Amateurs, Jonas & Van Geel, Tegen de Sterren Op, De Biker Boys, de WO I-musical 14-18 en eind maart het mee door hem geschreven Patrouille Linkeroever… Momenteel is Jonas Van Geel niet van het podium en de televisie weg te slaan. Maar hoe léérde hij eigenlijk spelen?

Met een acteur als vader en een moeder met een acteursopleiding achter de rug, had Jonas Van Geel volgens hemzelf maar twee keuzes: acteren fantastisch vinden of het haten. Het werd, zoals iedereen vandaag op scherm en podium kan zien, het eerste. Van Geel was bijna letterlijk een geboren acteur, en stelde daar bijgevolg zijn studiekeuze op af.

Was het een voordeel om al zo vroeg te weten wat je wilde worden?
“Bij mij was het simpel en tegelijkertijd niet simpel. Niet simpel omdat ik geen plan B had, maar simpel omdat ik wist dat dit hét voor mij was. Ik herinner me dat we in de lagere school eens naar de Brabanthallen zijn geweest, waar toen alle middelbare opleidingen werden voorgesteld. Ik voelde toen al dat niets daarvan mij echt kon boeien. Niettemin koos ik in het middelbaar – het Heilig-Hartinstituut van Heverlee – voor moderne wiskunde, maar al snel bleek ik daar inderdaad niet op mijn plaats te zitten. Meer nog, ik haatte het. De enige reden waarom ik slaagde voor theoretische vakken, was dat ik goed van buiten kon leren. Ah, ik kan nog elke maandag zo content zijn dat ik niet naar school moet. Dan ga ik een koffie drinken en kijk ik naar leerlingen die naar school vertrekken. Genieten (lacht).”

©Nico Van Dam
©Nico Van Dam

 

Op maandag ga ik soms een koffie drinken en kijk ik naar leerlingen die naar school moeten: genieten

 

Je zegt dat je goed van buiten kon leren. Maar je lijkt me niet het type om lang stil te zitten aan een bureau.
“Pas op, als het mij boeide, studeerde ik wel graag. Geschiedenis bijvoorbeeld interesseerde mij uitermate. Maar fysica, chemie, wiskunde: bah. Ik kon het niet goed, ik had er niets mee én ik vond dat totale onzin. Let wel, dat geldt alleen voor mij hé: alle respect voor mensen die wel van die vakken houden.”

Je hebt die opleiding moderne wiskunde dan ook niet uitgedaan?
“Nee, na twee jaar kwam een lerares mij zeggen dat ik misschien iets anders moest zoeken. Maar ze voegde ze er wel aan toe dat mijn spreekbeurten altijd heel goed waren. Waarop ze mij het telefoonnummer gaf van het Lemmensinstituut, de kunsthumaniora voor muziek en drama in Leuven. En toen heb ik dus de overstap gemaakt. Een heel bepalende keuze, want ik kon en kan letterlijk niets anders dan spelen.”

Zat je op Lemmensinstituut dan ook meteen op je plaats?
“In mijn ogen liepen daar twee types van leerlingen rond: zij die absoluut niet wisten welke richting te volgen en dan maar toneelschool gingen doen, omdat ze dan heel weinig theoretische vakken hadden en dus bijna niet moesten blokken. En anderzijds de leerlingen voor wie acteren een droom was en die er helemaal voor wilden gaan. Voor hen was die opleiding van begin tot einde een feest – niet in de letterlijke zin van uitgaan, maar in die zin dat ze er konden spelen en hun droom konden najagen. Ik behoorde tot die tweede groep, zeker omdat ik toen ook een paar leraren had, die dat heel sterk hebben gestimuleerd. Iedere student heeft denk ik wel zo’n mentor nodig die je in de juiste richting teaset.”

 

©Nico Van Dam
©Nico Van Dam

De studentenperiode is het meest speciale moment van je leven

 

Waarom ben je niet naar de universiteit of hogeschool gegaan?
“Sowieso is het niet evident om na de kunsthumaniora naar de universiteit te gaan, maar dat was voor mij ook niet de bedoeling. Ik heb wel aan verschillende toneelscholen ingangsexamen gedaan, zowel in Nederland als België. Ik kon beginnen in Amsterdam, maar omdat ik nogal honkvast ben, heb ik uiteindelijk voor Studio Herman Teirlinck gekozen in Antwerpen.”

