Een proper en piekfijn onderhouden paradepaardje om aan de buren te tonen of een ruige tuin vol leven, spanning en plezier? Het is een makkelijke keuze voor Natuurspecialist Joeri Cortens (41). “Doe mij maar ruig en levendig. Dat is voor alle bewoners aangenaam”.

Joeri Cortens is geen onbekend gezicht. Liefhebbers kennen de 41-jarige groene jongen uit Geel ongetwijfeld van de tv-programma’s Wild van Dieren of Het Zijn Net Mensen. Ook bij De Weekwatchers op Radio 2 komt de natuurspecialist geregeld zijn zegje doen. Voeg daar nog een job bij Natuurpunt aan toe en je kan hem toepasselijk een bezige bij noemen. Een bezige bij die thuis, met zicht op het kanaal Bocholt-Herentals, enthousiast vertelt over zijn passie voor natuur en de liefde voor zijn tuin.

Ben je met die passie voor natuur en dier geboren?
“Dat kan je wel zeggen. Ik denk overigens dat ieder kind daarmee geboren wordt. Kinderen zijn altijd heel nieuwsgierig naar de natuur. Of het nu kippen, muizen, spinnen of bloemen zijn. Tijdens het opgroeien kan dat gevoel verdwijnen, maar mijn grootvader heeft die interesse alleen maar aangewakkerd. We gingen vaak vissen of trokken met onze fiets de natuur in. Ik was het oudste kleinkind, drie jaar ouder dan de rest. En ik ging altijd met ‘vava’ op pad.”

Heb je veel specifieke herinneringen aan die tijd?
“We keken naar vogels en vingen ze zelfs. Old school, met een doos, een stokje en een stuk touw. Dat werkte echt. Dan nam ik het vogeltje vast, bekeek het en liet het weer vrij. Tot ik op een bepaald moment besefte dat het niet altijd spectaculair hoeft te zijn. Je hoeft dieren niet altijd vast te nemen, je kan ook gewoon genieten van hun aanwezigheid.”

Had je vooral interesse voor dieren of ook voor natuur in het algemeen?
“Het totale plaatje sprak mij aan. Ik wilde vooral buiten zijn. Ik herinner mij nog een zelfgemaakte ijsstoel. Letterlijk een stoel met een slee eronder. Daarmee gingen we sleeën op de vijver van de broer van mijn grootvader. Uiteraard keken we eerst of het ijs dik genoeg was. En mijn grootvader ging er altijd eerst op. Om zeker te zijn dat het veilig was.”

 

Een ideale tuin voor mij, is een tuin waarin geleefd kan worden

 

Had je het gevoel dat je een buitenbeentje was?
“Helemaal niet. Wij zijn zeker geen rare kwieten (lacht). Maar de puberjaren zijn wel belangrijk op dat vlak. Conformeer je jezelf naar de groep of volg je jouw eigen weg? Die keuze bepaalt veel. Maar er zijn veel jongeren die graag de natuur opzoeken. Toen en ook vandaag.”

Veel mensen hebben thuis een eigen stukje natuur in de vorm van een tuin. Hoe ziet jouw ideale tuin eruit?
“Er is vaak een groot verschil tussen de ideale tuin in jouw hoofd en de tuin die je effectief kan maken. Je moet vooral ruimte en tijd hebben, al kan je op een kleine ruimte ook heel leuke dingen doen. Een ideale tuin voor mij is een tuin waarin geleefd kan worden. En dat is in die van mij wel het geval. Aan het speelgoed zie je dat de kinderen buiten spelen en in de hazelaar klimmen om een kamp te bouwen. En het zit hier vol leven. Sprinkhanen, kevers, spinnen, spitsmuizen, egels, zelfs eekhoorns. Een strak gazon waar de kinderen niet op mogen lopen, daar ben ik geen fan van. Je moet je vooral afvragen: waarvoor dient mijn tuin? Is het een uithangbord voor de buren of wil ik in de lente met blote voeten door de tuin lopen, mijn kinderen laten ravotten en af en toe een feestje geven?”

