Een spaarpot openbreken om dat paar schoenen te kunnen kopen is één ding. Het beheer van een groot vermogen is iets helemaal anders. Daarmee kan je je ook een nieuw paar schoenen aanschaffen, maar het uiteindelijke doel ziet er meestal een beetje anders uit. Wil je een maandelijkse aanvulling op je pensioen uit de opbrengst van je vermogen? Wil je de kinderen een duwtje in de rug geven? Denk je aan een successieplanning of nog niet? Als je zulke vragen hebt, kan je misschien overwegen om beroep te doen op een private bankier.

Wat kies je?
Private banking start bij de meeste instellingen bij een vermogen van gemiddeld 250.000 euro. Daarbij krijgt het vermogen van de cliënt een individuele opvolging. Er wordt wel een onderscheid gemaakt tussen adviserend en discretionair beheer. In het eerste geval beslis je zelf over je beleggingen nadat je hierover hebt overlegd met je adviseur, in het tweede geval besteed je het beheer volledig uit aan de bankier of vermogensbeheerder, die je nadien inlicht over de gedane investeringen.

Het is niet altijd het juiste moment om meteen alles te beleggen – Ive Mertens

Alles volgens het boekje
En net zoals bij het tellen van het geld in je spaarpot, begin je bij vermogensbeheer ook bij het begin. “Bij een nieuwe cliënt brengen we altijd eerst zijn vermogen in kaart”, zegt Ive Mertens van de beursvennootschap Leo Stevens & Co. “Niet alleen wat hij vandaag heeft, maar ook van wat hij te verwachten heeft uit een erfenis, een groepsverzekering of een verkoop van een zaak.” Daarna wordt gekeken naar de verwachtingen. “We willen onze cliënten zo goed mogelijk leren kennen om een volledig beheer op hun maat te kunnen maken”, gaat Mertens verder. “Daarbij hangt het af van hoe open de klant is, maar doorgaans heeft het wat tijd nodig. We rekenen gemiddeld zo’n drie jaar. Daarom kiezen we voor een vaste relatiebeheerder.”

 

grafieken

 

Wees risicobewust
Bij het in kaart brengen van je vermogen en verwachtingen zal je steevast ook gepeild worden naar je beleggingservaringen. “Als iemand weinig ervaring heeft, is het belangrijk dat we hem goed bewust maken van de risico’s die met diverse beleggingsvormen gepaard gaan”, zegt Elke Heinrich van vermogensbeheerder Weghsteen. “Zo voorkomen we dat hij achteraf niet voor negatieve verrassingen staat als de financiële markten tegenzitten.”

Als de klant het wil, begeleiden we hem tot bij de notaris– Elke Heinrich

Klant is koning
Eens het doel vastligt, wordt de weg ernaartoe uitgestippeld. Welk deel van het vermogen wordt in aandelen geïnvesteerd? Welk deel in obligaties? Welk deel in andere activa? Eventueel wordt zelfs geadviseerd om huwelijks- of samenlevingscontracten bij te sturen. “Indien de klant dat wenst begeleiden we hem daarvoor zelfs tot bij de notaris”, aldus Heinrich. “Maar als de klant ergens niet in wil beleggen, doen we het ook niet.”

Aandelen = vastgoed
Gelukkig kan je bij verschillende kanalen terecht voor advies. Want een keuze maken tussen aandelen en obligaties of fondsen doe je niet op een-twee-drie. “Onze analisten kijken eerst welke aandelen interessant zijn”, aldus Mertens. “Daarna komt ons beleggingscomité samen om te oordelen over welke titels voor welke portefeuille in aanmerking komen.” Bovendien kan je je aandelen best beschouwen als vastgoed. Heinrich: “Dit wil zeggen dat je beleggingshorizon veeleer tien jaar moet zijn en geen drie jaar.”

Hou contact
Om zulke belangrijke keuzes te maken, is contact met de belegger of spaarder onontbeerlijk. Het is namelijk jouw geld dat belegd wordt. Afhankelijk van je portefeuille kan je om de drie maand of minder uitgenodigd worden. Mertens: “De dossierbeheerder en de klant zien elkaar minstens twee keer per jaar om de portefeuille te evalueren, maar als de klant het wil, kan het vaker. En als we een zelf een aan- of verkoop van een aandeel doen, stoppen we steeds een motivering in mensentaal bij de uittreksels. Onze klanten waarderen het.”