Researchers in witte stofjassen die gewapend met erlenmeyers en bunsenbranders in een labo rondlopen. Dat is het klassieke beeld dat veel mensen hebben van onderzoek en ontwikkeling. De realiteit is vaak heel anders. Wij vroegen aan drie onderzoekers hoe hun R&D-trajecten er typisch uitzien.

 

Itziar Tolosa, R&D Tea Category manager Coca Cola

Hoe begint u aan een R&D-project en wat is de methodiek?
“Alles begint met een brief die het R&D-departement ontvangt. Dit is een document waarin staat wat de consument verwacht van een nieuw drankje en wat de huidige trends zijn. Er zijn verschillende soorten briefs. Sommige zijn typisch, zoals van een bestaand drankje een versie met minder suiker maken bijvoorbeeld. Dan weten we al ongeveer wat we moeten doen en waar de grote uitdagingen liggen. Anderen zijn meer open en gaan bijvoorbeeld over een compleet nieuwe categorie van drankje. Dan beginnen we te experimenteren: welke ingrediënten zouden we kunnen gebruiken? In welke verhoudingen? Hoe mengen die zich? Je begint letterlijk van nul. Dat zijn natuurlijk de leukste opdrachten (lacht).”

Wat is het meest uitdagende project dat u al heeft gedaan en wat heeft u eruit geleerd?
“Ze zijn allemaal uitdagend, maar zeker als je een compleet nieuwe categorie van drankje maakt, is het natuurlijk wel spannend. Ikzelf ben bijvoorbeeld recent bezig geweest met Fuze Tea, een nieuw soort icetea waarvan we een fusie maken met kruiden en fruit, bijvoorbeeld mango-kamille. We moesten een compleet portfolio van drankjes maken voor heel Europa in heel korte tijd en natuurlijk zorgen dat alles aangepast was aan wat de consument wilt, want in verschillende landen zijn er verschillende voorkeuren. Daar komen dan verschillende maten van zoetheid bij kijken, verschillende smaakcombinaties, daar worden telkens prototypes van gemaakt… Het is vaak een pak meer werk dan mensen denken.”

De research is (succesvol) afgerond. Hoe implementeert u de bevindingen?
“Als het recept goedgekeurd is, worden alle ingrediënten nog eens gecheckt om te kijken of alles wettelijk in orde is en of de kwaliteit goed zit. Ook het marketingteam wordt erbij betrokken, financiële mensen, de bottelfabrieken ook. Het is zeker zo dat een drankje in een labo ontwikkelen iets heel anders is dan het op grote schaal in een fabriek maken. We moeten natuurlijk zeker zijn dat door de productie op te schalen, de kwaliteit behouden blijft. Eerst gebeurt er een proefproductie in de testfabriek van Brussel, van vijf of tien liter waar we bijvoorbeeld nagaan of de smaak lekker blijft en of alle ingrediënten wel goed oplossen. Pas dan kan de echte massaproductie beginnen.”
 

Jan Delcour, Professor KULeuven, Centrum voor Levensmiddelen- en Microbiële Technologie

Hoe begint u aan een R&D-project en wat is de methodiek?
“De eerste vraag die je je moet stellen is: zijn we op zoek naar iets dat toepasbaar is of niet? Als dat niet zo is, is onderzoek vooral bedoeld om hiaten in kennis te dichten. In het tweede geval werken we meestal samen met een bedrijf. Dan is vooral een goede voorbereiding en dialoog belangrijk om te bepalen wat er precies van ons verlangd wordt. Enig realisme bij het bedrijf is daarbij natuurlijk handig meegenomen. Onze ingesteldheid en werkwijze is meestal: ‘underpromising and overdelivering’. Heel vaak zullen we ook voortbouwen op expertise die we tijdens fundamenteel onderzoek hebben opgebouwd. Dat fundamentele onderzoek is vaak essentieel om tot een toepasbare, industriële oplossing te komen.”

