De maakindustrie staat voor zeer grote uitdagingen. Innovatie, de war for talent en een goed investeringsklimaat zonder excessieve reglementering zijn voor onze experts uit diverse sectoren cruciaal om onze concurrentiële positie te vrijwaren.

 

Wouter De Geest, CEO van BASF

Wat kunnen we doen om onze positie als Europees land sterk te houden in een wereld van verandering? 
“We moeten inzetten op het innovatieprincipe omdat onze sector blijft bijdragen aan oplossingen voor uitdagingen op vlak van gezondheid, voeding, energie en mobiliteit. We investeren jaarlijks 4 miljard in Research & Development, wat resulteert in 1 patent per dag. Daarnaast moeten we ook in talentontwikkeling blijven investeren. Tot slot zijn we een open economie en is het dus belangrijk om een level playing field te hebben en niet aan gold plating te doen. Wij zijn een globale sector die, om competitief te blijven, wel nood heeft aan rechtszekerheid en competitieve randvoorwaarden, maar niet aan excessieve reglementeringen die ons verwijderen van de concurrentie. Innovatie en investeringen gaan hand in hand.”

Wat is de grootste uitdaging voor de sector in de toekomst?
“De sector draagt sterk bij aan de transformatie van de hele industrie door te zoeken naar duurzame oplossingen voor onze klanten, bijvoorbeeld een omschakeling in het energiesysteem. Dit betekent inzetten op innovatie en de verdere ontwikkeling van de circulaire economie. Een andere uitdaging is de vervanging van een derde van de 60.000 arbeidsplaatsen ten gevolge van de vergrijzing. We werken daarom samen met onderwijsinstellingen, en voorzien bedrijfsstages en duaal leren waarbij het curriculum zowel op school gebeurt als op de werkvloer. Zo maken we de industrie attractiever voor jonge mensen uit STEM-richtingen. Ook zorgen we dat huidige talenten levenslang kunnen leren in een gedigitaliseerde wereld.”

Welke positieve tendensen kunnen we optekenen in ons land? 
“Men erkent het belang van de industrie en heeft de wil om regels te formuleren die de competitiviteit beschermen, zoals vennootschapsbelastingverlaging. Dit gebeurt in verbondenheid volgens het quadruple helix principe: over de sectoren werken we nauw samen. Zo ontwikkelden we Catalisti, een innovatie speerpuntcluster waar 100 chemiebedrijven met universiteiten en kennisinstellingen samenwerken en start-ups een kans geven de circulaire economie te ondersteunen. Opnieuw speelt digitalisering een belangrijke rol. Wij werken nu met NXTPort, een logistiek platform waarmee we data delen en de mogelijkheid hebben nieuwe businessmodellen samen met onze klanten en leveranciers te ontwikkelen.”
 

Luc Van den Hove, CEO van imec

Wat kunnen we doen om onze positie als Europees land sterk te houden in een wereld van verandering? 
“Ik denk dat we sterk moeten inzetten op innovatie. De wereld verandert ongelofelijk snel. Er is de evolutie van Artificiële Intelligentie en het feit dat alles geconnecteerd wordt. Daarnaast zien we dat de robotisering toeneemt. Dan heb ik het niet alleen over een louter mechanische automatisatie, maar ook over robots die steeds meer menselijke, cognitieve vaardigheden hebben. We moeten blijven voorlopen op deze tendensen en zorgen dat de kennis van die nieuwe technologieën tot bij de bedrijven komt. Een efficiënte samenwerking tussen de universiteiten, de strategische onderzoekcentra, zoals imec en Flanders Make, en de industrie is daarom cruciaal om onze Europese positie te versterken.”

Wat is de grootste uitdaging voor de sector in de toekomst?
“Er zijn momenteel een reeks uitdagingen. Bij imec denken we na hoe we drempelverlagend kunnen werken om de technologie zo efficiënt mogelijk bij de bedrijven te krijgen. Een andere uitdaging is zorgen voor voldoende geschoolde werkkrachten. Daarnaast denk ik dat we sectoroverschrijdend samenwerken moeten stimuleren. De tijd dat sectoren op zichzelf konden evolueren is voorbij, er is nood aan platformen die over de sectoren heen uitgerold worden. Terwijl de digitale technologie in het verleden vooral impact had op de ICT-sector, brengt ze nu vernieuwing in zowat alle sectoren. Een multidisciplinaire aanpak in combinatie met een gunstig investeringsklimaat is dan ook absoluut noodzakelijk.”

