Traditionele landbouwers moeten ontzettend hard investeren en houden aan het einde van de rit vaak weinig centen voor zichzelf over. Velen in ons land haken om die reden af… of experimenteren met nieuwe economische modellen. Schuift dat een beetje?

Olivier Marescaux, coördinator Stadsboerderij Kortrijk

Waarom is jullie korte keten aanpak beter voor boer?
“In de winkel van de Stadsboerderij Kortrijk brengen we producten van verschillende, lokale boeren en producenten samen. Ons uitgangspunt: we willen dat boeren voor hun producten en kennis een eerlijke prijs krijgen. Daarom marchanderen we niet; de boer bepaalt de prijs van alles wat hier ligt. Voor dagverse producten zoals groenten en fruit werken we samen met zes bioboeren uit de regio. En verder vullen we de winkel aan met fairtrade- en bioproducten uit gans Vlaanderen en waar nodig uit het buitenland. De Stadsboerderij is een cvba, een coöperatieve van zo’n 130 vennoten die sinds de start in 2014 allemaal één of meerdere aandelen hebben gekocht. Die organisatiestructuur maakt dat we niet afhankelijk zijn van subsidies. De voorbije twee jaren is onze omzet met 250 à 300 procent gestegen. Over een half jaar hopen we winst te maken.”

Wat zijn de voordelen voor de consument?
“De groenten, fruit en melkwaren zijn hier dagvers én biologisch. Wie hier komt winkelen, weet dat de boer een correcte prijs krijgt. Wij voeren geen prijzenoorlog zoals je die bij supermarkten ziet. Bij alle producten die hier liggen, kunnen we ook het achterliggende verhaal vertellen. Je kunt als het ware een gezicht op de producten plakken. Onze marketing is dan ook heel eerlijk. Verder proberen we bij alles wat we doen zo duurzaam mogelijk te werken. Zoveel mogelijk zonder verpakkingen en met zo weinig mogelijk transport.”

Welke uitdagingen zie je voor de verdere uitbouw van het concept?
“Toegegeven, met alleen een winkel is dit concept moeilijk leefbaar. Onze inkomsten halen we vooral uit de workshops, catering en fruit-op-het-werkpakketten die we aan bedrijven leveren, met andere woorden: uit hetgeen we zelf doenmet de producten van de boeren. Het is een uitdaging om telkens nieuwe dingen te vinden, waarmee we de rendabiliteit van onze onderneming kunnen verhogen. Idealiter kunnen we in de toekomst een aantal – misschien eigen – producten aanbieden, waarop we een hogere winstmarge hebben.”

 

Noémie Benoit, product marketing manager dakboerderij BIGH

Waarom is jullie korte keten aanpak beter voor de boer?
“We zijn recent gestart met de bouw van de grootste dakboerderij van Europa. Op het dak van de Foodmet, de overdekte markt bij het Abattoir in Anderlecht, zullen we groeten, fruit, kruiden én vissen kweken. We zetten dus in op verschillende producten en daarmee onderscheiden we ons van de klassieke, ultragespecialiseerde landbouw. Door het risico te spreiden, maken we de job weer leefbaar voor de boeren. We hanteren het principe van de korte keten; onze afzetmarkt blijft dus erg lokaal. Financiering zoeken we bij publieke en private investeerders, maar de ambitie is wel om de boerderij van bij de start zelfbedruipend te maken. Omdat we CO2, restwarmte en regenwater recupereren, kunnen we ook voor het gebouw onder ons een meerwaarde creëren. Dat kan voor de boer mogelijk voor een extra en vaste inkomst zorgen. Alweer een manier om het risico te spreiden dus.”

Wat zijn de voordelen voor de consument?
“Door de boerderij naar de stad te brengen, krijgt de consument weer voeling met de producten. Hij kan met eigen ogen zien waar het eten op zijn bord vandaan komt en kan bij ons demonstraties volgen om vervolgens in de eigen moestuin de handen uit de mouwen te steken. Verder mag hij van ons vooral heel smakelijke producten verwachten, recht van de akker en niet behandeld met pesticides. Bijzonder is ook dat we op onze daken vissen zullen kweken, via aquaponics-technologie. De vissen leveren de voedingsstoffen voor de plantengroei, de plantenwortels filteren het water voor de vissen. Op die manier garanderen we een unieke smaak én een mooi gesloten kringloop.”

Welke uitdagingen zie je voor de verdere uitbouw van het concept?
“De investeringen voor een daklandbouwer zijn niet min. Het is zeker een uitdaging om het financiële plaatje rond krijgen. We moeten bovendien met veel meer dan alleen de moestuin bezig zijn. Ons team is multidisciplinair, met behalve ‘echte boeren’ ook ingenieurs, business developers en architecten. Daar komt nog bij dat we in vergelijking met de klassieke landbouwers op een kleine oppervlakte werken, met sowieso een lagere opbrengst. Het is duidelijk dat we daar slim mee moeten omgaan en bijvoorbeeld kiezen voor gewassen die voor ‘een grote boer’ niet interessant zijn om te telen.”

 

Brecht Goussey, een van de die oprichters van BoerEnCompagnie

Waarom is jullie korte keten aanpak beter voor de boer?
“Tot 2016 hadden Tom, Michel en ik elk ons eigen landbouwbedrijf, in het Leuvense. Alle drie werkten we volgens het CSA-model, Community Supported Agriculture. Dat betekent dat we samen met een lokale gemeenschap de verantwoordelijkheid voor onze voedselproductie opnemen. Aan het begin van het seizoen tekenen buurtbewoners bij ons in, waarna ze elke week of enkele keren per jaar hun aandeel in de oogst komen halen. Op die manier delen wij, de boeren, het oogstrisico met onze oogsters, wat in de klassieke landbouw niet het geval is. Is de oogst goed, dan krijgt de oogster een groot aandeel. Is die kleiner, dan krijgt ie minder. Omdat we de krachten hebben gebundeld, kunnen we uitgroeien tot een gemengd bedrijf, met een divers aanbod aan producten. Dit landbouwmodel geeft ons, als boeren, een grotere inkomenszekerheid.”

Wat zijn de voordelen voor de consument?
“Consumenten krijgen weer voeling met de landbouw, met de meevallers en de tegenvallers en begrijpen weer wat er bij landbouw komt kijken. Door in te schrijven neem je aandeel in de werkingskost van het bedrijf. We vragen onze coöperanten ook om een handje toe te steken tijdens meewerkdagen, maar je kunt ook op andere vlakken, zoals administratie, communicatie, helpen. Minstens één keer per jaar brengen we onze achterban samen om de werking van het bedrijf te bespreken. We zetten daarnaast zwaar in op landbouweducatie voor onze leden en scholen uit de omgeving en op gemeenschaps- en solidariteitsontwikkeling. We organiseren nu en dan een feestje. Behalve lekkere groenten kun je hier dus ook nieuwe vrienden vinden.”

Welke uitdagingen zie je voor de verdere uitbouw van het concept?
“Ondertussen hebben zo’n duizend buurtbewoners zich aangesloten bij de BoerEnCompagnie. Dat is behoorlijk, maar het mogen er zeker nog meer worden. De voorwaarde om van een CSA-bedrijf een succes te maken, is dat je voldoende afzet hebt. Wij moeten onze markt zelf maken. Op dit moment lukt dat goed, maar we weten natuurlijk niet of het enthousiasme voor deze aanpak zal blijven. Niemand geeft ons de garantie op slagen, al speelt de stedelijke context in ons voordeel. Verder zijn de investeringen natuurlijk aanzienlijk. Zotte dingen moeten we zeker niet doen.”