Guy Verhofstadt begon ooit als advocaat, al ziet de 64-jarige oud-premier de ervaring die hij daarmee opdeed vooral als een goede vorming voor zijn latere carrière. De huidige Europarlementariër vertelt over zijn verleden, de uitdagingen voor het recht van de toekomst en de Brexit.

Ooit was hij ‘da joenk’, toen hij als jongste partijvoorzitter, toen nog van de PVV, van ons land de politieke gevestigde orde bestormde. Na een imposante carrière op nationaal niveau, waarin hij bijna negen jaar premier van ons land was, is Verhofstadt in het Europees Parlement inmiddels zelf de gevestigde orde. 64 jaar, maar immer ambitieus.

U bent uw carrière ooit begonnen als advocaat. Zijn er veel overeenkomsten tussen werken als advocaat en politicus?
“Ik heb maar erg kort in de advocatuur gezeten, maar het was wel een nuttige passage. De politiek hangt, net als de advocatuur, aaneen van wetgeving, interne reglementen, procedures en meer. Alleen is de rol van een advocaat en een politicus fundamenteel anders. Als advocaat verdedig je de belangen van je cliënt. Een politicus dient het algemeen belang.”

Wat doet u nu nog met die ervaring?
“Als je een politiek doel voor ogen hebt, is de volgende vraag altijd: hoe kom ik daar nu toe? Een diploma rechten en wat ervaring als advocaat helpt dan wel om creatief en efficiënt gebruik te maken van de juridische mogelijkheden. Maar ik moet ook eerlijk toegeven dat ik weinig overwegingen heb vastgehangen aan mijn studiekeuze. Ik was op het moment van mijn studiekeuze al erg op politiek gericht, onder meer via het Liberaal Vlaams Studenten Verbond (LVSV), en ik dacht dat ik met rechten als brede vorming weinig fout kon doen.”

Waarom heeft u uiteindelijk besloten uw carrière in de politiek voort te zetten?
“Je moet het eerder zo zien: ik heb eigenlijk nooit de beslissing genomen om de politiek te verlaten. Ik heb politiek met de paplepel binnengekregen. Mijn vader was erg actief binnen de liberale partij en de liberale vakbond. Aan de keukentafel werd bovendien veel gediscussieerd, bijvoorbeeld over de Vietnamoorlog.”

Waarin zouden beide beroepsgroepen van elkaar kunnen leren?
“Als je naar het gemiddelde parlement in Europa kijkt, vrees ik dat die twee beroepsgroepen nagenoeg samenvallen. Meer diversiteit in de politiek zou wat dat betreft geen kwaad kunnen.”

Wanneer we kijken naar de toekomst, liggen er nogal wat uitdagingen voor de rechtspraak. Digitalisering, GDPR, hoe moet het recht omgaan met cybercriminaliteit?
“De wereld is op dat vlak de afgelopen jaren dramatisch veranderd. Europa maakte de afgelopen jaren kennis met cyberaanvallen op militaire en civiele doelwitten, in de Baltische staten bijvoorbeeld door Rusland. We spreken hier dan over een uitdaging van geopolitieke proportie en Europa is daar nauwelijks tegen opgewassen. We onderhouden nog altijd 28 nationale inlichtingendiensten en 28 cybercrime-agentschappen die enkel sporadisch en bilateraal samenwerken. Dat moet veranderen.”

Als advocaat leer je creatief en efficiënt gebruik te maken van de juridische mogelijkheden, als politicus helpt dat.

Hoe ziet u dat?
“Ondanks alle cyberaanvallen en terroristische aanslagen zijn we nog steeds niet in staat om een eerste bescheiden stap richting een Europese FBI te zetten door het delen van inlichtingen verplicht te stellen. In de strijd tegen het terrorisme steekt de Europese Unie al haar tijd en energie in het uitwerken van schijnoplossingen. Een goed voorbeeld van zo’n lapmiddel is het invoeren van een Passenger Name Record (PNR). Daarin worden alle passagiersgegevens opgeslagen – naam, adres, creditcard, familierelaties, maaltijdvoorkeur en dus aanwijzingen voor religieuze overtuiging – van iedereen die van, naar en binnen Europa reist. PNR vormt zo een enorme aantasting van de privacy van alle Europese burgers, zonder enig aantoonbaar effect bij terrorismebestrijding. Dat is dus een verkeerde manier om met Europees recht om te gaan. Zeker omdat besloten werd niet één Europese, maar 28 nationale PNR-databanken op te richten. De juiste oplossing is volgens mij een echte Europese FBI met een cybercrime-unit die overal op het Europees grondgebied actief kan zijn, maar niet zomaar toegang heeft tot ieders privégegevens zonder dat er een serieuze aanleiding voor is.”

Een thema waar u momenteel zelf druk mee bezig bent, is de Brexit. Als afgevaardigde van het Europees Parlement bent u nauw betrokken bij de onderhandelingen. Wanneer beschouwt u die onderhandelingen als geslaagd?
“Wanneer de negatieve impact tot een absoluut minimum zal beperkt zijn, voor zowel burgers als bedrijven. Britse en Europese burgers zouden hun rechten moeten kunnen behouden. De procedure voor de Europeanen om in het Verenigd Koninkrijk te kunnen wonen en werken, moet vlot, licht en kosteloos zijn. De Britten zouden dan in ruil in heel Europa moeten kunnen wonen en werken. Als we dat zouden kunnen realiseren, verandert er nagenoeg niets in het dagelijkse leven van mensen. Voor onze bedrijven gaan we resoluut voor maximale vrijhandel. Aangezien het Verenigd Koninkrijk niet langer deel wil uitmaken van de interne markt en de douane-unie, zal het moeilijk zijn tarieven en quota te vermijden, maar die zouden we dan wel zo laag mogelijk moeten houden. Anderzijds: de Britse positie is nog voortdurend aan het schuiven, en daar maken wij gebruik van door te blijven herhalen dat onze voorkeur uitgaat naar lidmaatschap van Groot-Brittannië van de interne markt en/of de douane-unie.”

In de strijd tegen het terrorisme steekt de Europese Unie al haar tijd en energie in het uitwerken van schijnoplossingen.

 

Stel dat de Brexitonderhandelingen niet voor april 2019 afgerond raken, voor welke rechtbank moet dit dispuut dan beslist worden volgens u?
“Geen enkele. Het lidmaatschap van Groot-Brittannië loopt automatisch af op 13 maart 2019. Het is een harde ‘cut-off date’. Als het gezond verstand dan de bovenhand haalt, zal men de onderhandelingen alsnog versneld afwerken. Dit soort disputen lost men niet voor een rechtbank op, maar hebben een politieke oplossing nodig.”

Uit alles wat u in uw carrière bereikt en ondernomen hebt, blijkt een enorme ambitie. U wordt dit jaar 65. Welke ambities hebt u nu nog?
“Mijn ambitie is nog om de grote hervorming van de Unie te helpen bewerkstelligen: van een zwakke confederatie van natiestaten naar een hechte en efficiënte federale unie. Een unie die de grote uitdagingen van onze tijd kan en wil aanpakken, zoals klimaatverandering, migratie, de hervorming van de eurozone en versterking van onze geopolitieke positie.”

 

Wat zou u zijn geworden, moest u geen advocaat of politicus
geworden zijn?
“Acteur. Dat was in ieder geval de droom die ik lang gekoesterd heb als kind.”