Tegen 2050 zal ongeveer driekwart van de wereldbevolking in een stad wonen, zo schat de VN. Nu is dat nog ‘maar’ de helft. Voor veel mensen duikt dan het doembeeld op van een eindeloze zee van grijze betonnen blokken waar het enige groen de kleur van de graffiti is. Zo ver hoeft het gelukkig niet te komen, maar dan moeten we nu beginnen met de steden een stuk duurzamer en milieuvriendelijker te maken.

Rationele aanpak
“Als we geen hypotheek op onze toekomst willen leggen, zullen we de middelen die we hebben veel rationeler moeten aanwenden”, zegt ingenieur Wouter Demuynck van Sustainable Urban Development en directeur van Vanhaerents Development. “Dat gaat dan over ruimte- en energieverbruik, mobiliteit en zeker ook waterverbruik. En dat alles zonder de levens- en woonkwaliteit te verminderen.”

 

De financiële inspanning om een villaatje in het groen te verwerven, is haast ondoenbaar geworden – Kristiaan Borret

 

Kleinere woningen
Kristiaan Borret, die als Bouwmeester van de stad Brussel waakt over de architecturale en ruimtelijke kwaliteit van de hoofdstad, is er van overtuigd dat we in de toekomst compacter zullen wonen, in wooneenheden die veel meer aansluiten bij de stad. “De aangeboden grondpercelen worden steeds kleiner en de financiële inspanning om een villaatje in een bos te verwerven, is haast ondoenbaar geworden”, zegt hij. “Het zal dus steeds meer richting rijhuis, project of geschakelde woning gaan.”

Lastige paradox
Door de demografische groei zal er in de stad inderdaad een pak woongelegenheid bij moeten komen. De stad zal niet alleen ruimtelijk moeten ‘verdichten’, maar ook qua woonwijze, door kleiner te gaan wonen en gemeenschappelijke ruimtes te gaan delen. “Maar hoe meer nood aan dichtheid, hoe meer nood er is aan publieke open ruimte ter compensatie. Dat is een lastige paradox: door kleiner te wonen, kunnen we meer mensen huisvesten op dezelfde oppervlakte. Maar er is dan ook meer nood aan pleinen, parken, speelruimte en sportvelden omdat die mensen thuis minder plaats hebben.”

Evenwichtige stad
Dat geldt trouwens ook voor de bedrijvigheid in steden, aldus Borret. Stadsvernieuwing enkel ten behoeve van het wonen verdringt ateliers, bedrijfjes en kmo’s naar de stadsrand, wat niet de bedoeling is. “Dan krijgen we een stad waar bijna geen blue collar-tewerkstelling meer is en dat is geen evenwichtige stad. Wonen en werken moeten geïntegreerd aanwezig blijven.”

 

Als we geen hypotheek op onze toekomst willen leggen, zullen we de middelen die we hebben veel rationeler moeten aanwenden – Wouter Demuynck

 

Energie-neutraal
Een van de projecten waar Demuynck nauw bij betrokken is, is Oude Dokken in Gent. Een compleet nieuw stadsdeel waar de komende twee decennia ongeveer 1.500 woningen, winkels en openbare gebouwen zullen komen. “De wooneenheden worden aan de rand van het water gebouwd, maar tegelijk wordt ook rijkelijk voorzien in groene ruimte. De eerste fase, een project aan de Schipperskaai, wordt energie-neutraal, er wordt zeer spaarzaam met water omgegaan en alles staat in het teken van een circulaire economie met zo kort mogelijk ketens.”

Stadsvlucht vermindert
Het zijn dit soort projecten die er voor gezorgd hebben dat de leegloop in de stad verminderd is, maar het is nu nog te vroeg om victorie te kraaien. Borret: “De tendens om de stad te verlaten is gekeerd, maar nog niet verdwenen. Bovendien is de groei van de stad nog te veel een demografische aangroei die sterk sociaal gekleurd is. Ik zie nog altijd te veel tweeverdieners uit de stad wegtrekken.”

Frisse dynamiek
Ook Demuynck beaamt dat er nog wel wat werk aan de winkel is om de Belgische steden de 21e eeuw in te loodsen. “In vergelijking met Scandinavië, waar bijvoorbeeld het gebruik van warmtenetten al doodnormaal is, zijn we er nog niet.” Toch ziet hij in steden als Gent, Leuven, Mechelen en Brussel een heel nieuwe, frisse dynamiek ontstaan. “Het mooie is dat die aanpak niet top down gebeurt, want dat is toch meestal gedoemd tot mislukken. Het gebeurt bottom up, vanuit de mensen die het nauwst bij de stad betrokken zijn, de burgemeesters bijvoorbeeld.”