Wat betreft duurzaam bouwen en wonen zijn we in Vlaanderen nog niet thuis. Decennialang hebben we ingezet op verspreide bebouwing, grote woningen, slechte energieprestaties. Hoe we dat gaan corrigeren is nog niet uitgeklaard, toch liggen er oplossingen voor de hand.

Praten over duurzaam bouwen en wonen, vraagt om een totaalbenadering. Duurzaamheid is geïntegreerd of ze is het niet. Je kunt in een passief huis wonen op het platteland en met twee auto’s uit werken gaan en toch meer energie verbruiken dan een koppel dat in een slecht geïsoleerd huis in de stad woont, maar de fiets neemt naar het werk. Hoe goed je bedoelingen dan ook zijn er is meer nodig.

Groene Stroom
“Om volledig duurzaam te zijn moeten we naar een systeem met 100 procent hernieuwbare energie en een 100 procent circulaire economie”, zegt Han Vandevyvere, project manager bij Energyville. “Dat betekent echter niet dat woningen hun energie volledig zelf moeten opwekken. Zeker in de stad zal duurzame energie meestal van buitenaf aangevoerd moeten worden. Dat kan groene stroom zijn, maar ook groene warmte via een warmtenet of biogas door een pijpleiding.” Daarnaast zouden gebouwen ingeschreven moeten kunnen worden in een gesloten materiaalkringloop. Dat vergt een andere manier van ontwerpen en een nieuwe logistiek waardoor bouwmaterialen vlot te demonteren zijn, maar tegelijk traceerbaar blijven naar hun samenstelling.

 

“Gebouwde ruimte die niet gebruikt wordt, is verspillen van energie en investeringen”- Frederik Jacobs

 

Uitwisseling staat centraal
Centraal in het begrijpen van de moderne stad staat namelijk de idee van uitwisseling. Van goederen, geld, kennis, macht, ideeën, ziektes, ervaring… “Uitwisseling geldt ook voor de ruimte”, vertelt Tomas Ooms, senior architect bij CONIX RDBM Architects. “We hebben het dan over de binnen- en buitenruimte, tussenruimtes, maar ook commerciële ruimtes, twijfel-ruimte, wachtruimte, open ruimte, private, collectieve en publieke ruimte. Om uitwisseling mogelijk te maken moet er een zekere vorm van overlap zijn.”

Winst rapen
Gebouwen die echt verkeerd gelokaliseerd zijn of weinig intrinsieke kwaliteiten hebben, worden op termijn best ‘uitgedoofd’ en teruggeven aan natuurfuncties. Die zogenaamde kernversterking is niet alleen van toepassing in een stad, maar kan net zo goed in een dorp. Vandevyvere: “In combinatie met een slimme verdichting valt er alleen maar winst te rapen, zoals minder autoverkeer, congestie en luchtvervuiling, minder verspilling van waardevolle en groene ruimte, minder ruimtelijke conflicten, meer leefkwaliteit, meer ruimtelijke kwaliteit en meer kwalitatieve publieke ruimte.”

 

“De stedelijke ruimte is een raamvertelling, een uitwisseling van verhalen”- Tomas Ooms

 

Co-alles
“Betere kwaliteit staat dan ook voor iedereen voorop en dus moeten we de ruimtelijke omstandigheden maximaliseren”, meent Frederik Jacobs, CEO van CONIX RDBM Architects. De grenzen tussen werk- en woonruimte vervagen. Meer en meer wordt ruimte geconditioneerd om kwaliteit in werk, wonen en leven te ondersteunen. Dat betekent ook dat in relatie tot financiële en ecologische parameters de oppervlakte vaak kleiner wordt. Daarom moet de kwaliteit groter zijn en dus wint de nood om zaken te delen aan belang. “Co-werken, co-wonen en dus goed samenleven, vergt dus een beter ontwerp, betere constructie, onderhoud, beheer en beheersing van gebouwen en ruimten.”

 

“Je kan duurzaam wonen niet losrukken uit zijn ruimtelijke of stedelijke context”- Han Vandevyvere

 

Ingrijpen in structuren
Want de oplossingen van gisteren én de ruimtelijke structuren die ze ons nu nalaten, doen het niet meer volgens Vandevyvere: “Daar zullen we hoe dan ook structureel moeten ingrijpen. Dat betekent dat de uitdagingen op het niveau stad nog groter zijn dan die op het niveau individueel gebouw.” De maatschappelijke winst kan uiteindelijk ook groot zijn, waardoor iedereen er op één of andere manier beter van wordt. Dat helpt om de schop diep in de grond te steken.