‘Elektronische systemen om zaken in je huis te automatiseren’. Zo kun je domotica (een samentrekking van het Latijnse ‘domus’ of huis en ‘elektronica’) het best omschrijven. Toen domotica voor het eerst de kop op stak in ons land, ergens eind jaren tachtig, waren het enkel kapitaalkrachtige bouwheren die zich deze systemen konden veroorloven. Het soort domotica dat toen verkocht werd, bevond zich ook vaak in de categorie ‘spectaculaire-maar-al-bij-al-overbodige-gadgets’.

Nuttigere toepassingen
“Het bad dat je vanuit je auto kunt laten vollopen met je gsm, dat is een cliché waar we lang hebben moeten tegen vechten”, lacht Jurgen Van Zaelen van de Italiaanse fabrikant Bticino. “Tegenwoordig zijn de toepassingen veel nuttiger geworden. Domotica gaat nu over het verhogen van het comfort in de woning, het besparen van energie en het aanscherpen van de veiligheid.”

 

Het bad dat je met je gsm kunt laten vollopen, tegen dat cliché hebben we lang moeten vechten – Jurgen Van Zaelen

 

Dwarsdoorsnede van maatschappij
Ook het publiek dat geïnteresseerd is in domotica is veel groter geworden, weet Van Zaelen. De concurrentie op de markt is toegenomen en daardoor zijn de prijzen gedaald. “Anderzijds is ook de reputatie van domotica verbeterd. Potentiële kopers beseffen nu dat domotica je leven echt een heel stuk kan vergemakkelijken.” Wie die systemen precies koopt, is dan ook niet meer zo eenduidig te zeggen. Je kunt er niet één etiket meer op plakken, het is een dwarsdoorsnede van de maatschappij geworden. Van Zaelen: “Als we op beurzen staan, trekken we zowel oudere als jongere bouwers aan. Zowel mensen met heel veel geld, als mensen met een eerder bescheiden budget.”

Veiligheid & comfort
Ook Georges Klepfisch van het BCDI, het Belgian Center for Domotics & Immotics, bevestigt de trend. “Veiligheid en comfort zijn een criterium voor zowel jongere als oudere kopers”, zegt hij. “Beide leeftijdscategorieën willen graag energie besparen of sferen creëren met hun verlichting of hun rolluiken met een druk op de knop bedienen. Beiden zijn ook bezorgd om veiligheid: er zullen niet veel middelgrote en grote woningen meer zijn zonder beveiliging. Meestal is dat trouwens ook een eis van de verzekering.”

 

Veiligheid en comfort zijn criteria voor zowel jonge als oude domoticaklanten – Georges Klepfisch 

 

Jongeren vs. ouderen
Ook als het gaat om wat ouderen en jongeren precies kopen qua domotica, blijven de keuzes dicht bij elkaar, klinkt het. Al zijn er hier en daar toch ook nog wel wat verschillen. “Ik heb er geen harde cijfers over, maar alles wat te maken heeft met mobiliteit of het oproepen van medische diensten en monitoring zal waarschijnlijk vooral een ouder publiek aanspreken”, zegt Klepfisch. “Meer entertainment-achtige zaken als bijvoorbeeld een huisbioscoop, zullen – vermoed ik – vaker door jongere mensen gekocht worden.” Ook dingen als bijvoorbeeld IP-camera’s, beveiligingscamera’s waarvan je de beelden via het internet kunt bekijken, richten zich meer op jongere kopers.

Oog op later
Wat wel een moeilijke zaak blijft, is jongeren warm maken voor domotica met het oog op later, zegt Georges Klepfisch. Nu al investeringen doen voor zaken waar ze pas over vele tientallen jaren iets aan hebben, is voor velen een brug te ver. Daarvoor is ook de kostprijs te hoog. “Iemand van dertig jaar is daar – begrijpelijk –moeilijk voor te motiveren”, geeft Klepfisch toe. “Het is op een dergelijke leeftijd natuurlijk ook heel moeilijk te voorspellen hoe je leven gaat lopen. Ga je altijd in hetzelfde huis blijven wonen, tot aan je dood? Dat is in deze veranderende wereld niet meer met zekerheid te zeggen.”

Bijna verwaarloosbaar budget
Domotica is dus een heel stuk gedemocratiseerd tegenover vroeger en voor meer mensen bereikbaar geworden. Maar op welk budget moet je ongeveer rekenen? Jurgen Van Zaelen wil wel een tip van de sluier oplichten. “Het hangt er natuurlijk van af wat je wilt”, zegt hij. “Maar voor een simpel systeem om bijvoorbeeld je verlichting te bedienen, inclusief een touchscreen, moet je op pakweg drie à vierduizend euro rekenen. Oké, best nog wel wat geld, maar in de context van een complete bouw is dat eigenlijk bijna verwaarloosbaar.”