De wegen slibben dicht en we staan met z’n allen steeds langer in de file. De bedrijfswagens worden daarbij vaak met de vinger gewezen, al dan niet onterecht. Maar hoe kijkt de leasesector tegen de problematiek aan? En welke oplossingen stellen zij voor? Wij gingen het vragen aan Frank Van Gool, voorzitter van de beroepsvereniging Renta.

We spreken Frank Van Gool de dag nadat een filerecord werd verbroken, bijna 1.300 kilometer lang was ze. Er rijden dus te veel auto’s rond. De politiek wil dit oplossen door werknemers een cashbonus te gunnen in plaats van een bedrijfswagen.

Hoe staat u tegenover dit ‘cash for cars’-plan?
“Wat nu op tafel ligt, is teleurstellend en niet bevorderlijk voor de mobiliteit omdat de maatregelen niet sturend zijn. Werknemers krijgen geld in plaats van een auto, maar mogen daarmee doen wat ze willen. Klinkt mooi, maar er is geen enkele motivatie om van gedrag te veranderen. Hebben ze al een auto, dan gebruiken ze die gewoon. En dat zijn, tussen haakjes, vaak veel oudere en dus meer vervuilende wagens dan nieuwe en moderne leaseauto’s.”

Wat moet er dan wel gebeuren?
“Wij geloven in multimobiliteit, met een mobiliteitsbudget. Dat is een soort van menusysteem dat de werknemer zelf kan invullen. Hij kiest bijvoorbeeld voor een auto én voor een treinabonnement. Of voor een auto en een fiets. Of voor helemaal geen auto. Dat soort van systemen bestaat al, maar wordt fiscaal zwaar afgestraft. Het moet ook eenvoudig zijn: ik kies voor deze combinatie en dat kost mij fiscaal als werkgever bedrag X en als werknemer bedrag Y. Er zijn daarover al verschillende voorstellen geformuleerd, onder meer door de sociale partners, maar cash for cars loopt dat systeem een beetje voor de voeten.”

Omdat files de bedrijven veel geld kosten, zijn ze wel vragende partij om iéts te doen.
“Absoluut en de leasingsector vindt dat ook. Er is ook een maatschappelijke evolutie. Voor een stadsbewoner is een bedrijfswagen niet altijd de handigste oplossing. We moeten daar in meegaan, we kunnen niet metaal op de weg blijven duwen. Dat klinkt misschien raar als federatie van leasingbedrijven, maar rond multimobiliteit kunnen we zakelijke modellen bouwen die buiten de bedrijfswagen liggen, bijvoorbeeld rond facturatie, beheer en IT.”

Cash for cars klinkt mooi, maar geeft geen enkele motivatie om van gedrag te veranderen

De leaseauto wordt vaak ook beschouwd als de reden van de files.
“Dat moet ik toch nuanceren. Er zijn zo’n 5,5 miljoen auto’s in België, waarvan zo’n 600.000 bedrijfswagens, niet meer dan elf procent dus. Ze doen wel meer kilometers dan particuliere wagens, maar goed, uiteindelijk zijn het ook auto’s die voor beroepsdoeleinden worden gebruikt. Wij schatten dat in een gemiddelde file ongeveer 20 à 25 procent van de auto’s bedrijfswagens zijn. Dat is niet weinig, maar 80 procent van de files bestaat dus uit niet-bedrijfswagens. Bovendien: 80 procent van de mensen met een bedrijfswagen zegt dat ze sowieso een auto zouden nemen om naar het werk te rijden, ook als ze hun bedrijfswagen zouden verliezen. Door bedrijfswagens te verbieden, ga je de files dus zeker niet oplossen.”

Iets anders: particulieren kopen steeds minder dieselwagens ten voordele van benzine. Ziet u dat ook al op de leasemarkt?
“Zeker. In 2016 was ongeveer acht op de tien verkochte leaseauto’s een diesel. Dit jaar is dat ongeveer 75 procent. De trend is er dus wel, maar is nog niet zo uitgesproken als op de particuliere markt. Nu goed, ooit was meer dan 90 procent van de leaseauto’s een diesel. De overheid heeft het ook zo gewild, want die beweging is puur fiscaal gedreven. De CO2-uitstoot was de fetisj en bepaalde voor een groot stuk de autobelasting. En diesels stoten nu eenmaal minder CO2 uit dan benzinewagens (maar wel meer stikstof en fijnstof, red.). Dan waren er ook nog de accijnzen, die maakten dat diesel aan de pomp goedkoper was dan benzine. Die tijden zijn voorbij. Tegen volgend jaar zal er al bijna geen prijsverschil meer zijn. Dat is ook een belangrijke psychologische stimulans die wordt opgeheven om absoluut voor diesel te kiezen.”

De ontdieseling zal zich verderzetten?
“Absoluut, in 2020 wordt trouwens ook de aftrekbaarheid aangepast ten voordele van benzinewagens. Ook dat voordeel speelt de diesel dus kwijt. Natuurlijk, evoluties gaan nooit zo snel als de politiek het zou willen en er zal de komende jaren zeker nog plaats blijven voor de dieselmotor. Dat geldt ook voor de elektrische auto. Die komt er, hoor, maar het zal nog even duren. Het aanbod is gewoonweg nog niet groot en nog niet betaalbaar genoeg om de hele markt te bedienen.”

De fiscale regels rond de auto zijn een kluwen waarin een kat haar jongen niet vindt. Wordt daar onderhand een grote schoonmaak gehouden?
“Het zou zeker niet slecht zijn om de fiscaliteit transparanter te maken. Samen met andere sectorfederaties zoals Febiac en TRAXIO zouden we daar graag een pact over sluiten met de overheid. Nu hebben wij het gevoel dat de fiscaliteit dient om brandjes te blussen. Is er een probleem met diesel, hop, dan worden er extra belastingen verzonnen rond diesel. Worden hybrides te populair, dan komen er snel maatregelen voor hybrides. Natuurlijk moet het wagenpark vergroenen, maar we moeten vaste termijnen afspreken waar iedereen zich aan moet houden. Er wordt nu overhaast een maatregel ingevoerd, dat werkt dan maar half-half, daar wordt aan geklust en dat sleept zich maar voort en uiteindelijk weet niemand nog waar hij aan toe is. Het is vooral de onzekerheid die verlammend werkt.”

Na de komst van de zelfrijdende, elektrische deelauto zal onze rol veranderen en moeten we onszelf heruitvinden

Voor welke uitdagingen staat de sector in de toekomst?
“Op termijn van enkele jaren, zie ik niet zo veel grote schokken. Er is de ontdieseling, de veranderende fiscaliteit en het zakelijke model dat stilaan verandert. Er zullen meer autodeeldiensten komen, maar de files zullen niet vanzelf verdwijnen. Meer nog, door de nieuwe generatie rijhulpsystemen zullen mensen files minder erg gaan vinden, omdat ze het gaan beschouwen als werktijd. Op lange termijn, na 2030, zullen we wel in een revolutie terechtkomen. Want dan zal de zelfrijdende, elektrische deelauto een realiteit zijn. En dan zal ook onze rol veranderen. We gaan onszelf dus moeten heruitvinden tegen dan.”

Wat was u geworden als u niet in deze sector was terechtgekomen?”Ik ben ooit mijn carrière begonnen als leraar, dus waarschijnlijk: leraar in een middelbare school. Maar het is anders gelopen. Niet dat ik er spijt van heb, hoor. Ik heb van weinig spijt (lacht).”