Het lijkt wel alsof de jaren geen vat krijgen op Jef Vermassen. 69 is hij intussen, maar de strafpleiter is nog altijd even gedreven als een jongeling van drie maal zeven. “Het was nooit mijn ambitie om advocaat te worden”, zegt hij. “Vandaag moet ik toegeven: ik ben als advocaat geboren. Hier ben ik voor in de wieg gelegd.”

Jef Vermassen ontvangt ons in zijn statige kantoor in Lede waar kunstwerken van onder meer Permeke zijn bureau sieren. Kunst zorgt ervoor dat cynisme geen plaats krijgt bij Vlaanderens bekendste advocaat. “Een wapen tegen donkerheid, tegen de vuile kant van de maatschappij”, klinkt het. Vermassen weet als geen ander tot waartoe de mensheid in staat is, verdedigt daders en slachtoffers van de grootste wreedheden en zijn credo is bekend: ‘elk van ons is in staat om te doden’.

 

Je mag je leven niet laten leiden door angst

 

Kunnen we ons nog wel veilig voelen?
“Veiligheid is een relatief begrip en dat moet je kunnen aanvaarden. Niemand kan je een volledige veiligheid garanderen, want dat bestaat simpelweg niet. Wel moet er een gevoel zijn, bij elk van ons, dat je niet voortdurend bedreigd wordt, wat niet het geval is bijvoorbeeld als je leeft in oorlogsgebied. Je moet een gevoel hebben dat, als je je aan de spelregels houdt, je weet dat je niet om de haverklap belaagd of bestolen zult worden, dat je veilig bent op straat. De kans bestaat altijd dat, als je op een bepaald moment op de verkeerde plaats bent, je aangevallen kunt worden, maar je moet weten dat die kans gering is. Je mag niet leven met schrik dat wanneer je straks de kerstboom bezoekt op de Grote Markt in Brussel, je dat misschien niet zal overleven. Dat mag je niet denken, want dat is ongezond. Maar je kunt natuurlijk vandaag niet ontkennen dat de zogenaamde ‘barometer van schrik’ zeer hoog staat door de verschillende aanslagen. Dat is jammer, en heel slecht voor onze samen-leving. Velen durven niet meer samenleven, ze isoleren zich. Foute reactie, want zo kom je alleen maar in eenzaamheid terecht.

Kan de overheid iets doen om dat gevoel te keren?
“Opnieuw, dat is een moeilijke vraag. Justitie moet alleszins prioriteit geven aan het bestrijden van terrorisme, want dat is een groot probleem, maar besef tegelijkertijd dat er geen hoera-kreten van toepassing zijn als we IS verslaan in Syrië. Het probleem is dan niet van de baan. De haat zit in onze gevangenissen, in onze samenleving, in onze randsteden, het zit dicht bij ons en alle dagen wordt het gecultiveerd. Daarom pleit ik niet zozeer voor een repressieve aanpak, maar eerder voor preventie. Een hele groep jonge mensen – laat ons een kat een kat noemen – allochtonen, zijn gemakkelijke prooien geworden van haatpredikers en levende bommen. Ze hebben niets om handen, zijn werkloos, gefrustreerd en voelen zich hier niet thuis. Toch zijn ze hier nu en we kunnen ze niet meer kwijt. Dus moet je er alles aan doen om hen te integreren, op een positieve manier met hen om te gaan.”

©Thomas Schurmans
©Thomas Schurmans

 

Als je bepaalde misdadigers als jonge advocaat verdedigt, krijg je soms dreigbrieven van mensen die geen onderscheid kunnen maken tussen de crimineel en de advocaat

 

U bent al bedreigd geweest, onder meer na de uitspraak in de parachutemoord. Uw kleinkinderen mochten toen zelfs even niet op de speelplaats spelen.
“Dat waren toen zeer verregaande maatregelen, maar het was zeker niet de eerste keer. Ik heb in mijn beroepsloopbaan dit probleem regelmatig gekend. Als je bepaalde misdadigers als jonge advocaat verdedigt, word je daarmee vereenzelvigd en krijg je weleens dreigbrieven van mensen die blijkbaar geen onderscheid kunnen maken tussen de crimineel en de advocaat. Ik ben iemand die zijn job uitoefent en wanneer iemand je dat kwalijk neemt – dat je je best gedaan hebt – dan is dat simpelweg absurd. Je kunt je toch niet laten verliezen, omdat je weet dat je bij winst op je hoofd zal krijgen? Dat is complete onzin.”

