Als Vlaams minister van Onderwijs draagt Hilde Crevits (CD&V) een goede algemene zorg hoog in het vaandel, zeker sinds ze van dichtbij kennismaakte met het zorgsysteem. Niet enkel door de ziekte van haar zoon, maar ook als mantelzorger van haar ouders en schoonouders, met wie ze samenleeft in een kangoeroewoning.

Wat verstaat u onder optimale zorg?
“We willen allemaal de beste zorg voor iedereen. Wie ziek is of wie wat ouder is en in een woonzorgcentrum verblijft, heeft de beste zorg nodig. Optimale zorg betekent voor mij dan dat de zorgorganisaties een zo kwalitatief mogelijke zorg op maat aanbieden met respect voor de noden van diegenen die zorg nodig hebben.

U was de afgelopen maanden druk bezig met de nieuwe eindtermen. Waarom maakt EHBO onderdeel uit van het pakket van minimumdoelen die onze jongeren op school moeten leren?
“Deze eindtermen vormen de kern van het onderwijs. Ze geven weer wat we als maatschappij verwachten dat elke jongere op de schoolbanken leert. Voor mij hoort EHBO daar beslist bij. Kunnen reanimeren moet een basisvaardigheid zijn voor elke jongere. Een basis EHBO zit nu al vervat in de vakoverschrijdende eindtermen, maar die moeten vandaag slechts nagestreefd worden, niet bereikt. Dat zal in de toekomst veranderen. EHBO moet ook om meer gaan dan enkel hartmassage. De jongeren moeten voor mij ook leren hoe je bijvoorbeeld een defibrillator gebruikt. Snelle hulp kan namelijk soms cruciaal zijn.”

 

Samen bouwen en compacter wonen, is de toekomst

 

Daarnaast wordt veel waarde gehecht aan lichamelijke en geestelijke gezondheid. Waarom zijn beide zo belangrijk en op welke manier onderwijs je scholieren daarin? 
“We weten uit studies en onderzoeken hoe bepalend welbevinden is voor de motivatie en schoolse prestaties van onze leerlingen. Een school moet dan ook niet alleen kennis bijbrengen maar ook instaan voor een brede persoonlijke ontwikkeling van haar leerlingen. Lichamelijke en geestelijke gezondheid horen daarbij. Daarom hebben we ook het actieplan ‘Hoog tijd voor geZONtijd’ gelanceerd in ons onderwijs, een klavertje vier dat focust op beweging, gezonde voeding, EHBO en reanimatie en sportinfrastructuur. Om dezelfde reden hebben we van een kwalitatieve leerlingenbegeleiding een erkenningsvoorwaarde gemaakt voor scholen. Dat is voor mij een noodzakelijke voorwaarde om van goed onderwijs te kunnen spreken.”

Hoe ziet u onderwijs dat de geestelijke gezondheid verbetert, concreet? 
“Mentale gezondheid dekt een brede lading aan acties die je als school kunt ondernemen. Denk maar aan een breed gedragen anti-pestbeleid, het individueel coachen van leerlingen zodat ze hun eigen sterktes kennen of jongeren leren omgaan met stress en examendruk tot bewegingsactiviteiten zoals ‘Bewegen naar de zon‘, waar je elke dag met de klas onder leiding van je leerkracht een kwartiertje sport. Werken aan het welbevinden start met werken aan een aangenaam schoolklimaat, waar leerkrachten, directies, leerlingen en ouders elke dag opnieuw het verschil maken.”

Zelf bent u recent geconfronteerd geweest met de ziekte van uw oudste zoon, hij had lymfeklierkanker. Gelukkig is hij er bovenop gekomen, maar hoe kijkt u op die periode terug? 
“De ziekte van mijn zoon kwam bijzonder onverwacht. We wisten al een paar weken dat hij vermoedelijk ziek zou zijn, maar zoiets komt toch binnen als een donderslag bij heldere hemel. Een jongeman van 24 die geconfronteerd wordt met zo’n diagnose, dat is bijzonder hard. Voor Bram was het heel belangrijk dat hij tijdens die periode ook kon blijven doorwerken aan zijn doctoraat. Mentaal was dat ook een steun voor hem. Die ziekte en mijn zoon hebben mij wel geleerd om tijd te nemen, om meer te genieten van elkaars gezelschap. Lekker eten en samen tafelen werd belangrijker en dat hebben we ook vaak gedaan. We zijn zo allemaal enkele kilo’s bijgekomen, door het troost-eten.”

