Groen in de stad is helemaal terug in. Niet verwonderlijk, meer natuur zorgt voor meer tevreden inwoners en meer sociale cohesie. Mechelen is bijvoorbeeld een van die steden die sterk inzetten op de natuur. En in Gent kunnen studenten die dat willen zelfs gaan tuinieren.

Aandacht voor groen
Dat steden aandacht hebben voor hun groenvoorziening is niet bepaald een nieuwe trend – de aanleg van Central Park in New York begon in 1857 – maar lijkt de laatste decennia toch aan een remonte bezig. Na de jaren 60 en 70, waarin we het vooral Koning Auto zo makkelijk mogelijk maakten, wordt er nu meer ingezet op de aanleg van parken, speelpleinen en natuurvoorzieningen.

Kwalitatieve herinrichting
“De laatste tien jaar heeft het openbare domein steeds aan belang gewonnen”, zegt Marina De Bie, schepen voor Natuur en Milieu in Mechelen. “Steden gaan openbare plekken steeds meer kwalitatief herinrichten, waarbij de auto aan belang inboet en de ruimtes andere functies krijgen. Ook bijvoorbeeld het opnieuw binnenhalen van waterlopen in de steden maakt daar deel van uit.”

Openbaar groen als alternatief
Niet elke stadsbewoner heeft de plaats en het budget voor een eigen stadstuin. Ook daarom zijn parken en openbaar groen een goed alternatief om nieuwe inwoners aan te trekken. In Mechelen worden bijvoorbeeld onbenutte binnengebieden ontsloten en opengetrokken naar de straat. Zo ontstond de Sint-Mette-tuin, waar ook een beiaardpaviljoen een plaatsje kreeg. Ook oude parkeerplaatsen worden omgeturnd tot plekjes waar groen en water de hoofdtoon voeren. “We hebben ook woonwijken waar we uitbreidingsplannen voor huizen schrapten”, zegt De Bie. “In plaats van te verkavelen, komen er dan parken waar men kan voetballen, spelen of tuinieren. Soms kopen we ook zelf gronden op om te vergroenen. Bij de bewoners zelf lokt dat meestal zeer positieve reacties uit. Zozeer zelfs dat andere wijken komen polsen of we dat ook niet bij hen kunnen doen.”

 

In plaats van gronden te verkavelen, maken we er parken van waar men kan voetballen, spelen of tuinieren Marina De Bie

 

Toenemend wij-gevoel
Bij die initiatieven worden ook de stadsbewoners zo veel mogelijk betrokken. De Bie: “Bij parken is er meestal een standaardprocedure waarbij een bureau het eerste ontwerp doet, maar daarna stappen we naar buurtcomités, nabije scholen en speelpleinwerkingen om hun mening te vragen of om peter of meter te worden van het project. Dat wij-gevoel is heel belangrijk.” Maar niet alleen stadsbesturen zelf hebben de noodzaak van groen (her-)ontdekt, ook andere organisaties en instanties zien het nut ervan in. Stujardin, bijvoorbeeld, is een initiatief dat ontstond in de schoot van de Universiteit Gent. De organisatie heeft twee grote stadstuinen, waar geïnteresseerden hun handen mogen komen vuil maken. “Stujardin is een jaar of zes geleden opgericht en wil zowel optimaal gebruikmaken van ruimte in de stad als meer groen voorzien door lokale en biologische landbouw”, zegt algemeen coördinator Eline Sonneveld. “We zijn een los-vaste organisatie. Ons ledenaantal wisselt dus nogal naargelang het seizoen, maar bijvoorbeeld in het plantseizoen zijn er toch snel een tiental mensen die mee komen helpen in de moestuin. Je hoeft zelfs geen student aan de UGent te zijn, iedereen is welkom.”

Collectief werken
In de tuinen van Stujardin wordt elke week gewerkt, maar de organisatie verzorgt ook infoavonden over bijvoorbeeld ‘tuinieren op kot’ of ‘hoe een compostbak maken’. Aan het begin van het academiejaar is er ook een Oogstfeest. “We merken dat veel mensen wel geïnteresseerd zijn in deze vorm van tuinbouw, maar je moet het natuurlijk ook wel volhouden”, zegt Sonneveld. “Dat is het grote voordeel van collectief te werken. Je komt wanneer je zin hebt, zonder het risico te lopen dat de tuin verloedert. Daar zorgen de andere leden wel voor. Alle opbrengst van de tuin wordt trouwens ook verdeeld onder iedereen die meewerkt.”

Contact met de natuur
Over wat er zo leuk is aan tuinieren, hoeft Sonneveld niet lang na te denken. “Het contact met de natuur en het feit dat het zo leuk is om met je handen in de grond te zitten. Je krijgt er bovendien ook iets voor terug. De smaak van onze groenten is gewoon zo veel beter dan van groenten die je gewoon in de supermarkt koopt.”