mijntuin-fotos-1920x1080-4

Je hebt zelf kinderen. Moet je hen soms wijzen op de tuincode?
“Dat valt mee. De drie kinderen zijn bijna 4, bijna 6 en bijna 8 jaar oud en weten intussen wel wat kan en wat niet. Binnenkort begint er weer veel te groeien en te bloeien en de kinderen weten welke bloemen ik liever niet heb dat ze plukken. Ze weten dat daar bijen en vlinders op afkomen en die kunnen niet blijven leven als al die bloemen geplukt worden. Maar kwaad zal ik daarvoor nooit zijn. Onlangs plukten ze nog een boeketje madeliefjes. Dat vind ik prima, want na enkele dagen verschijnen er al nieuwe bloemen.”

Genieten de kinderen van de tuin?
“Zeker wel. Vorig jaar hing ergens een tijgerspin. Dat is een prachtige spin, met een specifiek web, die doorgaans in de ruigste stukken van de tuin huist tussen hogere, wilde planten. Ik maaide een mooi padje rond de spin en als de kinderen met hun fiets passeerden, gingen ze altijd een kijkje nemen. Dat is toch geweldig.”

 

Hoe natuurlijker de tuin, hoe beter. Dat is voor alle bewoners aangenaam.

 

Leven er meer dieren in onze tuin dan wij denken?
“Absoluut. Ik vermoed bijvoorbeeld dat de wezel en de bunzing regelmatig op bezoek komen, zonder dat ik het zie. En als mensen buiten eten zetten voor hun kat, dan komt ongetwijfeld ook de egel een kijkje nemen. Mijn eerste test voor televisie was een screentest bij de regisseur thuis. Hij vroeg mij om eens te vertellen over de dieren in zijn tuin. Er was weinig te zien dus ik bekeek enkele van zijn hazelnoten en merkte dat de eekhoorn was langsgeweest. Hij kon het nauwelijks geloven omdat hij daar nog nooit een eekhoorn had zien passeren. Wie naar sporen kijkt, zal merken dat er veel meer dieren langskomen dan je denkt. Zo had hij ook bezoek gekregen van de groene specht, die je aan de typische uitwerpselen herkent.”

Zijn er dieren die zelfs jij liever niet in de tuin hebt?
“Ik houd niet zo van ratten, zoals de meeste mensen. Op zich vormen ratten geen probleem. Tenzij er verschillende nesten zijn. Een mol? Die laat ik rustig woelen. Mijn tuin ligt gelukkig redelijk laag waardoor het grondwater hoog staat en een mol niet echt geïnteresseerd is. Maar heb je er toch eentje zitten, duw dan gewoon de omgewoelde grond uit elkaar. Als het gras begint te groeien, zie je er niets meer van.”

Begrijp je dat de meeste mensen mollen willen weren?
“Ik begrijp dat het vervelend is, maar ik moedig toch aan om het op een molvriendelijke manier op te lossen. Veel mensen gebruiken omgewoelde aarde om bloembakken te vullen omdat daar weinig tot geen onkruidzaden inzitten. Trouwens, als een mollenteritorium vrijkomt, dan zal de mol van de buren het heel snel innemen. Of een zwervende mol die passeert.”

Is een tuin die respect heeft voor al zijn bewoners per definitie een ruige tuin?
“Dat kan ook perfect in een strak design, maar het woord opgekuist hoor ik niet graag. Zo zijn vallende bladeren bijvoorbeeld de basis van een nieuwe tuin. Ik breng ze samen, om te composteren of om onder de hazelaar te gooien, waar dan een bosbodem met humuslaag groeit. Zodat ook de Hazelaar beter groeit. Mijn advies: probeer natuurlijke biotopen na te bootsen en mijd meststoffen. Hoe natuurlijker de tuin, hoe beter. Dat is voor alle bewoners aangenaam.”