Herman Van Rompuy is net 70 geworden, maar zijn drive blijft even groot. Sinds 2015 is hij voorzitter van de adviesraad van ngo TomorrowLab, een innovatieadviseur en -integrator voor bedrijven, overheden en organisaties. Spelers die meer dan ooit de stad van morgen helpen vormen.

Vandaag woont meer dan de helft van de wereldbevolking in steden. Een trend die zich in de toekomst alleen maar verder zal doorzetten. Reden te meer om werk te maken van leefbaarheid in die urbane context. Smart cities passen perfect in dat streven. Dit zijn steden die technologie inzetten om milieu, veiligheid, sociale contacten, mobiliteit, interactie… te stroomlijnen en klaar te maken voor de toekomst. Denktank TomorrowLab tekent mogelijke scenario’s uit voor de stad van morgen en begeleidt bedrijven en overheden in hun digitale en andere trajecten. Sinds 2015 is Herman Van Rompuy voorzitter van de adviesraad.

Leeft het concept van smart cities?
“Jazeker, wereldwijd zelfs. Zo staat het prominent op de agenda van de Global Convenant of Mayors, een internationale coalitie van burgemeesters en lokale overheden met een gemeenschappelijke langetermijnvisie rond klimaat en energie. Een voormalig burgemeester van New York zit in die Convenant, net zoals Christiana Figueres, één van de architecten van de klimaatconferentie in Parijs. Die laatste hebben we trouwens enkele maanden geleden bij TomorrowLab in Vilvoorde mogen ontvangen.”

 

We moeten leef-gemeenschappen opbouwen binnen de grootstedelijke context

 

Hoe belangrijk worden slimme steden in de toekomst?
“Heel belangrijk. Met TomorrowLab hebben we twee zaken vastgesteld. Ten eerste blijft de samenleving heel sterk urbaniseren – niet alleen in West-Europa, maar wereldwijd. Om toch een voorbeeld van dichtbij te geven: het zuiden van Nederland is in ijltempo aan het ontvolken. Op 25 jaar tijd zijn daar 400.000 mensen naar de steden vertrokken. En Vlaanderen is, zoals we weten, al langer dan vandaag één grote stad. Die vaststelling van groeiende urbanisatie brengt uitdagingen met zich mee inzake energie, milieu, veiligheid, onderwijs, mobiliteit…”

Wat is de tweede vaststelling?
“De ongelooflijke ontwikkeling van technologie en de mogelijkheden die dat mee zich meebrengt. Mogelijkheden die kunnen gelinkt worden aan de hierboven genoemde uitdagingen.”

Kunt u een voorbeeld geven?
“Met de stad Genk zijn we bijvoorbeeld aan het brainstormen over de vraag hoe de stad zich zal aanpassen aan zelfrijdende auto’s – die komen er sowieso aan, dus als stad kun je daar maar beter op voorbereid zijn. Die brainstorm levert interessante vraagstukken op. Zoals: moet je als stad nog investeren in grote, ondergrondse parkings? Want de zelfrijdende auto zal je naar je bestemming in de stad brengen en zich vervolgens op eigen houtje buiten de stad gaan parkeren tot hij weer opgeroepen wordt. Smart cities gaan dus over méér dan het digitale. Ze gaan ook over infrastructuur en technologie in het algemeen: hoe moet je het stedelijke landschap voorbereiden op de toekomst?”

 

©Sanne Delcroix
©Sanne Delcroix

 

Vlaanderen is bijna één grote stad geworden

 

Dat lijkt me geen gemakkelijke denkoefening.
“Dat is het ook niet. Moet je bijkomende ondergrondse parking voorzien als je weet dat er zelfrijdende auto’s aankomen, maar tegelijkertijd beseft dat die nog niet voor morgen zijn en er vandaag toenemende verkeersdruk is? En als we geen bijkomende parking creëren, hoe moeten we die vrijgekomen ruimte dan wél rationeel invullen?”

De technologie evolueert razendsnel. Hoe vermijden we dat die de allesoverheersende prioriteit wordt?
“Door er op te hameren dat de technologie een middel is en géén doel. Het is een instrument dat we inzetten om problemen van mensen op te lossen. Er bestaat vandaag een soort van technologisch optimisme en vooruitgangsgeloof, alsof technologie al onze problemen zal oplossen. Nee, technologie moeten we slim inzetten om urbane noden te detecteren en in kaart te brengen, om vervolgens op basis van die bevindingen oplossingen te zoeken.”

TomorrowLab zelf spreekt van een comprehensive approach.
“Precies. Het komt niet neer op zomaar technologie toepassen. Er is een collectieve aanpak nodig, waarbij beleid, burgers én technologie worden betrokken. Met als uiteindelijke doel meer levenskwaliteit op lange termijn, meer welzijn, een kleinere ecologische voetafdruk… En ik gebruik ‘lange termijn’ heel relatief, want het is vaak schrikken hoe snel de toekomst realiteit wordt. Wie had bijvoorbeeld vijftien jaar geleden de huidige digitale impact kunnen voorspellen?”

Hoe vermijden we dat bepaalde groepen door die digitale impact de boot missen?
“Daar zou ik me weinig zorgen om maken. Ten eerste: jongeren zijn vandaag vergroeid met hun smartphone, online aanwezigheid zit in hun DNA. Voor steeds meer generaties is het digitale onlosmakelijk deel van het leven geworden. En ten tweede: smart cities werken top-down. Het zijn de beleidsmakers die de tools gebruiken om problemen op te lossen. De burger moet bij wijze van spreken niets anders doen dan genieten van de betere service die hij hierdoor krijgt.”

 

Smart cities gaan over méér dan het digitale, ze gaan ook over infrastructuur

 

Big data inzetten in steden om gedragingen en stromen in kaart te brengen: raakt dat niet aan de privacy?
(Laconiek) “Wees gerust, mensen zullen niet te weten komen wanneer Herman Van Rompuy zijn vuilbak buiten zet. We spreken hier over collectieve data waaruit géén individuele gegevens te filteren vallen. Vergelijk het met grafieken die je vandaag kunt raadplegen om te zien hoe druk het op bepaalde momenten in een winkelcentrum is, om zo je bezoek beter te plannen. Wel, daaruit kun je niet afleiden wie daar wanneer gaat shoppen. We moeten dat dus allemaal niet dramatiseren. Het is volgens mij veel zorgwekkender door hoeveel camera’s je in een stad in de gaten wordt gehouden.”

Is er eigenlijk nog plaats voor grootsteden in de toekomst? Voor professor Jonathan Holslag bestaan er tegen 2055 idealiter geen megasteden meer, alleen nog steden van 50 à 80.000 bewoners die onderling digitaal verbonden zijn.
“Clusters van steden op mensenmaat: dat klinkt uiteraard heel goed, maar het wordt géén realiteit. We kunnen moeilijk Brussel gaan opsplitsen, hé. Integendeel, onze hoofdstad blijft groeien en heeft zelfs de jongste bevolking van alle hoofdsteden in Europa: gezinnen blijven er gewoon wonen. En ik kom net van Cambodja, waar grote steden in adembenemend tempo blijven groeien. Dus grootsteden zullen blijven staan, het is de uitdaging om daar het beste van te maken, door bijvoorbeeld leefgemeenschappen op te bouwen binnen die grootstedelijke context. Dát is realistisch.”