In samenwerking met

Matthias Wauters, Erwin Destuyver & Filip Jenné,
Partners Corporate en M&A Eubelius

De Belgische overnamemarkt beleeft een hoogconjunctuur. De redenen daarvoor zijn niet nieuw. Ze komen wel allemaal samen. En die stemming blijft ongetwijfeld nog een tijdje duren. Al is een tijdelijke afkoeling – bijvoorbeeld bij een renteopstoot, geopolitieke spanningen of een harde Brexit – niet uitgesloten.

Uiteraard is er de rente. Zolang die laag blijft, is financiering vlot beschikbaar. De zoektocht naar een aanvaardbaar rendement drijft de overvloedige liquiditeiten naar de meest aantrekkelijke opportuniteiten. Voor de ‘goede’ overnamedoelwitten gelden dan ook erg mooie waarderingen. ‘Goed’ staat hier voor ‘significante groeiperspectieven’ of een ‘duurzame en stijgende rendabiliteit’ – en liefst beide. De markt beseft uiteraard dat het goedkope geld niet eeuwig voorhanden blijft. En net dat aanvoelen leidt mogelijk tot een versnelling. Want morgen liggen de kaarten misschien alweer minder gunstig.

Dat betekent niet dat de overnamemarkt louter op de rentecurve drijft. Ook structurele factoren spelen een rol. En die zullen niet meteen drastisch veranderen. Zo bezit ons land behoorlijk wat aantrekkelijke targets. Een belangrijk deel daarvan zijn familiebedrijven waar de opvolging niet voor de hand ligt of waar de gedoodverfde opvolger niet de slagkracht heeft om de overige aandeelhouders uit te kopen aan eenzelfde prijs als deze die de markt bereid is te betalen. Deze middelgrote bedrijven, die klaar zijn voor een volgende stap in hun expansie, vormen ideale doelwitten voor (vaak buitenlandse) overnemers. Beloftevolle parels zonder dat de koper zich verslikt in de omvang van de transactie.

Ook de fiscaliteit zet familiale aandeelhouders eerder aan tot een belastingvrije verkoop – nu dat nog kan. Liquiditeiten halen uit een dividendinkomen werd de afgelopen jaren daarentegen enkel duurder. Op korte termijn mag dat de overheid dan wel helpen om het begrotingsplaatje te doen kloppen, op langere termijn is dit ronduit nefast voor de creatie van echte Belgische toppers.

Volgehouden R&D-inspanningen leveren in de biotech keer op keer mooie vruchten af.

Daarnaast is de overnameactiviteit ook afhankelijk van de levensfase van de onderneming. Mature bedrijven worden tot consolidatie gedwongen om relevant te blijven. De groei moet er immers komen uit diversificatie of innovatie. Beide lijken vaak makkelijker voorhanden en sneller uit te rollen middels een externe acquisitie (‘buy-and-build’). Intern aan die weg timmeren vergt immers volgehouden inspanningen zonder garantie op succes. Al wordt het werk dat de koper na een overname wacht, daarbij weleens onderschat.

Ook de sector is niet onbelangrijk. Zo leveren volgehouden R&D-inspanningen in de biotech keer op keer mooie vruchten af en scheren ook farma en technologie hoge toppen. Het toont aan hoe belangrijk het is om te excelleren. Dat werkt niet enkel inspirerend maar trekt ook nieuwe initiatieven aan. Tot slot blijft ook de geografische ligging van België nog steeds een troef.

En de toekomst? Langs deze kant van het Kanaal blijft de Brexit vooral voor onzekerheid zorgen, de echte gevolgen moeten zich nog laten voelen. Ook de rente-evolutie zou voor een tijdelijke afkoeling kunnen zorgen. Maar met een stijgende rente groeien ook de rendementsverwachtingen. De strijd om de mooiste parels zal er niet minder stevig om worden.