De Google Glass was revolutionair, de Apple Watch is gelanceerd en de zelfrijdende auto wordt dit jaar nog verwacht. Stuk voor stuk devices die data verzamelen, analyseren en uitwisselen zonder dat iemand er iets voor hoeft te doen. Elektronische apparaten worden hubs of gateways van en voor data. Volgens Rob van Kranenburg, oprichter van de online ontmoetingsplek Council (voor iedereen geïnteresseerd in het Internet of Things, red.), gaan we naar de aaneenkoppeling van vier netwerken: lichaam, huis, wagen en stad.

Set van diensten
Wearables verzamelen info over je gezondheid, je huis kan volledig opgebouwd zijn uit domotica, die ook gelinkt is aan je smartwatch. Net zoals je auto, die gegevens genereert over je rijstijl en die uitwisselt met de stadsdiensten. “De stad wordt uiteindelijk een set van diensten. De eindgebruiker gaat bijvoorbeeld niet meer betalen voor gezondheidszorg, hij krijgt de gegevens namelijk te zien op zijn horloge.”

 

De trip naar de winkel moet naadloos kunnen overgaan naar e-commerce en andersom – Jan Bussels

 

Fygitaal shoppen
De toepassingen van het IoT zijn eindeloos. Ook in de retail. In februari dit jaar heeft Digitopia de Innovation Boulevard op de Meir in Antwerpen geopend. Verschillende winkels worden zogenaamde ‘fygitale’ ruimten, een samentrekking van fysiek en digitaal. Consumenten kunnen via digitale toepassingen winkelen zonder de ervaring van het winkelen te verliezen. Interactieve kleedkamers of apps om wachtrijen te vermijden of om een online bestelling te plaatsen, maken het shoppen dus nu al veel aangenamer én efficiënter.

Beleving staat centraal
Hoewel je hier en daar voorspellingen hoort over het einde van de fysieke winkel, gelooft Jan Bussels, CEO van Digitopia, er niet in. “De trip naar de winkel moet naadloos kunnen overgaan naar e-commerce en andersom. De beleving van de klant moet centraal staan.” In zulke fygitale shops ziet Bussels ook de toekomst van leegstaande panden, want het aanbod blijft even groot, maar de ruimtes worden kleiner. “Retailers zoeken voortdurend naar opportuniteiten. Digitale winkels zijn een mogelijke oplossing.

Geen of-of
En andere steden vragen ons nu ook om hen daarbij te helpen.” Belangrijk is wel om fysieke winkels dus niet te vervangen door digitale. “Het is geen of-of verhaal”, zegt Bussels. “Veel mensen gaan nog steeds graag winkelen om de stof te voelen van een nieuwe broek of om een praatje te slaan met de kassierster.” Het IoT is dus geen vervanging, maar een aanvulling op het leven dat we leiden. Die aanvulling zal er in ieder geval niet meteen overal komen. “Er wordt nog te hard geïnvesteerd in winkels, de stap naar het Internet of Things moet geleidelijk aan gebeuren.”

 

Slimme producten – wat je koopt, wat je al hebt en wat je maakt – kan je laten samenwerken – Peter Leemans

Vorm communities
Maar het staat vast: de toekomst kan niet zonder het Internet der Dingen. Er worden meer en meer hackatons georganiseerd, samenkomsten waarbij mensen ideeën kunnen spuien en ze nadien in groepjes ook kunnen ontwikkelen. Daar is Peter Leemans, founder van de technologie start-up Allthingstalk, een grote voorstander van. “Door community’s op te richten, kan je zien wat mensen belangrijk vinden en hoe ze het IoT gebruiken.”

Eigen IoT
Zij richten met het project Eco-system zo’n communities op en brengen met hun project SmartLiving het IoT tot bij de consument. “Het is nog niet voor iedereen helemaal duidelijk welke mogelijkheden het Internet of Things heeft. Wij laten daarom drie categorieën van slimme producten – wat je koopt, wat je al hebt en wat je maakt – samenwerken.” Je bouwt als het ware je eigen Internet of Things.

Betere organisatie
De zaakvoerder benadrukt dat het verder gaat dan domotica. “Mensen willen geen hoogtechnologische features, maar een betere organisatie van hun leven, het IoT geeft peace of mind.” Als voorbeeld geeft hij het scenario dat je vroeger naar je werk moet en je dochter niet kan afzetten op school. Maar dankzij haar smartwatch word je automatisch verwittigd wanneer ze zich binnen de tien meter van het schoolplein bevindt, en dus veilig is toegekomen.

 

De eindgebruiker gaat niet meer betalen voor gezondheidszorg, hij krijgt de gegevens namelijk te zien op zijn horloge – Rob van Kranenburg

 

Maak IoT inclusief
Allthingstalk en Digitopia hebben de opportuniteiten van het IoT ingezien. Gelukkig. Voor lokale bedrijven biedt het namelijk enorm veel mogelijkheden. Door het IoT inclusief te maken, ligt de meerwaarde ervan bij de maatschappij zelf. Meer ondernemingen zouden dat moeten beseffen, meent van Kranenburg: “De lokale situatie is niet meer relevant. Facebook, AirBnB, enzoverder zijn over the top players. Daarbij komt de meerwaarde van de data nu nog voornamelijk te liggen bij Amerikaanse stakeholders, die met je gegevens kunnen doen wat ze willen.

Rooskleurige toekomst
We moeten zelf gateways creëren en open source oplossingen aanbieden.” In ieder geval ziet onze toekomst – met IoT – er best rooskleurig uit. “De algemene gezondheid gaat omhoog, omdat we er snel bij kunnen zijn. We besparen energie in ons huis dankzij voortdurende monitoring en dat draagt bij tot een gezonde Aarde. We kunnen ons niet tegen het Internet of Things verzetten, dus moeten we het best zo goed mogelijk omarmen.”