De Canadese schrijver Brian Brett weet het best. En met zo’n 25.000 land- en tuinbouwbedrijven in Vlaanderen, samen goed voor 600.000 hectare, is de landbouw nog steeds een belangrijk onderdeel van onze economie. Niet alles is rozengeur en maneschijn, maar er is toch nog toekomst voor de boerenstiel.

 

Professor Erik Mathijs,
Division of Bioeconomics, KU Leuven

Waarom zijn er steeds minder landbouwers in ons land?
“Eén van de reden waarom ons land steeds minder landbouwers telt, is schaalvergroting. Zowel in termen van hectaren, als in vee. Waar boeren enkele generaties terug in eigen onderhoud voorzagen en eventueel nog wat verkochten, moeten ze vandaag grootschaliger zijn om te overleven. Dat is een normale historische evolutie die samenloopt met de steeds verder evoluerende technologische vooruitgang, een trend die niet meer te stoppen is. Daarbij komt dat er een aantal sectoren erg onder druk zijn komen te staan. De varkenssector of de vetmesterijen, bijvoorbeeld, die zijn veel te lang en veel te weinig winstgevend geweest.”

Wat zijn de grootste veranderingen in de landbouwsector die het vak minder populair maken?
“De voorbije jaren zijn er enkele hervormingen geweest in het landbouwbeleid. Boeren werden plots geconfronteerd met schommelende prijzen. De steeds strengere milieurichtlijnen hebben het de landbouwbedrijven zeker niet makkelijker gemaakt en ook de klimaatveranderingen vormen een bedreiging voor de boeren. En dan zijn er nog sociaal-economische aspecten. Het wordt steeds moeilijker om mensen te vinden die in de landbouwsector willen werken en hoe dan ook liggen de loonkosten hoog. Allemaal geen stimulerende factoren.”

Hoe kunnen we de toekomst van het vak veiligstellen?
Boeren zullen op termijn op een creatieve manier moeten samenwerken, de kosten delen en zo samen sterker staan. Ook het inzetten van hoogtechnologische middelen biedt nieuwe mogelijkheden om de job weer aantrekkelijker maken. Zo zouden er drones ingeschakeld kunnen worden voor gewasbewaking en ook in de veehouderij. Meer vernieuwing is positief, zowel voor de boer als voor het milieu en kan helpen om meer aan risicobeheer te doen. Op beleidsvlak zouden er in de toekomst maatregelen mogen komen die de onzekerheid van het vak opvangen. Een soort inkomensverzekering bijvoorbeeld. Er blijft hoe dan ook hoop voor de stiel, want de vraag naar bio-producten neemt alsmaar toe.”


 

Professor Theo Niewold,
Division Animal and Human Health Engineering, KU Leuven

Waarom zijn er steeds minder landbouwers in ons land?
“Landbouwbedrijven moeten vandaag een zekere grootte hebben om haalbaar en rendabel te zijn. Ze moeten opgewassen zijn tegen de stijgende kosten. Kleine bedrijfjes kunnen die kosten en investeringen niet aan en subsidies zijn weggevallen. Al leidden die vaak tot overproductie en dus ook weer tot lagere prijzen. Een vicieuze cirkel waar vooral de kleintjes aan kapot gingen. Verder is het een fysiek zware en – vooral in de veesector – niet zo’n gezonde job. Hard werken en maar een habbekrats verdienen… Logisch dat de job jongeren niet meer aanspreekt.”

Wat zijn de grootste veranderingen in de landbouwsector die het vak minder populair maken?
“Er zijn nog tal van factoren die maken dat – vooral jongeren – afhaken. De sector staat onder druk. Door milieumaatregelen en klimaatveranderingen en het feit dat het land nog mag volgebouwd worden tot in 2040, maakt landbouwgrond schaars en duur. En dan is er nog de kwestie van het imago. Boer zijn is niet meer hip. Verre van. Er kleeft zelfs een negatief imago aan de boerenstiel. Alsof alleen bio-boeren netjes werken en ‘gewone’ boeren de grootste gifmengers zijn… Zelfs in de studentenpopulaties valt het op dat het vak niet meer aanslaat. We hebben zelfs een jaar gehad met slechts twee studenten in de klas, hoewel dat nu weer beter is.”

Hoe kunnen we de toekomst van het vak veiligstellen?
De vrijhandel zou de prijzen kunnen laten zakken, mensen zouden nicheproducten kunnen kweken, maar je kunt met lokale productie nooit de lokale bevolking voeden. België en andere dichtbevolkte landen zijn daarom erg afhankelijk van import. Steeds minder landbouwbedrijven draaien echt goed. En kleinschalige initiatieven, zoals bio-boeren, halen niet de productiviteit om iedereen te voeden. Innoveren door techniek, daar hebben de kleintjes het geld niet voor. Samenwerken en bijvoorbeeld materiaal en kosten delen, gebeurt wel, maar boeren houden er ook niet van hun zelfstandigheid te verliezen.”