Toch is niet intellectueel bekwaam om dat onderscheid te maken…
“Daar kan ik inkomen en ik heb daar geen probleem mee, maar dat er bepaalde haatsites worden opgericht, dat mensen elkaar via sociale media – open riolen soms – elkaar gaan opjutten, beïnvloeden en allerlei bedreigingen gaan uiten, is een betreurenswaardige tendens.”

Laat u daar dan slaap voor?
“Tja, dat was een korte periode waarin alle zeilen even werden bijgezet. Het is vooral erg voor hen, zelf heb ik geen schrik. Je kunt ook maar één keer sterven. Dus dat is een grote troost (lacht). Kijk, als je met angst leeft als advocaat, moet je een andere job kiezen, want er kan altijd iets gebeuren. Die periode na de parachutemoord was hinderlijk en niet leuk. Het gaf een beangstigend gevoel, om zo scherp bewaakt te worden door de politie. Gelukkig waren ze er maar voor even, het was een uitzonderlijke situatie. Zo onveilig is ons leven als advocaat nu ook weer niet.”

 

Een hele groep jonge mensen zijn makkelijke prooien geworden van haatpredikers en levende bommen

 

Heeft u nooit overwogen om iets ander doen?
“Nee, dit is mijn beroep en het blijft mijn beroep. Ik ben advocaat. Een geboren advocaat durf ik nu wel zeggen. Ik wilde het nooit worden, maar iedereen zag in mij een advocaat, ik heb me ertegen verzet en het is een gevecht dat ik niet gewonnen heb (lacht).”

Hebt u twijfels bij bepaalde cliënten?
“Natuurlijk en ik heb regelmatig cliënten geweigerd. Dat is omdat ik de keuze heb om dat te mogen doen. Als ik het gevoel heb, omwille van bepaalde aspecten dat een zaak me niet goed zit, dan doe ik het niet.”

Waarom precies dan?
“Tja … hoe zeg je dat. In onze job moet je elke dag vechten tegen cynisme. Je ziet zo veel ellende dat je geneigd zou worden om cynisch te worden of om je af te sluiten. Dus je moet zorgen dat je een emotioneel evenwicht houdt, dat je niet uit balans geraakt. Kijk, een proces zoals dat van Kim De Gelder… als ik daar de foto’s van zie, die foto van dat dode baby’tje, helemaal alleen in die grote ruimte… die blijft me achtervolgen. Dat weegt, dat kan ik niet ontkennen. Maar er is één voordeel en wij advocaten hebben dat allemaal. Vandaag gaat het slecht en morgen gaat het weer beter bij een andere zaak. En je mag het hoofd niet laten hangen, nooit.”

Uw collega Vic Van Aelst kreeg onlangs een vijfde hartstilstand en borg zijn toga op. Hij had ook goede raad voor u in een interview in De Morgen: ‘Aan Jef Vermassen, die 70 wordt, zeg ik: hou er zelf mee op voor iets of iemand in jouw plaats beslist.’
“Het is een gouden raad en die woorden hebben me geraakt. En ik geef toe, ik zou het wel willen: afbouwen, maar zo eenvoudig is dat niet. Je kunt er niet van vandaag op morgen mee ophouden als advocaat, zeker als je zo’n groot kantoor hebt opgebouwd. Ik moet beginnen beseffen dat ik volgend jaar 70 word. Ik wil zijn raad een beetje volgen… anderzijds: het is nog te vroeg om het volledig vaarwel te zeggen.”

Jef Vermassen
Als Jef Vermassen geen advocaat was geworden, dan was hij…
“Tja, moeilijk te zeggen. Er zijn meerdere pistes. Ik heb nog gedacht aan psychologie, ik vind dat leuk en interessant, maar alleen psychologie is me te eng. Wellicht gaf ik les en was ik prof in de criminologie. Vroeger wou ik ook jeugdrechter worden of onderzoeksrechter. En dat laatste willen ze nu goed als afschaffen… nog een geluk nu, dat ik dat niet geworden ben (lacht).