Heb je veel opgestoken van Dora van der Groen, de vorig jaar overleden actrice?
“Zeker. Vooral in de toneelschool kun je zo iemand goed gebruiken. Kijk, stel dat je wil slagen voor wiskunde. Dan neem je een handboek wiskunde, bestudeer je de stof en tracht je verbanden te leggen. Omdat je weet: als je dit niet studeert, ben je gejost. Maar als acteur heb je alleen je eigen lichaam ter beschikking. Als je dan kritiek krijgt op je spel of in vraag wordt gesteld, dan kan dat echt een klets in je gezicht zijn, snap je? En dan is een mentor meer dan welkom.”

Je hebt de liefde voor acteren van je ouders geërfd, maar het is toch een vrij onzeker beroep. Hebben je ouders altijd achter je keuze gestaan?
“Altijd, want het was dan ook hun eigen schuld (lacht). Kijk, mijn ouders waren vroeger vaak weg, omdat ze altijd wel ergens moesten spelen. Wel, ik deed niets liever dan meegaan. Op woensdagmiddag, in de vakantie of op dagen dat ik ziek was trok ik meestal naar de set of bühne. Je kan niet geloven hoe vaak ik als kind met mijn beste maat Jelle (Cleymans, red.) bij de VRT tussen de decors heb rondgelopen. Tussen haakjes: mijn broer heeft helemaal niets met acteren, dus het zal er bij mij sowieso altijd al wel ingezeten hebben.”

 

Iedere student heeft een mentor nodig die hem in de juiste richting teaset

 

Hoe kijk je terug op je studentenperiode?
“Heel positief, ik heb er een paar goede vrienden aan overgehouden. Bijvoorbeeld met Jef Hoogmartens, waar ik ook samen mee schrijf. Op de begrafenis van Dora zag ik verschillende andere medestudenten terug, en dan besef je toch dat de studentenperiode zowat het meest speciale moment van je leven is. Omdat het zo bepalend is: je gaat samen door de stront of net niet, je neemt afscheid van medestudenten die afhaken, je wordt samen heel zat, je praat vaak over het leven en hoe je de wereld gaat veranderen. Zeker een toneelopleiding is op dat vlak heel intens, omdat je bij wijze van spreken 24 uur per dag bij elkaar bent.”

Op je 14e stond je al in een musical, op je 16e richtte je mee een cabaretgroepje op en tijdens je opleiding zat je in Bende Gek. Zou je studenten aanraden om actief hun dromen na te jagen zoals jij deed?
“Dat moet iedereen voor zich uitmaken. Ik vind wél dat het veel zegt over je motivatie om er te geraken. Kijk, als je iets graag doet en je bent er goed in, dan kom je er wel, op voorwaarde dat je ervoor gaat. Je moet je geluk wat afdwingen. Ik had ook joints kunnen paffen op een bankje in het park, waar ik voor alle duidelijkheid niets tegen heb. Maar het zou me niet gebracht hebben tot waar ik nu sta.”

Wat zou je studenten aanraden die in tegenstelling tot jou niét goed weten wat ze willen?
“Zoek het uit tot je het vindt. Het leven is zowel lang als kort. Lang, omdat je hetgeen je uiteindelijk zal doen ook een hele tijd zal moéten doen. En kort, omdat je je tijd niet mag verprutsen, want voor je het weet is het gedaan. Je doet dus maar beter iets dat je graag doet.”

©Nico Van Dam
©Nico Van Dam

 

Als Jonas Van Geel geen acteur was geworden, dan was hij…
“Er was écht geen plan B, ik heb van nooit iets anders gedroomd dan acteren. Het is dus niet zo dat ik als kleine jongen piloot of dokter wilde worden. Tot op vandaag stel ik me ook geen vragen over een plan B, ik zie wel wat er op me af komt. Wat ik wel weet, is dat ik me zonder problemen achter de schermen zou kunnen bezighouden als ik als acteur minder gevraagd zou worden.”