“Mama, mag ik op de tablet?” Wie kinderen heeft, krijgt de vraag minstens elvendertig keer per dag voorgeschoteld. Kinderen zijn er zo aan verslingerd dat je je als ouder wel eens afvraagt of je je zorgen moet maken. Wat vinden de experts?

 

Lien Mostmans, mediaonderzoeker aan de VUB. Ze doctoreerde op het thema kinderen en online privacy

Gaan kinderen anders om met technologie dan volwassenen?
“Zonder twijfel. Voor mijn doctoraat interviewde ik 66 kinderen tussen 8 en 14 jaar over hun online gewoonten. Aansluitend had ik ook een gesprek met hun ouders, broers en zussen. In tegenstelling tot wat volwassenen veronderstellen, denken kinderen goed na over wat ze online posten. Ze vinden het erg belangrijk om controle te houden. Daarom botst het wel eens wanneer ouders ongevraagd een foto van hun kind posten. Kinderen vinden dat ouders daarmee hun privacy en autonomie ondermijnen. Kinderen zijn daar erg gevoelig voor, omdat ze weten welke sociale consequenties er aan kunnen vasthangen. Pesterijen bijvoorbeeld. Het is heel duidelijk dat kinderen een andere visie op privacy hebben dan ouders. Voor ouders gaat het erom dat je geen adres of achternaam achterlaat, voor de kinderen zelf heeft het eerder met hun sociale positie te maken.”

Moeten we ons zorgen maken over het mediagebruik van kinderen?
“Discussies over kinderen en technologie gaan heel vaak over hoelang kinderen op een tablet of computer bezig zijn, maar eigenlijk is dat de verkeerde insteek. Want het is niet omdat je je kind slechts een halfuur per dag op die schermen laat werken, dat het geen ongepaste content ziet. In plaats van de chronometer boven te halen, kun je beter naast je kind gaan zitten en kijken waar het mee bezig is. Welke sites bezoekt het? Welke spelletjes speelt het? Verder denk ik dat internet voor kinderen vooral veel mogelijkheden biedt, om te leren en leuke dingen te doen. Ik stap niet mee in de morele paniek die er rond kinderen en mediagebruik hangt. Kinderen zijn geen passieve ontvangers, ze kunnen betekenis geven aan wat ze zien. Wat natuurlijk niet wil zeggen dat je blind moet zijn voor de mogelijke risico’s.”

Hoe leer je kinderen om die tablet of spelcomputer ook eens los te laten?
“De meeste Vlaamse ouders kiezen voor een combinatie van restrictieve en actieve mediaopvoeding. Aan de ene kant leggen ze regels en sancties op, aan de andere kant vertellen ze waarom die regels er zijn en waarom bepaalde dingen op het internet zus en zo gebeuren. Doen ze dat goed, dan zal een kind na verloop van tijd zelf de juiste inschattingen leren maken over zijn mediagebruik. Tijdens de gesprekken die ik voor mijn doctoraat met de kinderen had, gaven velen zelf aan bang te zijn om verslaafd te raken. Als volwassene kun je je kind leren om signalen op te pikken, zodat ze uiteindelijk in staat zijn zichzelf verder te helpen.”

Theo Compernolle, neuropsychiater en auteur van ‘Ontketen je brein’

Gaan kinderen anders om met technologie dan volwassenen?
“Inhoudelijk zijn kinderen natuurlijk met andere dingen bezig dan volwassenen. Als je het daarentegen puur over het gedrag hebt – de manier waarop we met technologie omgaan – dan zijn er eigenlijk geen verschillen. Dat zie je duidelijk wanneer je in het brein van kinderen en volwassenen kijkt. Ruwweg zijn er twee patronen: ofwel gebruiken we technologie als een professional ofwel als een consument. In het eerste scenario zit je zelf aan het stuur: jij bepaalt wat je doet, welke info je gebruikt en hoelang je ermee bezig bent. In het tweede scenario laat je je verleiden door hetgeen door wat je aangereikt wordt: je woelt door de continue stroom van interessante maar in se irrelevante informatie. Op dat moment neemt je reflexbrein het over van je denkend brein. Zolang dat maar voor even is, is er geen probleem. Alleen stellen we vast dat we het moeilijk hebben om die tijd af te bakenen. Door altijd ‘verbonden’ te zijn, verliezen we onszelf heel makkelijk in die stroom. We beginnen te multitasken, waardoor we minder productief en creatief zijn. Dat zie je bij kinderen én volwassenen.”

