaarboekje. Het één is niet beter of slechter dan het ander. Welke de beste keuze is, moet iedereen individueel bepalen, rekening houdend met zijn profiel, de risico’s die hij kan en wil nemen, het geld dat hij kan missen etcetera.”

©Nico Van Dam

 

Als Michaël Van Droogenbroeck geen financieel journalist was geworden, dan was hij …
“Begrafenisondernemer. Als kleuter ging ik ooit mee naar de begrafenis van een buurvrouw. Die ervaring heeft een blijvende indruk op me gemaakt. Ik vind het nog altijd een van de mooiste beroepen, omdat je in een moeilijke periode iets wezenlijks kunt betekenen voor mensen. Ik heb een tijdje bij een begrafenisondernemer gewerkt in de vakanties en ik heb zelfs een deel van de opleiding gevolgd, maar uiteindelijk heb ik er niet voor gekozen omdat het een te grote investering was.”