ArcelorMittal Belgium maakt al jaren innovatieve en duurzame staalproducten voor uiteenlopende toepassingen in ons dagelijks leven. Zonder staal, geen lichtgewicht voertuigen, geen groene energie, geen infrastructuurwerken of futuristische gebouwen.

Tijdens ons gesprek met Manfred Van Vlierberghe, onlangs tot CEO van ArcelorMittal Belgium benoemd, kwamen we nog veel meer aan de weet over hun bijdrage tot een duurzamere wereld.

Kan je je visie toelichten op de positie van België in het industriële landschap?
“ArcelorMittal is benchmark in staalproductie, ook op het vlak van energie- en CO2-efficiëntie. Terwijl onze CO2-uitstoot 1,7 ton per ton staal bedraagt, is dat bij andere wereldmarktspelers gemiddeld 2,6 ton. Dit is te danken aan ons geïntegreerd productieproces waarbij installaties maximaal benut worden, hetgeen meteen ook een troef is naar energie-efficiëntie en logistiek. Wij noemen dit onze x-factor, het stelt ons in staat beter te zijn dan de concurrentie en grotendeels circulair te werken. Zo worden onder andere onze restgassen gebruikt om andere producten voor te verwarmen of te drogen.”

Welke rol kan de staalsector spelen in Industrie 4.0? 
“Hoewel de staalsector vaak als een donkere sector wordt gezien, speelt staal een grote rol in de groene revolutie. Alle componenten ervan worden uit staal gemaakt, waardoor onze producten steeds belangrijker worden. Om 2 voorbeelden te geven: windturbines zijn uit staal gemaakt en zonnepanelen liggen op een stalen corrosiebestendige constructie. Door daarnaast staal alsmaar lichter te produceren, worden bijvoorbeeld auto’s ook lichter en stoten ze minder CO2 uit, wat dan weer goed is voor het milieu. Wij proberen dus als geïntegreerde staalproducent de beste speler te zijn en te streven naar het kleinste energieverbruik en de laagste CO2-footprint.”

 

ArcelorMittal is benchmark in staalproductie, ook op het vlak van energie- en CO2-efficiëntie. Wij noemen dit onze X-factor

 

Hoe ver staat ArcelorMittal in de Industrie 4.0?
“Door onze passie voor automatisatie ontdekten wij niet alleen de digitalisatie en andere componenten van Industrie 4.0, maar zetten we die ook daadwerkelijk in. Wij gebruiken een drone niet omdat het ‘fancy’ object is, maar omdat het de stock van ons grondstoffenpark op een betrouwbare manier meet. Aanvullend op ons eigen veertigkoppig team van multifunctionele werknemers, die dagelijks met nieuwe technologieën experimenteren, organiseerden we vorig jaar een hackaton rond IT en design voor studenten en jonge ondernemers. Het was een zeer geslaagd initiatief dat ons in staat stelde voeling met de markt te krijgen en jonge mensen aan te trekken. Dit jaar volgt er trouwens een tweede editie. De essentie van 4.0 is het wegnemen van de grenzen tussen afdelingen, bedrijven en sectoren, want dat creëert oneindig veel mogelijkheden. Staal vormt de hoeksteen voor een duurzame circulaire economie. Niet alleen ons staal, maar ook de bijproducten worden hergebruikt in andere sectoren. Zo zijn hoogovenslakken een veel energievriendelijker materiaal in de cementindustrie dan de klassieke grondstoffen. Tegenwoordig produceren we zelf 90 procent van de energie die we gebruiken door de omzetting van onze procesgassen in elektriciteit en loopt er een baanbrekend pilootproject om C02 om te vormen tot bio-ethanol.”

Waar kan de overheid de industrie een handje helpen?
“De overheid kan inderdaad op een aantal terreinen meewerken om onze positie te versterken. Ik denk daarbij aan 4 grote uitdagingen. Ten eerste moet ze zorgen voor een duidelijk en stabiel energiebeleid. Wij kunnen ons aanpassen, maar als we niet weten of er binnen 5 jaar nog kerncentrales zijn, dan is dat problematisch voor onze langetermijnplanning. Daarnaast moet er een level playing field zijn qua milieu, normen en voorwaarden. Onze CO2-regelgeving en emissierechten mogen ons niet benadelen tegenover onze buurlanden. Toen China hier zijn goedkoop staal dumpte, heeft Europa ons wel gesteund. Maar het blijft een aandachtspunt, want nu komt het goedkope staal uit andere landen zoals uit Turkije, Rusland en India. Ten derde moet de overheid zorgen voor een goede transport- en energie-infrastructuur en last but not least voor goed onderwijs, want er is een groot tekort aan technische profielen op de arbeidsmarkt.”

 

Staal vormt de hoeksteen voor een duurzame circulaire economie

 

Waarom heb je voor deze sector gekozen?
“Van de bedrijven die ik tijdens mijn studies Burgerlijk Ingenieur in Leuven bezocht, was Sidmar (het vroegere ArcelorMittal Belgium, red.) toch wel het indrukwekkendst, alleen al de dimensies van de installaties zijn gigantisch. Ik was er zo door gefascineerd dat ik er na mijn studies solliciteerde, maar er waren toen geen vacatures. Na een paar jaar namen ze wel contact op met me en begon ik hier in Gent. Daarna werkte ik binnen de ArcelorMittal Group, onder meer in Amerika, Bremen en Polen om tenslotte naar België terug te keren als CTO en nu als CEO.”

Wat is jouw visie op de toekomst van ArcelorMittal?
“Zoals ik al zei, kan onze sector een grotere rol spelen in de groene revolutie en dus nog aan belang winnen omdat we een basismateriaal leveren, de circulaire economie bevorderen en veel synergieën zien voor onze producten. Staal is een product dat goed gewapend is voor de toekomst. Jaren geleden was er sprake van dat staal, in een aantal toepassingen, zou vervangen worden door aluminium. Maar zelfs Audi kondigde aan om de Audi A8, zijn aluminium paradepaardje, opnieuw in staal te maken. De toekomst van ons bedrijf ziet er goed uit, niet alleen dankzij onze focus op en de mogelijkheden van integratie, maar ook omwille van onze mensen. Hun kennis en ingesteldheid van inherente betrouwbare passie en fierheid zijn onze sterkte. Maar we mogen niet zelfgenoegzaam worden, want ook de anderen zitten niet stil. Ik ben dus positief ingesteld voor onze sector, wat niet wegneemt dat er uitdagingen zijn. Ik maak me vooral zorgen over de energiekosten die door taksen en transportkosten 10 à 20 procent hoger liggen dan net over de grens.”

Als je geen CEO was geworden, dan was je…
“Die vraag stel ik mezelf ook soms. Misschien zou ik arts of economist geworden zijn, want ik heb veel interesses. Maar ik ben van nature uit nieuwsgierig, steeds op zoek naar het hoe en waarom van technische systemen en installaties, dan kom je in een hoogtechnologische werkomgeving als deze echt wel aan je trekken. Nu ben ik blij dat ik koos voor een technische carrière.”