Onder de vleugels van motorcrosslegende Stefan Everts groeit Kevin Strijbos meer en meer uit tot een te duchten tegenstander. Zijn keuze voor deze aparte sport is eenvoudig: hij moet gewoon buiten zijn, weer of geen weer. Dat, en de kick van het springen natuurlijk.

De hoogdagen van het Belgische motorcross, met Stefan Everts en Joël Smets, liggen al enige tijd achter ons. Maar er is hoop, en die hoop luistert naar de naam Kevin Strijbos. Geboren om te sporten, geboren om te springen, maar vooral: geboren om buiten te zijn.

Hoe komt het eigenlijk dat jij er zo vaak ‘uit’ moet?
“Ik heb nu eenmaal geen zittend gat. Wanneer ik te lang stilzit, word ik onrustig. En dan moet ik naar buiten, weer of geen weer. Om te sporten, of zelfs gewoon wat in de tuin te werken. Ik word letterlijk ongelukkig als ik te lang binnen ben. Dat zat er al in als kind: regen, sneeuw, niets hield me tegen om naar buiten te gaan. Dat was thuiskomen van school, boekentas in de gang en wegwezen (lacht). Ook nu nog: als ik wil gaan lopen en het regent? Geen probleem voor mij. Ik woon hier nu ook in de ideale streek: veel bossen, veel heuvels.”

 

©Ian Hermans
©Ian Hermans

Springen is het liefste wat ik doe, maar eigenlijk heb ik hoogtevrees

 

Wat maakt motorcross eigenlijk tot een ultieme buitensport? Want je kunt het ook indoor doen.
“Klopt, maar dat is toch anders. Niet alleen door het kunstlicht, maar ook omdat het om een heel andere techniek gaat: alles is veel korter en kleiner en intenser, waardoor je anders moet rijden. In de Verenigde Staten is indoor motorcross heel groot en populair, in Europa is het doorgaans buiten. En daar ben ik niet rouwig om, ook al omdat ik er al sinds mijn derde op oefen.”

Welke kick krijg je van buiten te crossen?
“Het is de combinatie van alles: de snelheid, de flitsen waarin je moet beslissen welk spoor je volgt, de sfeer van het publiek en vooral de sprongen. Springen is het liefste wat ik doe, maar eigenlijk heb ik hoogtevrees (lacht). Ook de weersomstandigheden spelen een rol: als het vochtig is, ligt er veel modder, waardoor je heel anders moet gaan rijden dan op een droog parcours. In Qatar bij 34 graden crossen is niet hetzelfde als hier in de winter, laat het mij zo stellen (lacht).”

Wat zijn dan je favoriete crossomstandigheden?
“Een droog parcours, een temperatuur van 20 graden – ideaal om hard te gaan. Maar eigenlijk rijd ik even graag in slijk en regen. Alleen hitte ligt me niet zo, ook al omdat ik heel snel zweet.”

©Ian Hermans
©Ian Hermans

 

Hoe meer basic, hoe liever: een tent en een potje om te koken, that’s it.

 

Als je op exotische locaties komt, probeer je dan ook iets mee te pikken van de omgeving?
“Dat probeer ik, maar het is moeilijk. Meestal is het van luchthaven naar hotel naar parcours en terug naar hotel en luchthaven. Maar binnenkort gaan we weer naar Thailand en voor het eerst verblijven we drie dagen lang in Bangkok. Dus daar zal ik zeker van profiteren om de stad wat te verkennen. Mensen zeggen me wel eens wat een geluksvogel ik ben, omdat ik de hele wereld zie: Argentinië, de Verenigde Staten, de landen die ik zonet noemde. Maar ik bezoek er dus heel weinig, geloof me.”

En tijdens de cross? Kun je dan genieten van pakweg een besneeuwde bergtop in de verte, of ben je dan te druk bezig met op de sporen en bochten te letten?
“De wedstrijd is alles. Sightseeing is op dat moment niet aan de orde. Na het rijden kan het wel. In Italië heb je bijvoorbeeld Arco di Trento, een parcours aan de voet van een steile, hoge rotswand. Heel indrukwekkend.”