 

Hendrik Vandamme,
voorzitter Algemeen BoerenSyndicaat

Waarom zijn er steeds minder landbouwers in ons land?
“Vandaag is de gemiddelde leeftijd in de landbouw 55 jaar en er is weinig instroom, met schaalvergroting tot gevolg. We zien ook dat sinds de economische crisis steeds meer landbouwers er de brui aan geven. Sommige bedrijven hebben noodgedwongen de boeken moeten sluiten, andere zijn overgestapt van de veehouderij naar de plantaardige sector. We mogen ook niet vergeten dat het een fysiek zwaar beroep is en als er al geen directe opvolger is, is de motivatie om ermee door te gaan ook minder groot, zeker als er weinig of niets mee verdiend wordt.”

Wat zijn de grootste veranderingen in de landbouwsector die het vak minder populair maken?
“De belangrijkste factor die de job onaantrekkelijk maakt, is de onzekerheid wat je inkomen betreft. Je kunt dan wel gemotiveerd zijn en goesting hebben om een landbouwbedrijf te runnen, maar als je jong en dynamisch bent, wil je ook vooruit. Uit gesprekken met jongeren komt dat aspect vaak naar voren. Bovendien moet je er ook veel voor opgeven. Je sociale leven ziet er heel anders uit bijvoorbeeld dan dat van iemand met een gewone nine-to-five job. Financieel is het ook niet evident om als jongere in één klap een landbouwbedrijf over te nemen. Je terugbetalingscapaciteit moet immers aantoonbaar groot genoeg zijn.”

Hoe kunnen we de toekomst van het vak veiligstellen?
“Er moet een betere omkadering zijn met maatregelen die ervoor zorgen dat er een soort inkomensverzekering komt. Er is beslist nog werk voor de Belgische overheid maar ook voor Europa. Daarnaast moeten er incentives komen die de sector versterken. Ons land heeft sinds 2010 een gedragscode die vrij goed nageleefd wordt, waardoor alle neuzen in de agrovoedingsketen meer in dezelfde richting komen te staan. Dat hebben we ook nodig op Europees niveau. Bovendien is op Europees vlak een gelijk speelveld nodig in verband met politieke regelgeving, milieuzaken, productievoorwaarden, kwaliteitslastenboeken…”


 

Bruno Vandorpe,
lector Katholieke Hogeschool Vives Roeselare

Waarom zijn er steeds minder landbouwers in ons land?
We zijn allemaal een beetje ‘schuldig’ met ons aankoopgedrag. We eten boontjes uit Kenia, asperges uit Peru, bessen uit Zuid-Afrika… en de enige drijfveer is de kostprijs. Bij ons is de winstmarge per product-eenheid sterk dalend tot zelfs negatief. In andere sectoren met rentabiliteitsproblemen kunnen ze makkelijker van koers veranderen. Maar een varkenshouder kan morgen geen pluimvee houden. Het is dus van belang dat boeren een goed onderbouwde bedrijfsvisie hebben bij de start van hun carrière.”

Wat zijn de grootste veranderingen in de landbouwsector die het vak minder populair maken?
‘Minder populair’ zou ik niet zeggen. Onze hogeschoolstudenten tonen een grote emotionele betrokkenheid. Maar de niet-aflatende druk op de kostprijs van ons voedsel maakt dat de rentabiliteit van het geïnvesteerde vermogen laag is. Rationeel moet je dan soms een andere keuze maken. Je moet tenslotte een evenwichtig vinden tussen ‘je job graag doen’ en ‘je boterham verdienen’. Positief is dat de spectaculaire vooruitgang op het vlak van automatisering de benodigde ‘mantijd’ per producteenheid kleiner maakt. De hightech-landbouwmechanisatiewereld biedt ook nog heel wat tewerkstellingskansen.”

Hoe kunnen we de toekomst van het vak veilig stellen?
We evolueren naar twee soorten landbouw: de landbouw van niche-productie en de producten dan zelf vermarkten. Marketing en innovatie zijn daarbij essentiële capaciteiten van de boer. Bij Vives krijgen de studenten daarom een opleiding agromarketing. De tweede soort is de landbouw van bulkproductie. De West-Vlaamse diepvriesgroenten- en aardappelverwerkende industrie zijn wereldmarktleiders. Door de uitstekende technische kennis spelen onze landbouwers hier champions league inzake kwaliteit en kwantiteit. Zij zorgen voor tewerkstelling en garanderen veilig en kwalitatief voedsel van eigen bodem. Daar mogen we fier op zijn.”