Moeten we ons zorgen maken over het mediagebruik van kinderen?
“Niet meer of minder dan dat we ons over ons eigen mediagebruik zorgen moeten maken. Want ook wij, als volwassenen, lopen op dit moment verloren. Ik kreeg onlangs een mailtje van een directrice die me vertelde dat leerlingen bij haar kwamen klagen over het smartphonegebruik van hun leerkracht. Blijkbaar was die in de les voortdurend met zijn telefoon bezig. Ooit dacht ik dat het een probleem van de oude generaties was, dat de kinderen die met die technologie geboren zijn vanzelf digitaalvaardig zouden zijn en in staat zouden zijn om los te koppelen. Dat blijkt niet zo te zijn. Het is iets dat je moet ontwikkelen. Waar ik me verder zorgen over maak, is de impact van technologie op de slaap van kinderen en volwassenen. We zijn ’s avonds veel te lang met onze schermen bezig, waardoor we moeilijk in slaap vallen en problemen krijgen met ons denken.”

Hoe leer je kinderen om die tablet of spelcomputer ook eens los te laten?
“Als we willen dat kinderen geen verslaafde consumenten worden, dan moeten we hen inzicht bijbrengen over de werking van technologie en van ons brein. Multitasken kunnen wij als mensen niet. Dat staat het leren in de weg en leidt tot inefficiëntie. We moeten kinderen (en onszelf) leren om in blokken te werken en niet van het ene op het andere te springen. Eerst een blok huiswerk, dan een blok amusement, dan een blok lezen… Ik ben ervan overtuigd dat technologie ons brein enorm kan versterken, als we ze maar correct inzetten.”

Peter Hinssen, partner bij nexxworks, technologie-ondernemer, docent en auteur

Gaan kinderen anders om met technologie dan volwassenen?
“Als ik mijn eigen kinderen – die ondertussen veertien en achttien jaar zijn – op de computer of op hun smartphone bezig zie, dan kan ik op die vraag alleen maar ‘ja’ antwoorden. Zelfs ik, als technologie-ondernemer, ben minder handig in het zoeken van dingen op het web dan zij. Zij zijn er echt heer en meester in. Begrijpelijk, omdat ze ermee zijn opgegroeid en van jongs af aan in die logica hebben leren denken. Ze hebben nooit anders geweten dan een leven in een wereld van netwerken. Ze denken in netwerken, ze zoeken in netwerken. Voorgaande generaties kunnen daar niet aan tippen.”

Moeten we ons zorgen maken over het mediagebruik van kinderen?
“Zelf was ik als kind zo verslingerd aan televisie dat mijn moeder er zich zorgen over maakte. Uiteindelijk is het allemaal goed gekomen (lacht). Om die reden vertrouw ik erop dat ook de huidige generatie kinderen en jongeren – die vergroeid lijkt met tablet en videogames – wel op zijn pootjes zal vallen. Het hoort gewoon bij de tijdsgeest. Heel veel zorgen maak ik me dus niet. In een reportage die ik hierover ooit zag, ging het over de vraag ‘What if videogames were invented before books’. Zouden we ons dan even druk maken over boeken als vandaag over videogames? Zouden we dan zeggen: ‘Boeken zijn slecht voor onze kinderen, want het isoleert hen.”

Hoe leer je kinderen om die tablet of spelcomputer ook eens los te laten?
“In ons gezin stellen we geen limieten, maar als we merken dat onze kinderen tijdens vakanties dagenlang voor hun computerspelletje zitten, dan zullen we ze wel eens naar buiten jagen. Om met de honden te gaan wandelen of zo. Ik denk dat je als ouder regels mag stellen, maar dat je daar niet moet in overdrijven. Wat ik crucialer vind, is dat wij als volwassenen onze kinderen kritisch leren denken over wat ze zien of lezen. In een wereld waarin we overdonderd worden door informatie, waarin content gemanipuleerd wordt, is dat een belangrijke vaardigheid. Natuurlijk speelt ook het onderwijs daar een rol in. Al van in de lagere school zouden we kinderen daar bewust van moeten maken.”