©Ian Hermans

 

Wat is je favoriete parcours eigenlijk?
“Om te rijden is Tsjechië fantastisch, een old school-crossland met klassieke parcours waar je echt je ding kunt doen. En qua omgeving ga ik voor Groot-Brittannië: heel groen, heel heuvelachtig. En in België? Tja, er worden hier helaas steeds meer parcours gesloten, omdat de overheid ons als vervuilend bestempeld. Maar eerlijk gezegd kan ik wel een paar dingen opnoemen die veel slechter zijn voor de natuur.”

Seizoenen zijn heel bepalend voor een buitensport. Wat vind jij van de klimaatveranderingen en de ongewoon zachte winter die we gehad hebben?
“Als crosser was de afgelopen winter eigenlijk een zegen: nooit te koud, redelijk droog. Normaal moet ik in december twee of drie weken gaan trainen in Spanje, dat was deze keer niet nodig. Als mens vind ik het echter spijtig: ik ben dol op sneeuw, dus moet de winter eigenlijk koud zijn.”

©Ian Hermans
©Ian Hermans

 

Er worden hier helaas steeds meer parcours gesloten, omdat de overheid ons als vervuilend bestempeld

 

Je bent ook een snowboarder, las ik.
“Vroeger ging ik wel eens naar Oostenrijk om te boarden, maar helaas kan ik me dat de laatste jaren niet meer permitteren. Het trainingsseizoen start in de winter, ik kan me dan niet permitteren om te vallen en iets te breken. Jammer, want ik doe het heel graag. Mountainbiken en BMX’en doe ik wel regelmatig, maar dat is dan in functie van de training: het zijn intensieve sporten, perfect voor interval. En zalig als je ’t in de bossen kan doen. Wist je trouwens dat ik ook nog aan veldrijden heb gedaan bij de amateurs? Ik ben toen zelfs nog derde geweest op het Belgisch kampioenschap. Bij de elite zonder contract heb ik het ook eens geprobeerd, maar ik moest toen stoppen in de vierde ronde – ik kon niet meer mee (lacht).”

Ik zag op Facebook foto’s van een luilekkervakantie met je vriendin. Dan zoek je de kicks blijkbaar niet op.
“Vakantie is rust, geen actie. Aan het zwembad liggen, wat rondwandelen en niet veel meer. Ik ga dus niet als een gek beginnen surfen, parachutespringen of bergbeklimmen. Nogmaals: die hoogtevrees hé. Zo zijn we enkele maanden geleden op teambuilding geweest in Zuid-Frankrijk. Op een bepaald moment gingen we rotsklimmen, maar om te starten moesten we eerst een klein houten bruggetje over een ravijn passeren. Ik had er tien minuten voor nodig, terwijl de rest al lang weg was. Maar ik heb het uiteindelijk toch gedaan, omdat ik absoluut wilde vermijden dat ze mij met een reddingshelikopter zouden moeten komen halen. Wat een afgang zou dat geweest zijn (lacht).”

Geen actie op vakantie dus. Ook niet gaan kamperen dan?
“Ik zou dat graag eens doen, maar dan in een extreme versie, bijvoorbeeld in Finland of Lapland of de Noordpool. Met een groep vrienden een grote trektocht of offroad-trip maken, dat moet de max zijn. Een beetje zoals in dat tv-programma 71 Graden Noord. Hoe meer basic, hoe liever: een tent en een potje om te koken, that’s it. Misschien binnen een paar jaar, nadat mijn carrière er op zit? Hopelijk heb ik er het lef voor (lacht).”

©Ian Hermans
©Ian Hermans
Als Kevin Strijbos geen motorcrosser was geworden, dan was hij…
“Dan weet ik het niet. Ik rijd al met de moto sinds ik drie jaar was, het heeft er altijd al ingezeten. Sowieso zou ik voor een sportieve carrière gegaan zijn, omdat een kantoorbaan nu eenmaal niets voor mij is. Ik zou gek worden, ik moet buiten zijn.”