In de stad van morgen communiceert alles en iedereen met elkaar: een smart city. Vuilbakken vertellen het als ze vol zitten, busjes waarschuwen voor te hoge fijnstof-concentraties en rioleringen verwittigen de brandweer als ze dreigen over te lopen. De eerste tests in ons land zijn een feit.

Kan technologie de wereld redden? Er wordt in ieder geval geprobeerd. Denk aan de zijn de busjes van bpost in Antwerpen, die via sensoren de luchtkwaliteit in kaart brengen. Sensoren zullen binnenkort waarschijnlijk ook te vinden zijn in de rioleringen van de stad. Daarmee wordt getest om er overstromingen mee te voorspelen. De brandweer zou zo weten waar het preventief moet gaan pompen.

Proefkonijnen in de stad
Die projecten komen er doordat bedrijven, onderzoekers, bewoners en stadsdiensten samen met slimme technologieën experimenteren, onder andere in Living Lab, de nieuwe speeltuin van het technologische onderzoekscentrum imec. Met een oppervlakte van 204 km² en 500.000 proefkonijnen. Het doel: het stadsleven aangenamer en duurzamer maken.

Data openstellen
Maar niet alleen Antwerpen manifesteert zich als smart city, bedoeling is dat alle Vlaamse centrumsteden in de komende jaren hun data zullen openstellen. Imec ontving hiervoor één miljoen euro projectsubsidie van Vlaams minister van Stedenbeleid Liesbeth Homans. “Maar denk nu niet dat we al die steden zullen overladen met sensoren en lukraak metingen zullen doen”, verduidelijkt coördinator Nils Walravens. “We beginnen pas met data verzamelen als we heel precies weten welke maatschappelijke uitdagingen we ermee willen aanpakken.” De vraagstukken definiëren is de taak die Walravens de eerstvolgende maanden wacht, uiteraard in samenwerking met de steden.

Smart Amsterdam
Voor inspiratie kunnen Walravens en zijn collega’s eventueel bij onze noorderburen terecht. In Amsterdam bijvoorbeeld werken ze al sinds 2008 aan hun Smart City. In de eerste jaren lag de focus in Amsterdam vooral op mobiliteit en energie, intussen is daar ook connectiviteit, data en circulariteit bijgekomen.

 

“Het einddoel is de leefbaarheid verhogen, zonder er een Big Brother-verhaal van te maken”- Nils Walravens

 

Moeilijke vergelijking
In totaal staan al ruim 150 ‘slimme’ projecten op de teller en duikt de stad ook regelmatig op in allerlei best of-lijstjes. “Een grote eer, maar eigenlijk zie ik overal in Europa goeie voorbeelden opduiken”, reageert Maaike Osieck, communicatiemanager van Amsterdam Smart City. “Berlijn, Kopenhagen, Barcelona zijn minstens even sterk bezig. Het is bovendien erg moeilijk om te vergelijken, want elke stad heeft zijn eigen uitdagingen, aanpak en expertise. Je doet gewoon die dingen die bij je stad passen.”

Voetballen in het groen
Het meest in het oog springende is zonder twijfel de renovatie aan de Amsterdam ArenA, een voetbalstadion dat je gerust een stad in het klein kunt noemen. Tegen 2020 wil de ArenA ‘het meest innovatieve stadion ter wereld’ zijn. Zo komt er een grasmat die weet of het water en voedingsstoffen nodig geeft, zullen voetballers met een ‘tag’ kunnen spelen (interessant voor de analyse nadien) en zullen supporters dankzij een uitgekiend Mobility Portal nooit meer in de file staan op weg naar een parkeerplaats. De ArenA wil ook een grote batterij laten bouwen om de energie van de zonnepanelen op het stadion in op te slaan. De elektriciteit die overdag is opgewekt, kan zo op een later moment gebruikt worden. Overtollige stroom zal aan nabijgelegen panden aangeboden worden.

 

“Elke stad heeft zijn eigen uitdagingen, aanpak en expertise. Je doet de dingen die bij je stad passen”- Maaike Osieck

 

Struikelblokken
Hoe handig de slimme stad ook mag zijn, de weg ernaartoe zit vol hindernissen. Of de wetgeving stribbelt tegen, of er haakt een partner af. Osieck: “Om de slaagkansen te verhogen, hebben we samen met de Hogeschool Amsterdam verschillende rapporten gepubliceerd met daarin alle praktische kennis en lessen uit het verleden. Ook buitenlandse steden tonen al interesse. En uiteraard gaan we daar graag op in.”

Big Brother is watching you
Nils Walravens ziet nog een andere grote uitdaging voor de geconnecteerde stad: privacy. Want hoe interessant de stroom aan data voor een stad ook is, het is niet de bedoeling er een Big Brother-verhaal van te maken. “Het einddoel is de leefbaarheid verhogen, maar uiteraard binnen de grenzen wat van ethisch en juridisch mag.”