In samenwerking met

Marnik Dehaen Voorzitter Orde van Architecten – Vlaamse Raad

Als we aan dit tempo verder blijven bouwen en verkavelen, dan houden we tegen 2050 amper nog open ruimte over. Hoog tijd dus om de manier waarop we (willen) wonen te herbekijken en volop in te zetten op het ‘nieuwe wonen’.

Decennia lang werd er op los verkaveld zonder te denken aan de toekomst. Het gevolg: Vlaanderen is verworden tot één grote stad, een aaneenrijging van verkavelingen en lintbebouwing. De grens tussen woonkern en buitengebied is vaak nauwelijks nog zichtbaar.

Kunnen we het tij doen keren? Jazeker, op voorwaarde dat we onze bouwwoede drastisch inperken, dichter bij elkaar gaan wonen en onze open ruimte beter benutten. Maar wat moeten we onder dat ‘nieuwe wonen’ precies verstaan? Het nieuwe wonen houdt in dat we kleiner en compacter gaan wonen en terugplooien naar onze woonkernen, waar je alles te voet of met de fiets kan doen en vlot gebruik kan maken van het openbaar vervoer. We moeten onze woonoppervlakte doen krimpen, zonder in te boeten aan woonkwaliteit. Stadskernen moeten opnieuw een aantrekkingspool worden. De groene, open ruimte rondom onze woonkernen moet beter worden benut  en toegankelijker gemaakt, zodat onze levenskwaliteit er in zijn totaliteit op vooruit gaat.

 

Het is belangrijk dat we een mix kunnen aanbieden van woonformules, waarbij iedereen aan zijn trekken komt

 

Kernverdichting en vernieuwbouw
De eerste stappen naar dat ‘nieuwe wonen’ zijn reeds gezet: kleinere, performante en tegelijk gezinsvriendelijke woningen in stedelijk gebied winnen aan populariteit. Woninggroepen waarbij tuin, garage, berging en wasplaats worden gedeeld zijn al lang geen uitzondering meer. Co-housing, een woonvorm waarbij verschillende gezinnen dicht bij elkaar en waarbij leefruimtes, zoals keuken, worden gedeeld, wordt steeds gesmaakt. Begrippen als ‘betonstop’, ‘kernverdichting’ en ‘vernieuwbouw’ kleuren de media. Toch is het nodig om een versnelling hoger te schakelen.

Architect meer dan adviseur
Als architect kunnen en moeten we de nog te stereotiep denkende bouwmarkt en de lokale gemeentebesturen aansporen om meer open te staan voor vernieuwing en innovatie. Van de overheid vragen we om meer durf te tonen en resoluut te kiezen voor de toekomst. Inspirerende projecten en creatieve woonideeën moeten veel meer bekend worden gemaakt bij het grote publiek, zodat ze navolging kennen. Het is belangrijk dat we een mix kunnen aanbieden van woonformules, waarbij iedereen aan zijn trekken komt – jonge samenwonenden, ouderen, alleenstaanden, gezinnen, hulpbehoeven. De architect heeft de kennis en knowhow in huis om creatieve en concrete oplossingen aan te reiken en elke bouwdroom om te zetten in de realiteit.