Wat is het meest uitdagende project dat u al heeft gedaan en wat heeft u eruit geleerd?
“Via basisonderzoek hebben we een eiwit in tarwe gevonden dat de werking van een klassiek broodverbetermiddel sterk verminderde. Zo konden we dan manieren vinden om die middelen wel goed hun werk te laten doen. Het mooie was dat dit geen onderzoek in opdracht van was, het was puur gedreven op nieuwsgierigheid. Ik geloof ook dat zoeken, puur om iets te vinden, meestal weinig resultaat oplevert. Het is meer een kwestie van je ogen goed open te houden en dan komt er sowieso wel iets interessants uit. Nog een mooie case was de Uncle Bens-rijst. Voor en met hen hebben we de kooktijd van rijst kunnen halveren, van 20 naar 10 minuten, met behoud van de kwaliteit. Dat ging vooral over het begrijpen van de transities van zetmeel en eiwitten tijdens het koken.”

De research is (succesvol) afgerond. Hoe implementeert u de bevindingen?
“Voor het werk dat we gedaan hebben rond de broodverbetermiddelen was er meteen veel interesse vanuit de industrie. Nadat het onderzoek was afgerond, hebben we er een octrooi op genomen en dat octrooi is dan ook heel snel verkocht aan Danisco, een Deense groep die later in DuPont is opgegaan. Bij het echte implementeren van ons onderzoek in productieomgevingen zijn wij, als Universiteit, in regel niet meer betrokken. Dan nemen de bedrijven en hun specialisten meestal het heft zelf in handen. Ik begrijp dat en wij verwachten dat ook niet. Ieder zijn specialiteit natuurlijk.”
 

Niels Pintens, Sales and R&D Manager Oxypoint

Hoe begint u aan een R&D-project en wat is de methodiek?
“Bij al het onderzoek dat we doen, focussen we zeer sterk op onze klanten, in regel meestal ziekenhuizen. Wat zijn hun noden en pijnpunten en wat kunnen we daaraan doen? Ons onderzoek is dus heel erg customer oriented. We luisteren naar hen, we doen interviews, we zetten focusgroepen op en we gaan zelfs bij hen kijken hoe ze hun dagelijkse handelingen precies uitvoeren. Dat is een voortdurend pingpongspel waarbij we elkaar voeden en inspireren. Beide partijen moeten daarbij natuurlijk wel realistisch blijven, we zijn maar een klein bedrijf met beperkte middelen. Dat zie ik soms ook als we externe ingenieurs aantrekken die ons bij de pure uitvoering bijstaan. Soms moeten we hen een beetje in toom houden (lacht).”

Wat is het meest uitdagende project dat u al heeft gedaan en wat heeft u eruit geleerd?
“Wij maken apparatuur voor zuurstoftherapie. De grootste nadelen verbonden aan de klassieke continue zuurstoftherapie is het discomfort voor de patiënt en de hoge zuurstofverspilling. Om te komen tot een oplossing met ons eerste product zijn we verschillende keren gestoten op foute veronderstellingen van bestaande problemen bij de klant. Het is zeer makkelijk om te vervallen in de veronderstelling dat sommige functionaliteiten een oplossing bieden voor de klant. Hier heb ik het enorme belang van vroegtijdige customer validation ervaren. Via dit een voortdurend contact met de klant worden je veronderstellingen zo vlug mogelijk bevestigd of weerlegd, zodat op het einde van het proces enkel de benodigde oplossingen aanwezig zijn.”

De research is (succesvol) afgerond. Hoe implementeert u de bevindingen?
“Belangrijk bij medische apparatuur is natuurlijk dat ze gekeurd wordt en veilig wordt bevonden. Daar houden we al van in het begin rekening mee. Maar ook de meeste andere stappen in het productieproces worden al mee opgenomen voordat de echte R&D begint. Ook het puur zakelijke, zoals bijvoorbeeld prijszetting of het businessmodel dat je wil gebruiken. De usability en zelfs de verpakking. We zullen ook al heel vroeg de mogelijkheden verkennen qua pure productie: waar ga ik het apparaat maken en wie moet dat doen? Waar vinden we een leverancier van onderdelen? Allemaal zaken die je al van in het begin mee moet incalculeren. Als je daar nog aan moet beginnen wanneer de R&D rond is, kom je gewoonweg te laat.”