In samenwerking met

Jef Lembrechts,voorzitter Vlaamse Confederatie Bouw

De stad zal enkel aantrekkelijk zijn voor iedereen als zij ook voor iedereen leefbaar zal zijn. Anders dreigt de stad een negatieve keuze te worden: voor vluchtelingen, weinig bemiddelde jongeren en ouderen die niet meer willen verhuizen.

De leefbaarheid van onze steden is in gevaar. Zij worden geconfronteerd met een te hoge graad aan fijnstof. Klimatologen waarschuwen voor het hitte-eilandeffect, waarbij stedelingen meer kans hebben op vochttekort, zonnesteek en zelfs beroertes, ook wel hittestress genaamd. Te veel verharde oppervlakte en te weinig wind zijn daarvan oorzaken. Slim verdichten is de boodschap.

Op weg naar compacter bouwen
Wij waarschuwen daarbij voor te drastische overheidsmaatregelen. In 2015 werd per dag nog maar 2 hectare ruimte extra ingenomen door wonen, in de jaren 90 meer dan dubbel zo veel. Om dat te reduceren tot nul hectare per dag tegen 2040 is geen revolutie nodig. Projectontwikkelaars en aannemers zijn de weg naar compacter bouwen al ingeslagen.

Collectieve aanpak 
Ook de overheden moeten volgen. Waarom willen zij met woningtypetoetsen energieverspillende rijwoningen behouden? Waarom verzetten zij zich nog vaak tegen extra bouwlagen? In de moderne stad moet een creatieve mix van hoge en lage gebouwen mogelijk zijn. En het groen tussen de gebouwen zal wellicht vaker collectief dan individueel zijn, waardoor het ruimtegevoel erbij zal winnen. Ook op het vlak van energiebesparing en hernieuwbare energie zien we steeds vaker een collectieve aanpak. De kostprijs van hernieuwbare energie kan de helft lager liggen.

 

In de moderne stad moet een creatieve mix van hogere en lagere gebouwen mogelijk zijn

 

Multifunctioneel gebruik van gebouwen
Verweving is, naast leefbaarheid, een ander kernwoord voor de moderne stad. Er staan nog heel wat voormalige ateliers en pakhuizen te verkommeren. Om die te herontwikkelen pleiten we voor multifunctioneel hergebruik. De overheid moet hierbij open staan voor niet-economische functies zoals wonen en recreatie, zorg en onderwijs.

Vrijgekomen ruimte voor groen
Die verweving van functies is goed voor de binnenstedelijke verdichting en de leefbaarheid. Parkeergarages komen onder winkels, waarboven woningen kunnen worden gebouwd. De ruimte die daardoor vrijkomt, kan benut worden voor natuur. Daarbij zien we steeds meer groene daken en zelfs groene gevels, wat de biodiversiteit ten goede komt.

Keuzes maken op basis van data
Dankzij nieuwe ICT-toepassingen, sensoren en big data zullen steeds meer omgevingsfactoren in real time meetbaar zijn, zoals verkeersstromen en fijnstofconcentratie. Inwoners zullen steeds meer keuzes maken op basis van die data, om bijvoorbeeld zich te verplaatsen of thuis te blijven. Daardoor worden gebouwen en infrastructuren efficiënter benut. De stad van de toekomst is slim.

Opnieuw leefbare steden
Waar mogen steden zich nog verder ontwikkelen? Voor ons mogen dorpskernen binnen de 16,5 procent die in Vlaanderen voor wonen is bestemd, er meer gaan uitzien als een stad en stedelijke gebieden er meer gaan uitzien als een dorp. Maar het is verkeerd nu al gemeenten uit te sluiten omdat zij bijvoorbeeld niet aan een spoorwegstation zijn gelegen. Niemand mag vergeten worden bij deze infrastructuurontwikkeling, zodat onze steden opnieuw leefbaar worden.