Als burgemeester van Oostende heeft Johan Vande Lanotte uitgesproken ideeën over hoe een moderne stad er moet uitzien en op welke manier een smart city vorm kan krijgen. “Permanente democratie is een basisvoorwaarde.”

De dag voor ons interview kreeg Oostende er een trekpleister bij: na twee jaar renovatie keerde de driemaster Mercator terug naar zijn vaste ligplaats in de jachthaven ter hoogte van het stadhuis. En burgemeerster Vande Lanotte is er fier op: “Dankzij de restauratie zal het zeilschip weer schitteren en kunnen we het verder uitbouwen als een toeristische attractie.” Daarnaast heeft hij ook uitgesproken ideeën over hoe een moderne stad er moet uitzien en op welke manier een smart city vorm kan krijgen.

Hoe definieert u een smart city, want het is een ‘containerbegrip’ dat vele ladingen dekt?
“Wel, ik ben voorstander van een goed afgelijnde definitie. Te veel zaken worden onder een smart city gezet die er niet thuishoren. Een smart city heeft te maken met het verzamelen van gegevens op een digitale manier, via een systeem dat die gegevens autonoom kan bewerken en daarbij kan het systeem dan op basis van die gegevens instructies geven. Bijvoorbeeld het digitaal verzamelen van parkeergegevens, het systeem dat autonoom die gegevens verwerkt en dan continue parkeerinstructies geeft aan de binnenkomende auto’s in de stad.”

 

Een moderne stad draait niet om projecten maar om de participatie van de burgers

 

Kan u een aantal voorbeelden geven van de manier waarop een smart city zich kan profileren?
“De meest typische voorbeelden hebben te maken met mobiliteit en parkeren. Een concrete toepassing van een smart city is, zoals aangehaald, de informatie die een automobilist krijgt wanneer hij de stad binnenrijdt: waar kan hij parkeren? In Oostende worden we wel meteen geconfronteerd met een administratief probleem: langs de autosnelwegen mogen dergelijke borden met informatie niet worden geplaatst. Een tweede toepassing is informatie over de verkeersstromen zodat bij werken alternatieve routes worden aangereikt. Een andere toepassing heeft te maken met energiebesteding en -gebruik.”

Denkt u nog aan andere voorbeelden die van toepassing zijn op een smart city?
“Afvalophaling is zeker nog een opportuniteit, hoewel nog niet alles technisch op punt staat. We evolueren steeds meer naar ondergrondse afvalcontainers met sensoren, waar bewoners zelf hun afval in deponeren. De gegevens hieruit zouden de stereotype ophaalrondes kunnen doorbreken. Ze tonen wanneer een afvalcontainer vol is en wanneer ze dus geleegd moet worden. Op die manier kun je de dienstverlening efficiënter organiseren, wat uiteindelijk één van de doelstellingen is van een smart city.”

 

Een moderne stad is pas succesvol als van diversiteit een gemeenschappelijk-heid gemaakt is en die behouden kan worden

 

Van een smart city naar een moderne stad lijkt een kleine overstap?
“Voor alle duidelijkheid: een moderne stad is niet hetzelfde als een smart city. De filosofie die ik hanteer rond een moderne stad heeft te maken met diversiteit. Diversiteit zowel op het vlak van ideeën, talenten, creativiteit, als op het vlak van sociale achtergrond, demografie… Een moderne stad is pas succesvol als van die diversiteit een gemeenschappelijkheid gemaakt is en die behouden kan worden. Op dat vlak is Nederland een voorbeeld van hoe er niet in is geslaagd om een gemeenschappelijk gevoel te creëren. Onze noorderburen zijn statistisch het zesde gelukkigste land ter wereld en ze behoren bovendien tot de rijkste landen in de wereld. De kansengelijkheid is er groot maar toch zie je bij verkiezingen dat zowat iedereen malcontent is. Een moderne stad en maatschappij moet die negatieve gevoelens ombuigen in een positieve gemeenschappelijkheid.”

Op welke manieren kunnen we een positieve gemeenschappelijkheid creëren?
“Dat moet gebeuren op verschillende niveaus. In de eerste plaats op het niveau van het individu. Iedereen moet de gelegenheid hebben om te participeren in sport, cultuur, werkgelegenheid… Ieder individu moet kansen krijgen. Het gaat ook over gemeenschappelijkheid op straat- en wijkniveau. Wij hebben bijvoorbeeld een subsidiereglement om straatfeesten te organiseren maar daar wordt nog te weinig gebruik van gemaakt. Door positieve acties en projecten trachten wij de mensen erbij te betrekken. De moderne stad heeft nood aan een permanente democratie.”

 

Te veel zaken worden onder de noemer smart city gezet

 

Hoe organiseert Oostende dat?
“Als stad gaan we voortdurend in overleg met onze burgers en zorgen we voor de nodige inspraak. Wij hebben een enquête gehouden waaraan 13.000 mensen deelnamen en hieruit distilleerden we een 15-tal beleids- en actiepunten. Het gaat er niet om projecten of een hype te lanceren. Iedereen erbij betrekken: dat is de uitdaging van de moderne stad.”

Voor de begeleiding van de stadsontwikkeling is in Oostende sinds 2015 het Stadsatelier actief: wat doen zij precies?
“Het Stadsatelier bestaat uit onafhankelijke experten die de architecturale en stedenbouwkundige kwaliteit van de stad bewaken en stimuleren. Er wordt gewerkt aan een Globaal Strategisch Ontwikkelingsplan voor de lange termijn. Voorts verzorgt het Stadsatelier de omkadering van een aantal innoverende woonprojecten en begeleiden en adviseren ze verschillende bouwprojecten voor de stad. Het Stadsatelier wil vooral ook mee de condities scheppen om ambities mogelijk te maken. Oostende heeft er nood aan om af en toe eens out of the box te denken.”

 

iedereen moet de kans hebben om te participeren in sport, cultuur, werkgelegenheid

 

Hoe ziet u duurzame wijken?
“Duurzame wijken ontwikkelen is niet altijd evident. Je moet vooral veel realiteitszin aan de dag leggen. Woonontwikkeling Zilverlaan – met 65 woningen – is hiervan een uitstekend voorbeeld. Om de open ruimte te behouden zetten we in op ondergronds parkeren en een publiek toegankelijk park van 1 hectare. Daarnaast hebben de woningen een eigen tuin en geven ze uit op een ruime speelstraat die plaats biedt voor allerlei activiteiten. We hebben een ontwikkelingsvisie uitgewerkt in samenwerking met een aantal partners. Die visie overschrijdt zowel de perceelgrenzen als de klassieke opdeling in huisvestingssectoren, zoals sociaal en marktconform wonen en wonen met zorg. We zien dat dit winsten oplevert voor de bewoners én voor de buurt.”

Lukt het om voor alle nieuwe woonprojecten een dergelijke visie te ontwikkelen?
“We proberen altijd op deze manier te werk te gaan, maar, eerlijk gezegd, slagen we daar niet altijd in. In een stedelijke omgeving met al zijn noden stuiten we regelmatig op onze realiteitsgrenzen. In het project Mispelplein hadden we voorzien om woningen met drie verdiepingen te realiseren, gecombineerd met een aantal gemeenschapsvoorzieningen. De huidige bewoners zagen deze hoogbouw niet zitten en daarom kozen we voor een compromis van gebouwen met twee verdiepingen. In de realiteit moeten ‘de grote principes’ dus telkens getoetst worden.”