Het aandeel van de verwarming van gebouwen was in 2010 goed voor zowat twintig procent van de totale CO2-uitstoot in Vlaanderen, zo blijkt uit het Vooruitgangsrapport 2011 van het Vlaams klimaatbeleid. Als we kijken naar de totale CO2-emissies, exclusief de grootindustrie (die onder Europees geregelde emissiehandelssystemen vallen), stijgt dat zelfs naar 38 procent. Daar valt dus duidelijk nog een flinke vooruitgang te boeken, zeker in een zwaar verstedelijkt gebied als Vlaanderen.

Energie-efficiëntie opkrikken
Ook de overheid beseft dat en daarom geeft ze een hele resem premies en subsidies aan mensen die de energie-efficiëntie van hun huis of appartement willen opkrikken. Maar wat zijn nu eigenlijk de mogelijkheden om dat te doen? En wat levert het op? Wij gingen ons licht opsteken bij Sara Van Dyck, energiespecialiste van de Bond Beter Leefmilieu. “Er zijn heel wat manieren om op een schone manier elektriciteit, warmte en warm water op te wekken”, zegt Van Dyck. “Maar de allerbelangrijkste en eerste stap die je moet zetten, is isoleren. Zeker in onze steden zijn er nog hele wijken met oude gebouwen die slecht geïsoleerd zijn. En als je dat niet eerst aanpakt, zijn alle andere ingrepen eigenlijk nutteloos.”

Totaalplan rendeert
Bij dat isoleren moet je niet op een centimeter kijken, geeft Van Dyck mee. “Je moet het doorgedreven doen. Als het kan, pak je best ook meteen het hele gebouw aan. Lukt het niet om dat in één keer te doen, omwille van praktische of financiële obstakels, dan maak je best een totaalplan, waarbij je stapsgewijs isoleert en de verschillende werkzaamheden (dak, ramen, muren…) op elkaar afstemt. Eenvoudige maatregelen zoals dakisolatie zijn goed, maar niet voldoende. Een totaalplan geeft direct het beste rendement.”

 

Zonder te isoleren zijn alle andere ingrepen eigenlijk nutteloos – Sara Van Dyck

 

Eerst isoleren…
Pas nadat je de isolatie in orde hebt gebracht, kun je verdere stappen overwegen. En dan komen zaken als zonnepanelen en -boilers, windenergie, warmtepompen en stadsverwarming in beeld. “Zonnepanelen kennen de meeste mensen al, maar een zonneboiler is eigenlijk nog een beter idee, omdat het rendement daarvan hoger ligt dan van panelen. Er bestaan varianten die zo goed de warmte vasthouden, dat je ze zelfs niet naar het zuiden moet oriënteren. Op die manier zijn ze makkelijker te plaatsen en beter bereikbaar voor meer mensen.”

…dan warmtepomp installeren
Ook de warmtepomp kan bij de energiespecialiste op goedkeurend geknik rekenen. Met zo’n warmtepomp kun je water verwarmen met gratis energie die je uit de grond of het grondwater haalt. Ook in hartje winter zit er diep in de grond namelijk nog voldoende warmte om dat voor elkaar te krijgen. Het systeem is niet bepaald goedkoop om te installeren, maar daarna produceer je bijna gratis warm water, bijvoorbeeld voor je vloerverwarming.

Restwarmte voor de stad
Stadsverwarming is dan weer een collectief verwarmingssysteem, waarop meer dan één huis wordt aangesloten. De restwarmte van bijvoorbeeld grote industriële sites of verbrandingsovens wordt daarbij gebruikt om huizen te verwarmen. Omdat er flink wat graafwerk bij komt kijken, ligt het grootste potentieel bij deze techniek, vooral in nieuw te ontwikkelen stadswijken.