Genieten van elkaars gezelschap is alvast een stuk gemakkelijker wanneer iedereen in hetzelfde huis woont. U hebt twee jaar geleden uw intrek soms in een zogenaamde kangoeroewoning.
“Onze moeders en vaders zijn alle vier nog kwiek en goedlachs, maar zijn ook alle vier al eens ernstig ziek geweest. Ze werden een dagje ouder en woonden in een groot huis. De kinderen hebben ons toen aangemoedigd om een kangoeroewoning te bouwen, waarin we allemaal samen zouden kunnen wonen. Het geeft me een gerust gevoel dat, als ik nu ‘s avonds thuiskom, beneden het licht zie branden bij mijn ouders en mijn schoonouders. Stel dat één van beiden straks wegvalt, dan zou ik het moeilijk hebben met de gedachte dat wie overblijft, een paar kilometer verderop alleen zit.”

 

©Nico Van Dam
©Nico Van Dam

Optimale zorg betekent een zo kwalitatief mogelijke zorg op maat aanbieden met respect voor de noden van de zorgvrager

 

Hoe bevalt deze manier van leven?
“Het heeft wel iets, zo samenwonen met verschillende generaties. Zelfstandig en elk apart met de nodige privacy, maar toch met elkaar verbonden.”

Vindt u dat u, als politica, een voorbeeldfunctie hebt als het om nieuwe initiatieven als kangoeroe-wonen gaat? 
“Niemand hoeft zich hierdoor geïnspireerd te voelen, maar ik zie veel meer mensen dit in de toekomst wel doen. Samen bouwen en compacter wonen, is de toekomst en tevens een duurzame oplossing.”

Is kangoeroewonen de oplossing voor onze ouderenzorg?
“Het is alvast één van de oplossingen die mijn collega, minister Jo Vandeurzen, in zijn welzijns- en zorgbeleid voor ouderen meer dan terecht promoot. Ook minister Joke Schauvliege maakte hier werk van door vorig jaar nog de regels rond zorgwonen te verduidelijken en te vereenvoudigen. Zo stimuleren we als Vlaamse Overheid innovatieve woonvormen en specifieke woonwensen op maat van iedere burger. En dat is maar goed ook, want de Vlaming wordt steeds grijzer. Bij het ouder worden hoef je gelukkig niet meer onmiddellijk aan levenskwaliteit in te boeten. Een kangoeroe- of zorgwoning biedt het voordeel dat ouderen langer op zelfstandige basis in hun eigen omgeving kunnen wonen en als er zorg nodig is, kan die snel aangereikt worden. Voor jongeren is het dan weer handig dat ze de kosten van een woning kunnen delen maar ook snel een beroep kunnen doen op een ervaren babysitter of oppas. In een kangoeroewoning zorg je zo voor elkaar en dat werkt zeer verbindend over generaties heen. Ik kan het alvast aanraden.”

Mocht u geen politica geworden zijn, dan was u…?
“Turnleerkracht. Ik had in de lagere school een geweldige turnjuffrouw. Dat ik vandaag nog zoveel sport, is deels haar verdienste. Dat vind ik zo mooi aan de job van leerkracht: als je er hart en ziel in legt, kun je bepalend zijn voor de keuzes die jongeren maken. Ik heb lang getwijfeld tussen licentiaat LO en rechten. Ik weet niet of ik een goede turnleerkracht zou geweest zijn. Als het gaat over passie overbrengen, motiveren en teamgeest kweken, denk ik alvast van wel.”