Ook in de industrie is heel wat enthousiasme te bespeuren over de mogelijkheden van het Internet of Things, het zogenaamde Industrial Internet of Things (IIoT). Voor welke concrete veranderingen gaat IIoT zorgen en hoe kunnen bedrijven daarvan profiteren? “Vroeger bouwden we fabrieken, nu helpen we ze uitbaten.”

Belofte van IoT
Data halen uit bedrijfsassets, machines laten communiceren en nieuwe inzichten creëren in bedrijfsprocessen. De belofte van IoT voor de industrie is niet min, we staan dan ook aan de vooravond van een revolutie, meent Hans De Ruysscher, business manager cloud application services bij Siemens. “IoT zorgt voor een enorme bron aan data”, zegt hij. “Die data bestonden altijd al, maar ofwel stond ze volledig op zich en waren ze niet geconnecteerd met andere data, ofwel viel ze niet te ontginnen. De belofte van IIoT is dat we nu die data gestructureerd kunnen verwerken en omturnen tot informatie waarmee we iets kunnen aanvangen. En waarmee een bedrijf zijn plaats in de waardeketting kan verbeteren of veiligstellen.”

Industrieel efficiënt
De Ruysscher geeft het voorbeeld van lot size one: bedrijven zullen hun klanten een veel grotere variëteit aan producten kunnen aanbieden die toch op een industrieel efficiënte manier gemaakt worden. “Neem een autofabriek waar je je auto tot op de dag van de productie nog kunt aanpassen. Of neem Adidas: via hun site kon je je loopschoenen al helemaal personaliseren. Maar vandaag gaat het bedrijf nog verder: je personaliseert niet alleen de kleurtjes, maar je kunt ook schoenen bestellen die perfect zijn aangepast aan je linker- en rechtervoet. In de toekomst zal men qua materialen zelfs rekening houden met hoe je loopt, in welke omstandigheden en hoe vaak je traint enzovoort. Die evolutie houdt ook kansen in voor onze Europese industrie, doordat bijvoorbeeld de schoenproductie terug in onze contreien moet gebeuren om de logistieke ketting zo lean mogelijk te houden.”

Ophalen van data
Vandaag gebeurt dat ophalen van data vooral nog in industriële productieomgevingen, maar er is geen enkele reden om ook geen data over energie, veiligheid, logistiek, gebouwen en mobiliteit mee in de vergelijking op te nemen. Maar ook in de industrie zelf is er nog heel veel onontgonnen terrein, zegt De Ruysscher. “Fabrikanten installeren nu machines bij klanten, maar hoe lopen die precies? Doen die soms onverwachte dingen? Vaak hebben ze daar compleet het raden naar. Als ze die informatie wel zouden hebben, kunnen daar heel interessante nieuwe businessmodellen ontstaan.”

 

Uiteindelijk komen we tot een zelfregulerende fabriek, zoals een zelfrijdende auto Hans Fastenaekels

 

Van data over cloud naar analyse
Een bedrijf dat niet meer overtuigd moet worden van die aanpak is het West-Vlaamse Vyncke, een producent van industriële biomassacentrales. “Wij gebruiken MindSphere van Siemens”, zegt Head of Technology Hans Fastenaekels. “Je kunt dat vergelijken met het besturingssysteem iOS van Apple: het is een platform dat geconnecteerd is met sensoren in de fabrieken die we bouwen en waarop apps draaien. Die apps kunnen door onafhankelijke ontwikkelaars aangeleverd worden. De sensoren verzamelen de data, die wordt in de cloud bewaard en daarna door de apps geanalyseerd.”

Vergelijking maken
Op die manier kun je data van verschillende centrales gaan vergelijken, ze benchmarken en er analytics-technologieën op loslaten. Fastenaekels: “Vroeger bouwden we een centrale, we leverden die op en dan was het voor ons gedaan. Nu kunnen we de data die we eruit halen, aanvullen met onze eigen kennis en kunde, en daar een nieuw aanbod van maken voor onze klanten. Op die manier helpen we hen bij het uitbaten, iets wat ze vroeger helemaal zelf deden. Klanten staan daar zeker voor open: energie opwekken is immers zelden hun corebusiness.”

Zelfregulerende entiteiten
Uiteindelijk kan dit zelfs leiden tot zelfregulerende centrales, zegt Fastenaekels, vergelijkbaar met zelfrijdende auto’s. Met machines die aan operatoren aangeven wanneer ze denken dat een onderhoud nodig is. “Dat klinkt ongelooflijk futuristisch, maar over vijf jaar is dit standaard. De voordelen zijn legio, alleen over de cybersecurity maken klanten zich soms nog zorgen. Je wilt natuurlijk niet dat al je fabrieksgegevens in vreemde handen vallen. Maar ook daar zijn alle mogelijke beveiligingen voor ingebouwd.”