 

Met de hernieuwbare energiebronnen injecteert de consument vandaag ook zelf energie in het netwerk – Thomas Zeebergh

 

Elektriciteitsnet niet op ons voorzien
Doordat ze ons energieverbruik en onze CO2-uitstoot onder controle helpen te houden, zijn al deze technieken een zegen voor het milieu. Maar ze brengen ook zo hun eigen, onvermoede problemen mee. Ons elektriciteitsnetwerk, waarvan de fundamenten meer dan honderd jaar geleden werden gelegd, is eigenlijk niet voorzien op een bevolking die zelf energie gaat opwekken, via zonnepanelen en windturbines. Gelukkig hebben slimme ingenieurs ook hier een oplossing voor klaar: de smart grid of het ‘slimme’ elektriciteitsnetwerk.

Elektriciteit opslaan
“Tot nog toe vloeide elektriciteit van een centrale via een transport- en distributienetwerk naar een consument”, zegt Thomas Zeebergh, smart grid-specialist bij Siemens. “Met de hernieuwbare energiebronnen injecteert de consument vandaag ook zelf energie in het netwerk. Die productie is moeilijk te voorspellen en ook niet constant: soms is er veel zonneschijn en wind en soms ook niet. Het probleem daarbij is dat de productie en het verbruik van stroom eigenlijk altijd in evenwicht moeten zijn. Wat geproduceerd wordt, moet meteen verbruikt worden en omgekeerd, omdat het momenteel economisch bijna onmogelijk is om geproduceerde stroom op te slaan. Doordat de energie die de consument zelf opwekt erg onvoorspelbaar is, wordt dat evenwicht steeds moeilijker te bereiken.”

 

Elke euro die de overheid investeert in energiebesparing, brengt er vijf op – Sara van Dyck

 

Verbruik en productie in balans
De smart grid bestaat uit een heleboel technologieën die er op gericht zijn om verbruik en productie opnieuw in balans te brengen. Een belangrijk onderdeel is de slimme meter die bij de eindverbruiker wordt geïnstalleerd en die heel veel informatie geeft over het verbruik en de status van het netwerk. “Als je consumenten bewust maakt van hun gedrag, zal dat hun gedrag ook beïnvloeden”, zegt Zeebergh. Die meter communiceert met het energienetwerk en (in de toekomst) ook met de toestellen die in huis staan. Zo zal bijvoorbeeld je wasmachine aanspringen wanneer er veel stroom is op het netwerk. Of je vaatwasser stelt zijn programma uit wanneer er weinig stroom is, allemaal volledig automatisch. “Dat hoeft ook niet noodzakelijk ’s nachts te zijn. In de toekomst zal de prijs van elektriciteit schommelen per uur of zelfs per kwartier, volledig afhankelijk van de vraag en het aanbod aan stroom.”

Elektriciteit op maat
Voor de leveranciers scheppen deze nieuwigheden nog een interessant commercieel voordeel, zegt Zeebergh. “De stroomproducenten zullen heel scherpe gebruikersprofielen kunnen opstellen en hun productportfolio daar op afstemmen. Een gezin met twee kinderen heeft immers een heel ander profiel dan een alleenstaande gepensioneerde.” Er lopen in ons land momenteel al verschillende proefprojecten met smart grids en slimme meters. De echte uitrol zal heel gefaseerd gebeuren en verschillende jaren in beslag nemen, meent Zeebergh. “Technisch gezien kan het, het zal vooral zaak zijn om een economisch zinvol model te vinden. De kostprijs blijft een zeer belangrijke parameter.”

Eén euro = vijf euro
Datzelfde geldt trouwens ook voor alle technologieën die energie besparen en opwekken bij de consument. Toch is zo’n investering bijna altijd rendabel. “Een Duitse studie van het Jülich Research Centre toont aan dat elke euro die de overheid investeert in energiebesparende maatregelen, onmiddellijk vijf euro opbrengt”, zegt Sara Van Dyck. “Een groot deel daarvan via de bouw, die een zeer lokale economie is en heel veel werkgelegenheid schept.