Welke positieve tendensen kunnen we optekenen in ons land? 
“De sterke KMO-cultuur in Vlaanderen is iets positiefs omdat ze goed bij innovatie past. In de sector van Internet of things (IoT), een gefragmenteerde markt, zijn er opportuniteiten waar kleine bedrijven snel op kunnen inspelen. In combinatie met onze sterke innovatiecultuur en met bedrijven zoals imec kunnen we zo het verschil maken. Ook het feit dat we een klein land zijn en dus internationaal moeten doorbreken omdat de lokale markt niet groot genoeg is, moeten we als een voordeel zien en het als extra troef uitspelen. Het is een kwestie van niet onder onze kerktoren te blijven. Bij imec hebben we van onze zwakte onze sterkte gemaakt en groeiden we wereldwijd uit tot de grootste speler.”
 

Frank Vancamp, Head of Automotive, Leasing & Mobility KPMG België

Wat kunnen we doen om onze positie als Europees land sterk te houden in een wereld van verandering?
“Voor mij blijft het intomen van de lasten op arbeid prioritair. De Volvo – Audi autofabrieken stellen immers zo’n 8.500 personen – zonder de toeleveranciers – tewerk. Ook lage energiekosten zijn nodig om ons productieproces competitief te houden. Daarnaast is er nood aan gekwalificeerd personeel. We moeten ook blijven innoveren, want het aanbod aan multimedia en connectiviteitsopties bepaalt mee de aankoop van een bepaald automodel. Tenslotte dwingt de evolutie van auto-eigendom naar autogebruik autobouwers na te denken over hun businessmodel. We evolueren van de auto als statussymbool naar mobiliteitsoplossingen waarin de auto deel uitmaakt van een pakket met verschillende vervoersmodi.”

Wat is de grootste uitdaging voor de sector in de toekomst?
“De grootste uitdaging zit niet alleen in verdere groei, want de markt is nu al grotendeels verzadigd, maar vooral welke aandrijftechnologie in de toekomst bepalend wordt. Momenteel hebben benzine en diesel, de klassiekers, nog de overhand en is het percentage van de elektrische wagens eerder beperkt. Dat klassieke verbrandingsmotoren zullen verdwijnen staat als een paal boven water, maar op welke termijn is nog niet duidelijk. Intussen zijn onze twee autoassemblagesites, Audi in Brussel en Volvo Cars in Gent, al toekomstgericht aan het produceren. Beiden zetten in op elektrificatie. Dat is positief maar houdt ook een risico in als die wagens niet het verhoopte succes zouden kennen.”

Welke positieve tendensen kunnen we optekenen in ons land?
“Het is heel positief dat onze Belgische fabrieken durven inzetten op de toekomstgerichte aandrijftechnologie. Door wagens te blijven produceren met het klassieke aandrijfsysteem, ben je op korte termijn redelijk safe, maar riskeer je op middellange termijn problemen. Het risico is groter door resoluut te kiezen voor de productie van elektrische wagens, maar de opportuniteit ook. Een andere interessante tendens is dat waar je vroeger gewoon een auto kocht, de autosector nu creativiteit aan de dag legt en een volledig dienstenpakket rond de wagen aanbiedt. Uiteindelijk zijn het die extra diensten zoals onderhoud, financiering tot connectiviteitsopties… waarop de sector nog marges realiseert.”
 

Jo Pauwels, Managing Director ABB Benelux

Wat kunnen we doen om onze positie als Europees land sterk te houden in een wereld van verandering?
Door de beschikbare robotisering- en automatisatietechnologie nu al in te zetten, kunnen we onze maakindustrie competitief houden op wereldvlak en misschien zelfs een argument bieden voor relocatie van productie naar België. We moeten blijven investeren in technologische ontwikkeling en innovatie. Daarnaast is de opleiding van nieuwe medewerkers en omscholing erg belangrijk om klaar te zijn voor de jobs van de toekomst.

Wat is de grootste uitdaging voor de sector in de toekomst?
Technisch geschoold talent vinden, blijft een uitdaging. Vanuit ABB bijvoorbeeld willen wij daarom technische scholen ondersteunen en meewerken aan STEM-dagen. Maar ook op vlak van onderwijs en opleiding kunnen nieuwe technologieën een rol spelen. Zo kan bijvoorbeeld een lager geschoolde medewerker dankzij augmented en virtual reality-applicaties in het veld aan de slag. En dankzij remote assistance kan hij bijgestaan worden door experten op kantoor of zelfs thuis. Onze bestaande businessmodellen zullen parallel met technologische ontwikkelingen en grotere uitdagingen mee moeten evolueren.

Welke positieve tendensen kunnen we optekenen in ons land?
Bedrijven durven te investeren en staan open voor nieuwe businessmodellen. Daarnaast zien we verschillende positieve initiatieven zoals Made Different en Flanders Make die innovatie en digitalisering ondersteunen. Als we meer inzetten op cocreatie en partnership kunnen we de juiste toepassingen ontwikkelen. Over de grens toont bijvoorbeeld het Nederlandse Smart Industry Fieldlabs wat de opties zijn met de bestaande technologie, een project dat ook in België toegevoegde waarde zou kunnen brengen.